Fiscale rovers bekeerd?

Ons land biedt gastvrij huisvesting aan duizenden brievenbusmaatschappijen. Die maken het internationaal opererende ondernemingen mogelijk hun eigen belastingdienst een beentje te lichten. Door handig gebruik te maken van het Nederlandse belastingsysteem in samenhang met ons ongekend omvangrijke netwerk aan belastingverdragen, omzeilen ze op volstrekt legale wijze belastingheffing. Soms gebeurt dat zelfs door bedrijven die eigenlijk niets met Nederland te maken hebben. Belastinginspecteurs in andere landen beschouwen Nederland daarom als een fiscaal roversnest. Vooral de Amerikaanse fiscus voelt zich gedupeerd. Toch heeft het Haagse ministerie van financiën tien jaar lang een inperking van het goedgunstige Nederlands-Amerikaanse belastingverdrag weten te traineren. In het staartje van de regeerperiode van president Bush kregen de Nederlandse onderhandelaars opeens haast. Zij gaven liever Bush op belangrijke punten zijn zin dan zich over te leveren aan de onberekenbare Clinton. Die maakte immers al snel duidelijk dat hij miljarden dollars dacht te verdienen aan het op een tamelijk grove manier tegengaan van internationale belastingontwijking. Bang dat Clinton het met zijn voorganger bereikte onderhandelingsresultaat wilde openbreken, sloot de Tweede Kamer de spoedbehandeling van het verdrag af. Onbekommerd door de omstandigheid dat niet één parlementariër de volledige draagwijdte van de ingewikkelde verdragsbepalingen doorziet.

Tegelijkertijd werkt staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) aan het vervullen van een wens die hij koesterde als CDA-Kamerlid: het aanpakken van fiscale operaties via belastingparadijzen. De Tweede Kamer verlangt dat hij zich eerst inzet voor het aantrekkelijker maken van Nederland voor buitenlandse investeerders. Daaraan voorbijgaand, presenteerde Van Amelsvoort deze zomer een plan om internationale belastingontwijking moeilijker te maken.

Eigenlijk zaten de internationaal opererende fiscalisten te wachten op een soepeler belastingheffing als antwoord op sterk concurrerende fiscale faciliteiten van ondermeer België (Coördinatiecentra) en Ierland (Customs House Dock company). Ook had men hoop op compensatie voor het opofferen van gunstige verdragsbepalingen tijdens de onderhandelingen met de Verenigde Staten. In plaats daarvan komt de bewindsman met een aantasting van de zogenaamde deelnemingsvrijstelling: de belastingvrijstelling voor winsten uit andere landen (waaronder belastingparadijzen). Met de deelnemingsvrijstelling heeft Nederland jarenlang buitenlandse investeerders weten aan te trekken. Inmiddels hebben naburige landen hun verzet tegen ons gebruik van deze vrijstelling opgegeven en deze in hun eigen wetgeving gekopieerd.

Een ongekend verzet tegen de plannen van Van Amelsvoort barstte vorige week los op een openbare studiemiddag van de Erasmus Universiteit. Zelfs een daar aanwezige hoge belastingambtenaar ventileerde op persoonlijke titel duidelijke twijfels. Zowel de Rotterdamse hoogleraar Stevens als VNO-secretaris Timmermans vergelijken de schade die Van Amelsvoort alleen al door de bekendmaking van zijn plannen veroorzaakt, met de desastreuze gevolgen van de aankondiging van de vermogensaanwasdeling. Dat was een van de maatschappijhervormende voorstellen van Den Uyl, waarvan alleen al de aankondiging tot gevolg had dat veel buitenlandse investeerders Nederland jarenlang meden.

In Rotterdam bleek men zich om nog een andere reden ongerust te maken over de nieuwe plannen. Van Amelsvoort verdedigt ze met de 'fair-share-doctrine'. Die leert dat de overheid een eerlijk aandeel van de bedrijfswinst voor zichzelf veilig mag stellen. De Nijmeegse hoogleraar Schonis kwalificeert de doctrine als een "slagroomformule uit de USA". Het gaat zijns inziens om een "algemeen geformuleerd, vaag en multi-interpretabel verlangen dat een verder niet bepaalde belastingopbrengst voorop stelt." In Amerika zijn onder de dekmantel van het veilig stellen van het 'fair share' voor de fiscus, tal van opportunistische regelingen getroffen waarvan opvallend vaak buitenlandse bedrijven het slachtoffer werden. Tot voor kort behoorde de Nederlandse regering tot de felle critici van de toepassing van de doctrine. De kennelijke ommezwaai aan Nederlandse zijde verontrust de Nijmeegse hoogleraar te meer omdat Financiën zelf verwacht dat de maatregelen geen extra geld in het laatje zullen brengen, laat staan een 'fair share'. Bovendien wijst Schonis op het bestaan talrijke ontsnappingsmogelijkheden. Volgens hem is er een tienvoud van het voorgestelde aantal wetsbepalingen nodig om de regeling alsnog sluitend te maken. Tegen de tijd dat is gelukt is, zullen veel buitenlandse investeerders het in Nederland voor gezien houden.

Politici nemen een afwachtend kritische houding aan tegenover het aanvalsplan van Van Amelsvoort. De verkiezingsprogramma's laten het hele onderwerp onaangeroerd. Het is voor niet-specialisten heel moeilijk vast te stellen hoe gevaarlijk of hoe heilzaam het pad is dat het kabinet wil bewandelen. Komen bedrijfsleven en hoogleraren/belastingadviseurs vooral op voor financieel eigenbelang? Of heeft VNO-secretaris Timmermans gelijk als hij Van Amelsvoort verwijt dat die zich onbewust tot een loopjongen maakt voor de Amerikaanse handelspolitiek in plaats van zich hard te maken voor het Nederlandse bedrijfsleven? De ongewoon felle uithalen van het VNO maken duidelijk dat het om grote belangen gaat. Het afwegen daarvan wordt er niet gemakkelijker op nu Financiën weigerde in te gaan op de uitnodiging van de Erasmus-Universiteit om het plan op de studiemiddag toe te lichten.