KNUPPELS EN WINKELS; "Losers' moet je vooral niet laten verliezen

De winkelier moet weerbaar zijn en niet alleen op de politie vertrouwen, meent de Utrechts korpschef Wiarda. Als een winkelier een honkbalknuppel achter de toonbank heeft, mag hij die ook gebruiken, aldus Wiarda. Is de roofoverval in opmars? Moet een winkelier zich verzetten? En hoe oordeelt de rechter daar over?

ROTTERDAM, 6 OKT. Een huisvrouw met gokproblemen. Een verslaafde directeur die zijn bedrijf had weggesnoven. Twee jongens van twaalf en dertien, die op het schoolplein de buit verdeelden. Volgens R. Verzijl, hoofd van het Rotterdamse Roof Coördinatie Team, vallen roofoverval op winkels of snackbars al bijna onder de veelvoorkomende criminaliteit. “Kinderen die het vroeger iets bij de Blokker jatten, vinden het nu cool om een snackbar te overvallen.”

In Rotterdam/Rijnmond werden volgens Verzijl dit jaar 182 overvallers opgepakt, tegen 132 in het hele vorige jaar. Deels kan dit het gevolg zijn van de intensivering van de vervolging; Verzijl meldt trots een "oplossingspercentage' van 37 procent. Maar de landelijke politiecijfers lijken te bevestigen dat het delict in opmars is. Dat was ook de reden dat de Utrechtse korpschef Wiarda maandag bij de opening van de beveiligingsbeurs Security pleitte voor “weerbare winkeliers”. De honkbalknuppel onder de toonbank mag best gebruikt worden, zo stelt de korpschef.

Volgens de jaarcijfers van de Centrale Recherche Informatie (CRI) steeg het totale aantal overvallen vorig jaar met twintig procent, van 1.884 tot 2.262. Ten opzichte van 1986 is dit een verdubbeling. Hiervan werd 19 procent opgehelderd, de totale buit bedroeg 23 miljoen gulden. Bij 26 procent van de overvallen waren winkels het doelwit, 20 procent betrof horecagelegenheden, 9 procent tankstations. Het zwaartepunt ligt op donderdag en vrijdag als het donker is. Daarom werd ook 59 procent van de overvallen gepleegd in de het eerste en vierde kwartaal van het jaar.

Bij 74 procent van de overvallen werd een revolver gebruikt. Meestal blijft het bij dreigen, maar ook fysiek geweld neemt toe. Het aantal schietpartijen bij overvallen steeg tussen 1988 en 1992 van 77 naar 111, het aantal mishandelingen van 197 naar 274. In 1988 werden 43 winkeliers en lokettisten opgesloten en 129 vastgebonden, vorig jaar waren dat er 66 en 174. Het aantal bedwelmingen nam toe van 32 tot 44, het aantal gijzelingen van 3 tot 16. Een misdaadstatisticus van het Centraal Bureau voor de Statistiek zet echter vraagtekens bij de CRI-statistieken. “Nu de politie overal roofbijstandsteams inzet, komt iets sneller als roofoverval in de boeken dat vroeger onder de noemer diefstal met geweld werd geregistreerd.”

R. Verzijl van de Rotterdamse politie denkt dat er wel degelijk sprake is van een explosieve toename. “Er bestaat nu een grauwe massa van gelegenheidsovervallers: gokverslaafden, jongeren, junks, hopelozen. Ze staan in de gokhal, niemand heeft geld, iemand heeft een wapen. Dan lopen ze langs de RABO, het postkantoor, de snackbar. Bij de één hangen camera's, bij de tweede staan te veel klanten. Dus dan die drogist met dat domme gansje achter de balie maar, want water loopt naar het laagste punt.”

Volgens Verzijl ligt de oplossing in organisatie en onderlinge hulp van winkeliers: “Let op je buurman. Noteer kentekens als twee jongens in een auto een half uur lang voor een winkel staan. En installeer camera's. Uit een analyse van duizend overvallen blijkt dat het oplossingspercentage dan met 22 procent stijgt. Zelfs de grootste amateurs kijken of er camera's in een winkel hangen.”

Verzijl wijst erop dat het ook schort aan kennis bij de winkeliers. “De meesten hebben geen idee wat er gebeurt als ze een alarmknop indrukken. Ze verwachten dat de politie dan meteen komt, maar de politie komt helemaal niet. Die staat buiten, uit het zicht, de overvaller op te wachten om een gijzeling te voorkomen.”

A. van Os verzorgt cursussen criminaliteitspreventie voor winkeliers. Hij noemt de opmerking van korpschef Wiarda over honkbalknuppels “ongeloofelijk stom”. “Uit daderprofielen blijken de meeste overvallers losers te zijn. En losers moet je niet laten verliezen. Je moet zelfs niet proberen ze te overtuigen en oogcontact vermijden. Gewoon gehoorzamen.” Wat volgens Van Os niet wegneemt dat preventie mogelijk is. “Zorg dat je de kas steeds afroomt. Zorg dat de kluis vanaf de openbare weg te zien is. Hou je klanten in de gaten. En sta nooit met je rug naar de ingang.” En win vooral veel tijd, want “overvallers staan op de toppen van hun zenuwen. Een kluis met tijdsvertraging, die pas na tien minuten opengaat, is vaak heel effectief.”

    • Coen van Zwol