Nederlands paviljoen in Frankfurt geopend met kaas, ijs en Mulisch

FRANKFURT, 6 OKT. Zum Wohl! Met een klassieke Duitse heilswens sloot voorzitter A. Pais van de Stichting Frankfurter Buchmesse 1993 gisteren het officiële gedeelte af van de opening van het Nederlandse en Vlaamse paviljoen op het Messeterrein. Prins Willem Alexander en zijn Belgische collega Prins Filip zetten hun namen in twee grote lege boeken en daarmee was het ritueel beëindigd. Hoog tijd voor een Hollands hapje en drankje in het Heineken Café.

Frankfurt staat deze week in het teken van de Nederlandse en Vlaamse Cultuur. Minister d'Ancona en de Vlaamse minister Weckx hebben gisteravond een half uur lang in de aankomsthal van het Messecomplex een duizendkoppige menigte in het Nederlands toegesproken. Op het plein voor de Opera, naast de fontijn, voert de Dogtroep al dagen wilde balletten uit, met duikerspakken, modder en een gigantische rijdende vogel. In de Schirn Kunsthalle is een prachtige tentoonstelling Leselust te zien, met schilderijen uit de Gouden Eeuw waarop boeken, schrijvers en lezers voorkomen. In de expositiezaal ertegenover exposeert de fotograaf Paul Blanca. Bioscopen vertonen Nederlandse films. Toneelgroep Amsterdam speelt Liebhaber.

En dan zijn er nog de Nederlandse en Vlaamse schrijvers. Op reclamezuilen hangen opvallende foto's van Cees Nooteboom met de tekst: een grote Europese schrijver. De Frankfurter Rundschau publiceert dagelijkse interviews met schrijvers als Hella Haasse, Monika van Paemel en Judith Herzberg. In het complex aan de Römerberg leest morgenavond Margriet de Moor. Op de televisie prijst Harry Mulisch zijn werken aan. Nederland en Vlaanderen zijn inderdaad even een Schwerpunkt in Duitsland.

Dat neemt niet weg dat de aandacht voor het thema dit jaar wat minder is dan in andere jaren. Het prestigieuze vakblad Börsenblatt dat in voorafgaande jaren een uitgebreid katern aan het uitverkoren land wijdde, is daar nu voor het eerst vanaf gestapt. Een andere factor die in het nadeel van de Nederlanders en Vlamingen werkt, is dat er nu, naast het Nederlands, een tweede thema is gekozen: de elektronische media. De afgelopen jaren zijn er al voorzichtig werkgroepjes gewijd aan de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de microfiche, de CD ROM en de On Lineverbinding, en sommige uitgevers toonden al weleens wat nieuwe vondsten, maar dit jaar wil de beurs actief op deze trend inspelen. Niet omdat men verwacht dat het schijfje het boek ooit zal vervangen, maar omdat het in sommige sectoren een zeer snel groeiende bedrijfstak is.

De rede die Harry Mulisch gisteren bij de opening van de Messe hield viel enigszins in het water. Niet alleen was hij pas na meer dan een uur aan de beurt, na de burgemeester van Frankfurt, Jacques Delors, Hedy d'Ancona en Hugo Weckx, er was ook weinig nieuws in zijn verhaal. Op maandagmorgen was de tekst al integraal in het weekblad Der Spiegel verschenen en toen Mulisch hem nog eens in het Duits begon uit te spreken, verdwenen steeds meer mensen naar de kraampjes met haring, ijs, worstebroodjes en kaas in een belendende ruimte.

Voordat het Nederlandse en Vlaamse paviljoen gisteravond officieel werd geopend, hadden de beide kroonprinsen een uitgebreide rondleiding door de hal gekregen. Prins Filip kon het zo te zien maar matig interesseren, maar Willem Alexander herkende vooral bij de kinderboeken menige titel. Een in het Duits vertaald boek over Willem van Oranje werd voorzichtig van de plank gehaald, en over Donna Tartt zei de prins dat hij haar boek al in het Engels gelezen had.

In het Heineken Café dat de komende dagen het monopolie heeft op het eten en de drank in het paviljoen, werd temidden van parasols en bieraffiches aan de prinsen het eerste nummer aangeboden van The Low Countries. In dit engelstalige jaarboek, dat het ministerie van WVC wil gaan voortzetten als de opvolger van Delta en Dutch Heights, schrijven auteurs uit beide landen over actuele ontwikkelingen in de Nederlandse en Vlaamse architectuur, beeldende kunst, literatuur en politiek.

Het paviljoen zelf wekt een beetje de indruk van een gelegenheidswerkstuk. Wat er te zien is lijkt het resultaat van moeizaam en langdurig onderhandelen tussen de vele verschillende organisaties en landen en een zorgvuldig passen en meten binnen de beschikbare budgetten. Overal zijn vitrinetjes, televisietoestellen en rekjes met boeken, maar een duidelijk herkenbare lijn zit er niet in. De tentoonstelling heeft geen aantrekkelijke vorm, er is geen centrum. Er is van alles wat. Daarbij wreekt zich de politieke overgevoeligheid van de subsidiënten. Worden ergens vijf Nederlandse schrijvers genoemd, dan staan er automatisch vijf Belgen bij. Worden ergens de namen van drie Nederlandse denkers op de muur gezet, dan ook drie Belgische.

Het paviljoen is sober ingericht en kaal. De overheersende kleur is dof grijs, op de vloeren liggen ruwe houten vlonders, langs de bovenkant hangt vitrage en de meeste boeken staan uitgesteld in ongeverfde spaanplaten kasten.

Bij de keuze van de onderwerpen vraag je je af of er wel is nagedacht over de vraag waar de Duitse bezoeker in geïnteresseerd zou kunnen zijn. Het eerste wat hij nu bij binnenkomst te zien krijgt, is het Groene Boekje met de voorkeursspelling. Op panelen wordt uitleg geven over de vele taalfamilies van Europa en over het nuttige werk van de Nederlandse Taalunie. Daarnaast laten vlaggetjes zien welke Nederlandse woorden in andere talen zijn overgenomen: kermesse, mannequin en apartheid.

Voor zover er in de presentatie een lijn is te ontdekken, gaat het om twee hoofdthema's: de Nederlandse en Vlaamse geschiedenis van tolerantie en drukpersvrijheid en de vele cliché's die er over Nederland bestaan. De inrichters hebben door de grote hal twee enorme bogen neergelegd die bruggen verbeelden. Langs de rechter wand ligt een met plastic kunstgras beplakte dijk die de eeuwenlange strijd tegen het water symboliseert.

Onderwerpen als de hedendaagse Nederlandstalige literatuur, de vormgeving en de boekproduktie komen er bekaaid af. Cees Nooteboom, de enige Nederlander die bijna iedereen kent, wordt vertegenwoordigd door een stapel vertaalde boeken van hem tussen vier soortgelijke stapels van Mulisch, Haasse, Geeraerts en Claus. Verder zijn er achterin vijf televisies neergezet waarop zonder veel toelichting foto's voorbij glijden van Nederlandse schrijvers uit de afgelopen eeuw.

De enige uitzondering op al deze treurigheid is een mooie kleine expositie van kinderboekillustraties op de eerste verdieping. Maar hoeveel bezoekers zullen daar ooit doordringen?

De Schwerpunktzeitung die deze week in een oplage van honderduizenden over de beursbezoekers wordt verspreid ademt een zelfde geest van compromissen en stokpaardjes. Het begint met ellenlange specialistische artikelen over het ontstaan van de Nederlandse taal en de boekdrukgeschiedenis, en pas helemaal aan het slot wordt iets gezegd over Nederlandse schrijvers. Wie op zoek gaat naar artikelen over bekende schrijvers als Connie Palmen, Margriet de Moor of A.F.Th van der Heijden vindt bijna niets.

En dat in een omgeving waar iedereen zo goed weet wat de wetten van de markt zijn.