Shell schrapt weer banen in Nederland

ROTTERDAM, 6 OKT. De oliemaatschappij Shell heeft opnieuw een reorganisatie bij een van haar afdelingen aangekondigd, die het totaal aantal werknemers dat in Nederland moet afvloeien dichtbij de 2.500 brengt. Dat cijfer geeft het totaal van inkrimpingen weer sinds het concern in 1991 begon met herstructureringen.

Het jongste besluit van de directie behelst een aanpassing bij de divisie Chemie verwerking en technologie, waarbij nu nog 170 mensen werken. Begin volgend jaar moeten dat er nog 118 zijn, een reductie met 30 procent. Om die vermindering te bereiken heeft de directie van Shell-Nederland een adviesaanvraag bij de ondernemingsraad gedeponeerd, met “een pakket van maatregelen en voorzieningen”.

De divisie Chemie verwerking en technologie adviseert de zeventig petrochemische produktielokaties in dertig landen waarin de Koninklijke/Shell Groep actief is in de chemie. De aanpassing, die samenhangt met de slechte resultaten in deze sector, moet volgens Shell leiden tot een efficiëntere organisatie van de divisie en kwaliteitsverbetering.

Eerder werden afslankingsoperaties aangekondigd bij Shell-Chemie in Moerdijk en op het raffinage- en chemische complex in Pernis. De grootste lokatie, Pernis, gaat terug van 4.700 werknemers in 1991 naar 3.150 over vijf jaar. In Moerdijk wordt de personeelsbezetting verminderd van 1.085 in 1992 tot 650 tegen eind 1995. Bij de afdeling Manufacturing op het hoofdkantoor in Den Haag, die alle raffinaderijen van het concern adviseert, verdwijnen 130 banen en bij het laboratorium in Amsterdam (KLSA) 200.

De researchafdeling van metalendochter Billiton in Arnhem wordt gesloten, waardoor enkele honderden werknemers afvloeien. De industriebond CNV schat het banenverlies dat optreedt als gevolg van samenvoeging van de Nederlandse en Britse afdelingen Informatieverwerking, (SNI in Rijswijk) op 100 à 150 en reorganisatie bij diverse administratieve afdelingen in Nederland op enkele honderden.

Deze laatste cijfers wil Shell niet bevestigen. Het concern zegt dat de reorganisaties zeer zorgvuldig worden begeleid en onderstreept dat het uiterste wordt gedaan om de werknemers via herplaatsing binnen de groep, of outplacement aan nieuwe banen te helpen. President-directeur drs. C. Herkströter zei onlangs in een gesprek met Shell Venster, het blad van Shell-Nederland: “We moeten accepteren dat we personeel gaan verliezen, waarschijnlijk vooral in gebieden met stagnerende markten. Maar wij hopen ook in staat te zijn de beste mensen voor ons te bewaren. En voor hen die ons verlaten, zullen we ons best doen om de pijn van de overgang te verzachten.”

Districtsbestuurder Kees van Dam van de Industrie- en voedingsbond CNV maakt er echter ernstig bezwaar tegen dat Shell mensen individueel benadert met regelingen voor outplacement en als dat niet lukt een bedrag ineens als vertrekpremie of een aanvulling op de werkloosheids- of bijstandsuitkering. “Daar zijn we niet gelukkig mee omdat het de rechten van de werknemers en hun rechtszekerheid op de tocht zet. Om te voorkomen dat medewerkers subjectief worden beoordeeld door hun chef, horen bij reorganisaties de regels van het collectief ontslag te gelden. Die gaan uit van het afspiegelingsprincipe en anciënniteit, wardoor bijvoorbeeld niet alleen oude of juist alleen jonge, veelbelovende werknemers overblijven. Shell omzeilt die regels bijvoorbeeld bij de afslanking van KLSA (het laboratorium in Amsterdam). Elk bedrijf zou op die manier wel van zijn zwakke broeders af willen.”