Encycliek is pleidooi tegen het ethisch relativisme

ROERMOND, 6 OKT. “Een schitterend document. Helder en duidelijk. Het komt niet vaak voor dat een pauselijke encycliek in zo'n relatief eenvoudige taal geschreven is als deze.” Dr. W. Eijk, docent moraaltheologie aan het seminarie van 's-Hertogenbosch en tevens verbonden aan Rolduc, is erg te spreken over de gisteren gepresenteerde encycliek Veritatis Splendor, de glans van de waarheid.

De encycliek, waaraan de paus zes jaar heeft gewerkt, is gericht tot de bisschoppen. In zijn schrijven keert paus Johannes Paulus II zich onder meer tegen het "ethisch relativisme', dat zich uit in de stemmming "alles moet kunnen'. Kardinaal Simonis zei gisteren te hopen dat de encycliek een aanzet vormt tot een “vernieuwd denken” over waarden en normen.

De moraaltheoloog Eijk is een van de weinigen die de encycliek al helemaal heeft gelezen. “Het heeft me twee dagen gekost en ik moet zeggen dat ik mij in mijn colleges gesterkt zal voelen door dit schrijven. Hier spreekt niet alleen de taal van het gezag, er worden ook theologische en filosofische argumenten aangedragen om de onjuistheid van bepaalde stromingen aan te tonen.”

Het gaat dan bijvoorbeeld om stromingen die de intrinsieke en onverbrekelijke band tussen geloof en moraal in twijfel trekken. Volgens paus Johannes Paulus II achten vertegenwoordigers van deze theologieën een zeker moreel subjectivisme verenigbaar met de rooms-katholieke leer. Hij schrijft dat deze niet nader aangeduide stromingen wortelen in een denken dat de menselijke vrijheid loskoppelt van haar “essentiële en fundamentele” relatie met de objectieve waarheid, de “waarheid die God met zijn Schepping geschonken heeft”. Door het loskoppelen van beide wordt de vrijheid tot iets absoluuts zonder enige relatie met de waarheid, aldus de encycliek, die stelt dat de katholieke theologie geen aanknopingspunt biedt voor deze denkrichting.

Eijk: “Het absolute vrijheidsideaal staat haaks op de verantwoordelijkheid die ieder mens heeft jegens zijn omgeving. Je bent vrij, maar tot op zekere hoogte. Deze encycliek wil de mensen tot nadenken aanzetten met het oogmerk dat zij de waarheid leren kennen. Natuurlijk, het staat mensen vrij dit schrijven te accepteren of te verwerpen. De kerk is geen dictator. Zij heeft wel tot taak de waarheid te ontdekken en te onderwijzen vanuit de Heilige Schrift.”

In de encycliek wordt stelling genomen tegen handelingen die nimmer het predikaat "goed' verdienen, zoals vrouwenhandel, prostitutie, het willekeurig arresteren van mensen en foltering. Ook abortus, euthanasie en zelfmoord vallen onder deze noemer.

In de encycliek wordt ook stelling genomen tegen de stroming die stelt dat alvorens een moreel oordeel uit te spreken het doel, de intenties en de omstandigheden van het handelen in ogenschouw genomen moeten worden. “Hiermee wordt voorbijgegaan aan de specifieke omstandigheden waarin een individu kan komen te verkeren en op grond waarvan hij of zij wel tot een bepaalde beslissing móet komen, ook al druist die beslissing in tegen wat van hogerhand wordt gezegd”, meent de Nijmeegse hoogleraar kerkelijk recht K. Walf, die de encycliek overigens zelf nog niet heeft gelezen.

De voorzitter van de Acht Mei Beweging H. Wasser zegt in een eerste reactie dat “het goed is om na te denken over het probleem van goed en kwaad”. Wel vindt zij het jammer dat de encycliek nauwelijks ruimte laat voor discussie, en dat de rol van (moraal)theologen wordt beperkt tot het uitleggen van de rooms-katholieke leer “terwijl zij juist in gesprek zouden moeten gaan”.