PvdA: eerst onderzoek naar onderzoek zorg

DEN HAAG, 6 OKT. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer wil voorafgaand aan een parlementair onderzoek naar het functioneren van de volksgezondheid een "beknopt vooronderzoek' laten doen. Dat vooronderzoek zou moeten uitmonden in een definitieve probleemstelling.

Dat staat in een brief die PvdA-fractieleider Wöltgens gisteren naar de vaste Kamercommissies voor volksgezondheid en voor de rijksuitgaven heeft gestuurd. Beide commissies zouden gezamenlijk het vooronderzoek moeten verrichten.

Bij de algemene beschouwingen pleitte hij voor een onderzoek “naar het steeds weer vastlopen van de besluitvorming” in de volksgezondheid. In zijn voorstel aan de Kamer schrijft Wöltgens dat de centrale vraag bij het onderzoek zou moeten zijn: "Hoe komt het dat de verschillende initiatieven van achtereenvolgende regeringen sinds 1974, die alle berusten op een niet te smalle politieke consensus, zo weinig tot structurele wijzigingen van het stelsel hebben geleid?'

De fracties van VVD en GroenLinks steunen het verzoek van Wöltgens om een parlementair onderzoek, waarvoor een Kamermeerderheid vereist is. Het CDA is niet enthousiast, maar lijkt er wel mee akkoord te gaan. D66 voelt er niets voor. Volgens het Tweede-Kamerlid Kohnstamm (D66) gaat het de PvdA er slechts om “het veld” (artsen, farmaceutische industrie, verzekeraars, etc.) “in de beklaagdenbank te zetten”.

Dat blijkt onder meer uit mogelijke vragen voor een onderzoek die Wöltgens in zijn voorstel noemt. Bij elk initiatief tot verandering in de gezondheidszorg, van de structuurnota van staatssecretaris Hendriks in 1974 tot het plan-Simons, zouden volgens hem behalve algemene vragen ook vragen over verantwoordelijkheden van beslissers beantwoord moeten worden. Verder zouden ook maatschappelijke factoren tijdens de wetgeving en de rol van het parlement besproken moeten worden.

Na een eventueel vooronderzoek zou een parlementair onderzoek volgens Wöltgens niet langer dan een half jaar moeten duren. Het volgende kabinet kan met de resultaten van het onderzoek zijn voordeel doen, meent hij. Morgen behandelt de Kamercommissie voor de volksgezondheid de brief van Wöltgens, op zijn vroegst volgende week gebeurt dat in de commissie voor de rijksuitgaven.