Impasse in Somalië

VORIGE WEEK NOG verdedigde president Clinton voor het forum van de Verenigde Naties zijn nieuwe pragmatisme in de buitenlandse politiek. Amerika ging het leiderschap in de wereld niet uit de weg, maar het zou dat leiderschap zeer selectief toepassen. Met name vredesmissies moesten voortaan aan een zo ruime reeks van voorwaarden voldoen dat al snel de vraag is gerezen of op die manier nog van "peace keeping' sprake zal zijn. Het verbaasde niet dat na Clintons uitspraken berichten begonnen te circuleren als zou aan de Amerikaanse deelname aan de VN-excursie in Somalië snel een einde komen.

Inmiddels wordt het Amerikaanse contingent met enkele honderden manschappen uitgebreid en met zware wapens toegerust. Reden zijn de verliezen die het Amerikaanse detachement afgelopen weekeinde aan doden, gewonden en vermisten heeft geleden. Een of meer Amerikanen zijn in handen geraakt van de militie van krijgsheer Aideed, hetgeen Clinton tot een persoonlijke waarschuwing aan diens adres heeft verleid. De president voelt zich gedwongen tot escalatie juist op een moment dat hij het strijdtoneel met stille trom had willen verlaten.

De Amerikaanse interventie in Somalië beantwoordt al lang niet meer aan het presidentiële lijstje. Het doel is schemerachtig geworden, het einde ervan raakt uit zicht, de kosten nemen toe, in het Congres groeit het verzet en tussen de deelnemers aan de operatie bestaat geen eensgezindheid. De "harde lijn' der Amerikanen staat bijvoorbeeld tegenover de wens der Italianen om Aideed opnieuw in overleg te betrekken. Er dreigt bovendien een militaire impasse van het type waartegen de inmiddels gepensioneerde generaal Colin Powell, zegevierend in de Golfoorlog, steeds weer heeft gewaarschuwd. De lessen van Vietnam zijn weer vergeten.

ACHTER DE DAGELIJKSE beslommeringen van de VN-leiding in Mogadishu rijst de fundamentele vraag hoever ten langen leste de verantwoordelijkheden van de internationale gemeenschap reiken. In Somalië gaat het in aanleg om een humanitaire missie die na verloop van tijd ernstig is tegengewerkt door de clan die in de Somalische hoofd- en havenstad de dienst uitmaakt. De secretaris-generaal van de VN, de Egyptenaar Boutros Boutros-Ghali, wilde met de aanpak van de hongersnood in Somalië bewijzen dat de VN zich ook iets aantrekken van het verarmde en verscheurde Afrika. En hij kreeg daarbij de steun van Bush en vervolgens van diens opvolger Clinton.

Afrika's chronische en bloedige verdeeldheid heeft de interventie in Somalië nu op de rand van de mislukking gebracht. Vertrekken de VN dan laten zij Afrika in de steek, proberen zij de chaos gewapenderhand te bestrijden dan klinkt het verwijt van kolonialisme. Blijven de Amerikanen dan richt de volkswoede zich op hen, trekken zij zich terug dan zijn de achterblijvers machteloos zoals de blauwhelmen waren voordat de Amerikanen kwamen.

De hulpverleners zullen straks weer tol moeten betalen aan al die gewapende groepjes die aan hun hongerende landgenoten geen boodschap hebben.