Leven met kunst in een "draagbaar vaderland'

Een "draagbaar vaderland' was gisteravond de rode draad in het nieuwe kunst- en cultuurprogramma Roerend Goed van de VPRO.

Hanneke Groenteman ondervroeg in verband met de Frankfurter Buchmesse de Duitse literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki, wiens ster in Nederland snel rijst, sinds hij met zijn loftuitingen op tv Cees Nooteboom een bestseller in Duitsland heeft bezorgd. Reich-Ranicki bleef aanvankelijk wat afstandelijk ("Op die vraag heb ik in een vraaggesprek dat gedrukt is al eens geantwoord...'). Maar toen Groenteman na vragen over zijn provocerende houding ("een criticus heeft maar beperkte ruimte, en moet duidelijk stelling nemen. Dat kan niet zonder overdrijving, of provocatie') op zijn achtergrond als jood in Duitsland kwam, verdween die afstandelijkheid. Slechts door toeval hadden hij en zijn vrouw Auschwitz overleefd, vertelde hij. Hij was, na zijn vertrek uit communistisch Polen in Duitsland blijven hangen en had daar van de Duitse literatuur zijn "draagbaar vaderland' gemaakt, citeerde hij Heine.

Een soortgelijke houding ten opzichte van literatuur neemt de schrijfster Dubravka Ugresic uit Zagreb aan, van wie binnenkort het boek "Nationaliteit: geen' in Nederland verschijnt, met stukken die deels ook in NRC Handelsblad zijn verschenen. Hoe haar leven in een door oorlog verscheurd land langzaam onmogelijk werd, kwam goed naar voren uit de reportage die Roerend Goed in Zagreb van haar maakte. Schoten vallen er niet veel daar ("soms zet ik de tv zachter om te horen of er nu op het tv-nieuws of buiten geschoten wordt'), maar nationalistische stellingen worden wel betrokken. Ugresic weigerde dat, ze voelt zich geen Kroaat, maar in de eerste plaats Joegoslaaf. Haar publikaties daarover in het buitenland hadden tot gevolg dat ze in Zagreb tot volksvijand werd bestempeld. Sindsdien wordt ze bedreigd, en in de tram uitgescholden voor "Joego-teef'. Ze wil weg uit Zagreb, eerst naar Berlijn (met een Duitse beurs), om zich te wijden aan het schrijven.

Haar verwondering en angst over de plotselinge nationalistische waanzin en het verdwijnen van een betrekkelijk open en humane cultuur maken dat de oorlog in Joegoslavië ineens dichterbij lijkt, en niet alleen een zaak van diep in de Balkan strijdende volksstammen.

De twee reportages hadden niet zozeer De Kunst, als wel leven met kunst als onderwerp. In het nog wat onwennige, stijve studiogesprekje dat daarop nog volgde met filmer Johan van der Keuken (“En Johan, wat vind jij daar nu van?”) kwamen beide onderwerpen nauwelijks uit de verf. Praten over Van der Keukens films en nieuwe foto's, waarvan we er twee of drie even te zien kregen, voldeed niet echt. Van der Keukens werk leent zich bij uitstek voor televisie, zou je zeggen. Kunst van de betrokkenen in beeld, dat ontbreekt nog in dit nieuwe kunstprogramma, dat overigens veel toegankelijker en informatiever van opzet is dan het kunstprogramma van de VPRO uit het vorig seizoen, "Prima Vista', dat aan een overdosis van Zeer Moderne Kunstzinnige Vormgeving leed.

    • Paul Steenhuis