Encouragements

Toen Patrick de Franse dorpsschool verliet om naar het "collège' te gaan beloofde ik: “Wanneer je een gemiddelde van 14 haalt (in Frankrijk gaat het tot 20) dan krijg je...”, “een motortje als ik 14 word”, vulde hij zelf aan. Daar droomde hij toen al van. Zo'n 50cc scooter waar je hier zonder rijbewijs op mag rijden zodra je 14 bent.

Hij werkte goed op zijn collège en zijn cijfers schommelden tussen de 13 en 14. Toen ging ik langzamerhand voelen hoe tegenstrijdig mijn belofte was. Aan de ene kant de vreugde voor het goede werk op school. Aan de andere kant de groeiende angst voor die scooter: 90 kilo, kan officieel niet harder dan 45, maar met een paar slimme handgrepen pep je hem op tot 75. Verkeersregels hoef je niet te kennen.

En dat alles voor een 14.

Van alles heb ik geprobeerd om het beloofde nog wat uit te stellen: “In Nederland zijn ze zo verstandig dat je er pas met 16 op mag.” Maar dat vond hij jeugdonvriendelijk en intussen bleef hij zijn best op school doen. Onder zijn kwartaalrapporten schreef de directeur lovend: "Encouragements'. "Weer een scootertje uit de bocht gevlogen', las ik in Nice Matin.

Ik wil niet zeggen dat ik toen ben gaan hopen dat hij op school wat minder goed ging werken. Maar voor mij is, bij nader inzien, een 13 wel voldoende. “Moet het echt een 14 zijn? Ga je bij 13,9 principieel doen?” vroeg mijn zoon.

“Dat zullen we wel zien als het zover is. Maar lager dan 13,9 ga ik zeker niet”, besliste ik hardvochtig.

Dit jaar werd hij 14. Eerste kwartaal 13,8. Tweede 13,7.

Hij was intussen al dik bevriend geworden met de scooterdealer in Golfe Juan. Had precies uitgekozen welke het moest worden. Of ik vast eens mee ging kijken? Nee, eerst waarmaken.

Een paar dagen voor zijn eindrapport zei hij: “Ik ben heel goed met de gymnastieklerares. Ik heb haar verteld van dat scootertje en die 14. Ze heeft me een 19 beloofd, want ze vindt me echt heel sportief.”

Op Franse middelbare scholen tellen alle cijfers even zwaar, tekenen net zo zwaar als wiskunde, gym net zo zwaar als Duits. Die 19 kon dus net het zetje zijn dat de weegschaal liet doorslaan naar de scooter.

Eindresultaat: hij was veertien en hij kwam thuis met een gemiddelde van 14,1. Uitstekende leerling, stond onder het rapport, ga zo door!

We gingen de scooter bij de nu bevriende dealer kopen. De verplichte helm (500 gulden) kreeg ik er gratis bij. Maar het onverwoestbare slot (120 gulden) moest ik wel betalen. Bij het afscheid waarschuwde de scooterverkoper me: “Het is heel moeilijk om hem tegen diefstal te verzekeren. Dat doen ze alleen als je al een goede klant bent. Want je hebt aan de Côte d'Azur wegpiraten. Knapen van een jaar of achttien die op een Vespa rondrijden. Zien ze ergens op een stille weg een nieuwe scooter met een jongetje dat ze best aankunnen dan rijden ze hem klem. Slaan hem van zijn motortje, en verdwijnen ermee.”

Dat wist ik. Dit soort knapen heeft Patrick al eens het nieuwe petje, dat hij net van zijn oom had gekregen, van zijn hoofd gerukt. In hartje Cannes.

Ik belde naar de verzekering van onze auto. De vrouw die daar werkt is de moeder van een jongen die bij Patrick in de klas zit. Ze schrok. “Heeft u dat echt gedaan? Jean-Pierre is ook 14 geworden. Kreeg ook encouragements op school. Maar ik heb nee gezegd. Door mijn vak weet ik hoe gevaarlijk die scooters zijn. Wanneer hij nu hoort dat Patrick er wel een heeft gekregen begint hij zeker opnieuw. U brengt me in de allergrootste moeilijkheden.”

Ze had gelijk.

Ik verdenk haar ervan dat ze me de all-riskverzekering daarna zo duur en zo afschrikwekkend mogelijk heeft voorgesteld. Misschien zou ik dan alsnog... “Wanneer Patrick tegen een boom oprijdt”, zei ze, “is dat niet goed. Dan betalen we niet uit. Er moet altijd een tegenpartij zijn. Rijdt hij tegen een vrachtwagen dan is dat wel goed. Dan betalen we wel.”

Dit leek me een geruststellend idee.

Later belde ze me terug dat ze me 30 procent korting gaf. Patrick en Jean-Pierre waren immers vriendjes.

We hebben nu het felrode monster in huis. Patrick is volstrekt gelukkig. Hij maakt kleine tochtjes. Op zijn verzoek rijd ik met de auto achter hem aan. Om me te tonen hoe aardig hij de verkeersregels al begint te kennen. Maar speciaal ook als body guard vanwege de wegpiraten.

Hij rijdt inderdaad voorzichtig. En ook op stille wegen hebben zich nog geen rovers vertoond.

    • Jan Brusse