Liberia - Een hongerige soldaat is een gevaarlijke soldaat

MONROVIA, 6 OKT. Een afgescheurde reep stof van een witte onderjurk wappert aan een tak. “Dit is onze vlag, we willen vrede”, zegt rebellencommandant luitenant Marco. Vijftig meter verderop, aan de andere kant van de Liberiaanse frontlinie, bevinden zich zijn tegenstanders, de Nigeriaanse soldaten van de Westafrikaanse vredesmacht Ecomog. “Na het onlangs getekende vredesverdrag heb ik ze een paar keer gesproken. Ze zijn zo slecht nog niet, die Nigerianen. Hun commandant salueerde naar me, dat stelde ik zeer op prijs. Op een dag ben ik zelfs met ze gaan kaarten. Ik heb natuurlijk wel van ze gewonnen, dat begrijp je wel.” Marco barst in een triomfantelijk gelach uit.

Aan hun zijde van de frontlinie spelen Nigeriaanse soldaten scrabble. Ze zetten een flesje bier aan hun mond. Hun Liberiaanse vriendinnetjes koken voedsel. “Oh ja, we praten met die jochies”, zegt commandant Lukman schamper. “Ze houden zich nu rustig, maar ze echt vertrouwen, nee dat kan je die rebellen niet. Ze kunnen ieder moment van mening veranderen en beginnen te schieten. Ze hebben al eerder bestanden verbroken.”

Later op de dag gaat Lukman een praatje maken met enkele rebellen. Omgeven door tien soldaten loopt hij door het dichte, dampende oerwoud waar de bomen tientallen meters hoog reiken, naar de stelling van de opstandelingen. Bij een ijzeren draad waarin witte lappen stof hangen, houdt hij stil. Enkele slaperige rebellen kruipen uit de bosjes. Een teenager stelt zich voor als majoor Kabaté. Een laatste draad houdt zijn korte broek rond zijn middel. Hij salueert, brengt zijn hand naar zijn broek die dreigt af te zakken en bedekt beschaamd zijn gelige onderbroek. Zijn kameraad in roze nachtjapon vraagt de Nigerianen om een sigaret. Die kunnen hun afschuw voor dit voddenleger nauwelijks onderdrukken. “Zijn jullie nu echt bereid om vrede te sluiten?”, vangt Lukman op belerende toon het gesprek aan. “Of willen jullie als apen in dit oerwoud blijven leven?” Een jongensachtige verlegenheid verschijnt op het gezicht van Kabaté. Hij trekt nerveus aan zijn zachte baardharen. “Ik ben moe, ik wil terug naar school”, antwoordt hij, “ik wil vrede.”

Buiten het gehoorbereik van Lukman vraag ik Kabaté of de Nigerianen nu zijn vrienden zijn. Daar moet hij even over nadenken. “We gaan vriendelijk met elkaar om, laat ik het zo zeggen.” Hij moet om zichzelf lachen. “Als de Nigerianen als vrienden naar Liberia waren gekomen, hadden we ze als vrienden verwelkomd.”

Onder het luide gekwetter van vogels en het penetrerende gekrijs van een vreemd dier lopen de Nigerianen terug naar de asfaltweg, die van de Liberiaanse hoofdstad Monrovia naar Buchanan leidt. De weelderige vegetatie blokkeert ieder uitzicht. Deze jungle vormt ideaal terrein voor de guerrillastrijders van het Nationaal Patriottische Front van Liberia (NPFL) van Charles Taylor. Over de verharde weg rijdt duur militair materieel van Ecomog. Alle huisjes langs de weg zijn beschadigd of vernietigd. De oorlog heeft zijn tol geëist. Het groen slingert zich over de daken en door de kozijnen. Behalve de dames van plezier voor de Nigerianen houden zich hier geen burgers op.

“Velen bleken informanten van de NPFL-rebellen”, legt een Nigeriaanse soldaat uit, “daarom hebben we ze overgebracht naar Buchanan.” In minder diplomatiek taalgebruik betekent dit: Ecomog heeft het gebied ontvolkt om steun voor de rebellen tegen te gaan. De NPFL-opstandelingen pasten een zelfde militaire strategie toe. Toen zij zich na het tegenoffensief van Ecomog eerder dit jaar moesten terugtrekken uit de omgeving rond Monrovia, dwongen zij talrijke burgers met hen mee te gaan.

“Alle soldaten in Liberia zijn moordenaars”, verzucht de 29-jarige Nawukeaa Yanseh. “Wij leven constant in angst voor geweren. Wij durven onze kinderen niet meer alleen te laten om voedsel te gaan zoeken.” Na de verbreking van de wapenstilstand vorig jaar oktober dwong het NPFL haar in een buitenwijl van Monrovia haar huis te verlaten. “De NPFL-soldaten steelden alles van me. En weet u, je moet van ze lachen als ze je spullen afnemen. Doe je dat niet, dan geven ze je een aframmeling.”

Ze vestigden zich in het rebellenstadje Kakata. “Toen begonnen de bombardementen van de Ecomog-vliegtuigen op het NPFL-gebied. Iedere dag weer moesten wij dekking zoeken”, vervolgt ze. “Toen ULIMO (een hergroepering van gedeserteerde regeringssoldaten - red.) en Ecomog Kakata eerder dit jaar innamen, wist ik te ontsnappen aan het NPFL. Maar ULIMO-soldaten blijken nog erger. Zij verkrachtten me en dwongen me voor hen te koken. Op een avond roerde een ULIMO-strijder met zijn geweerloop in de soep. Hij barstte in woede uit, want er zat geen vlees in. Weet u wat hij toen deed? Hij greep me beet, sneed met een mes een stukje vlees uit mijn dijen en gooide dat in de soep.”

Nawukeaa ontsnapte aan ULIMO en sloeg opnieuw op de vlucht. Uit wanhoop trok ze naar het gebied van het door haar gehate NPFL. Bij wegversperringen namen de NPFL-rebellen haar laatste bezittingen af. Van haar echtgenoot stalen zij al zijn kleren. Met haar enig overlevende kind, en haar man in onderbroek, bereikte ze de relatieve veiligheid van een voedingscentrum voor ondervoede kinderen van het Nederlandse Artsen Zonder Grenzen (MSF) in NPFL-gebied.

De Lutherse bisschop en voorzitter van de Liberiaanse Raad van Kerken, Roland Payne, heft zijn handen ten hemel. “Ik begrijp nog steeds niet dat mensen dit elkaar kunnen aandoen”, zegt hij. Hij woont sinds enkele maanden in de NPFL-hoofdstad Gbarnga in het noordoosten van het land. Zijn theologische school in Gbarnga werd bestookt door Ecomog-vliegtuigen. Het meeste geweld maakte hij mee in Monrovia. “Op een dag stond ik in de hoofdstad voor mijn kerk en zag hoe soldaten een man dood sloegen met een stuk hout. Ik was als aan de grond genageld, ik kon niets zeggen, ik kon niets doen.” Hij verbergt zijn gezicht in zijn handen, schudt zijn hoofd en vervolgt: “Zij hakten zijn hoofd eraf. Toen prikten ze het op een stok voor mijn kerk en lachten. Nog steeds heb ik er nachtmerries van.”

Een afdoende verklaring voor de Liberiaanse gruwelijkheden moet nog worden gevonden. De in West-Afrika wijd verspreid geloofde voodoo leidde tot rituele moorden. Vooral aan het begin van de oorlog droegen strijders lichaamsdelen van hun gedode vijanden met zich mee, om zo hun eigen krachten te versterken. Er zijn ook historische redenen. Liberia was in naam nooit een kolonie maar in de praktijk praktiseerden de Americo-Liberianen koloniale onderdrukking van de inheemse volkeren. Na de coup van Doe bleken de inheemse Liberianen niet klaar voor de politieke macht en er brak een strijd uit op tribale grondslag. Er bestaan ook buitenlandse factoren. Misschien hadden enkele bloedbaden kunnen worden voorkomen wanneer de Amerikanen Doe niet zo lang waren blijven steunen en wanneer de Israelische militaire adviseurs hem eerder hadden laten vallen.

Leveli Supuwood is "minister van justitie' in de NPFL-regering in Gbarnga. Hij geeft een politieke uitleg voor de schending van de mensenrechten. “Wij moesten al die jochies wel bewapenen, om het te kunnen opnemen tegen Doe”, legt hij uit. “De misdaden namen toe na de inmenging van Nigeria en de instelling door Ecomog vorig jaar van een economische blokkade tegen NPFL-gebieden. Daardoor ontstond er honger. En een hongerig soldaat is nu eenmaal een gevaarlijke soldaat.” Waaraan hij op koele toon toevoegt: “In een oorlogssituatie hebben dit soort misdaden nu eenmaal plaats.”

De voormalige NPFL-strijder Momolu Massalhay meent dat Taylor enkele grote strategische fouten maakte. Momolu verwijst naar de recente guerrilla-oorlogen in Ethiopië tegen Mengistu en in Oeganda tegen Obote. De opstandelingen daar legden de nadruk op "politieke educatie van de bevolking' en wonnen op die manier de steun van de burgers. In Liberia is daarvan geen sprake. De bevolking wordt in gijzeling gehouden door alle gewapende facties. “Taylor had teveel haast, zijn hoofddoel was om zo snel mogelijk het presidentiële paleis te bereiken in Monrovia, zijn eigen ambities prevaleerden”, kritiseert Momolu de NPFL-leider. “Het NPFL beschikt nauwelijks over intellectuelen; zij weken uit naar het buitenland want zij doorzagen Taylors persoonlijke ambities.”

Momolu erkent dat de discipline van de NPFL-strijders het laatste jaar verbeterde. Enkele soldaten, beschuldigd van verkrachting, moord of plundering, kregen de kogel. In Gbanga heerst een ontspannen sfeer, de bewoners voelen zich er vrij om kritiek, ook op het NPFL, te uiten. Op afgelegen plaatsen buiten de stad gaat de afpersing van burgers door de hongerige kindersoldaten echter onverminderd voort.

Over de hoofden van de Liberiaanse burgers werd oorlog gevoerd, over de hoofden van de burgers is er een vredesproces begonnen. De vrede bracht honger. Voor het eerst in de geschiedenis van het uiterst vruchtbare land heerst er hongersnood. In ontoegankelijke gebieden sterven dagelijks tientallen kinderen en volwassenen. Het percentage ondervoede kinderen blijkt, volgens recente onderzoeken in NPFL-gebied, hoger dan een jaar geleden in Somalië. Laurence Cleon staart wezenloos voor zich uit. Een jaar geleden raakte hij ontheemd, naar zijn woongebied durft hij niet meer terug. “Om heel eerlijk te zijn, ik heb me er al bij neergelegd te sterven”, vertelt hij, “het enige geluk dat ik nog ervaar is wanneer ik mijn kinderen zie eten. Ik eet van hun geluk.”

Voedselhulp wordt door Ecomog, met medewerking van de VN, ingezet als wapen in het vredesproces. Onvoldoende internationale voedselhulp bereikt vanuit Monrovia over de frontlinie de hongerigen in NPFL-gebied. Hulpverleners klagen over door Ecomog opgeworpen belemmeringen. Zij verwijten de speciale VN-afgevaardigden voor Liberia, Trevor Gordon-Somers, geen druk uit te oefenen op Ecomog. Op verzoek van Gordon-Somers laat Ivoorkust slechts sporadisch internationale voedselkonvooien door naar NPFL-gebied.

De Nigeriaanse generaal Ada is ondercommandant van de Ecomog-troepen in Liberia. In zijn hoofdkwartier in Monrovia betoogt hij dat het NPFL vorige bestanden misbruikte om zich te versterken. Voedselkonvooien vanuit Ivoorkust, zo meent hij, worden door Taylor aangewend om wapens binnen te smokkelen.

Awo Ogwo is een Nigeriaanse soldaat in Ecomog. Hij drukt zich zonder omhaal uit. “MSF is een slechte organisatie”, verkondigt hij zijn mening over Artsen Zonder Grenzen, een van de heel weinige hulpinstellingen werkzaam in NPFL-gebied. “Het NPFL versterkt zijn zelfvertrouwen door de hulpleveranties van MSF. Als er geen voedsel is, dan gaat de bevolking zich immers verzetten tegen het NPFL. Wij hadden Taylor bijna op de knieën, zijn moreel moet worden doorbroken door voedsel te onthouden aan burgers in zijn gebied. Ja, inderdaad, wij moeten voedsel inzetten als wapen. Ja, ik weet dat er kinderen sterven door honger.” Awo is een Ibo en tijdens de oorlog in Biaffra leerde hij het voedselwapen kennen. “Ik was toen een kind en zag hoe de Ibo-opstand werd neergeslagen door het voedselembargo. Zo moeten wij het hier ook doen.”

De VN, toch al onder vuur in Afrika wegens hun rol in de conflicten van Somalië en Angola, scheppen in Liberia een gevaarlijk precedent. De kritiek neemt toe, ook binnen afdelingen van de VN zelf. “De uitvoerende hulporganisaties van de VN blijken niet meer in staat op basis van hun humanitaire principes hun taken uit te voeren”, erkent in Monrovia een hoge VN-medewerker. “Humanitaire hulp wordt in Liberia gezien als een verzwakking van het vredesproces.” Niet alleen de Liberiaanse gewapende groeperingen en Ecomog achten politiek en militair gewin kennelijk belangrijker dan het lot van onschuldige burgers.