Een dieet van vis, slangen en bladeren

Tijdens zijn werkbezoek aan Suriname is minister Ter Beek van defensie ook het oerwoud ingetrokken om een oefening mee te maken.

BOSBIVAK, 6 OKT. “Als straks de Nederlandse mariniers hier komen trainen zullen we vlug zien wie van ons tweeën het beste overleeft in het oerwoud. Wij bouwen slaapplaatsen van bamboe en palmbladeren. Het ligt wel hard maar je kunt beter op harde balken slapen dan vrijen met een slang”. Aldus majoor Richard Krak bij de rondleiding in het Ayoko-kamp een paar kilometer ten zuiden van het Surinaamse vliegveld Zanderij tegen minister Ter Beek en zijn kleine gezelschap uit Nederland.

Boobytraps, valkuilen, het koken van bladeren, slangen en ter plekke gevangen vissen, met een standaarduitrusting die zo klein mogelijk is. Stokken en bamboetwijgen moeten zij zelf hakken en gebruiken om een kleine overnachtingsplaats in te richten. De mariniers zullen een trektocht van tachtig kilometer door de jungle maken en iedere nacht op een andere lokatie overnachten. “Wij hebben geen helikopters om gebraden haantjes in te vliegen dus iedere man moet zelf maar zorgen dat hij overleeft”, zegt Krak.

Half oktober vertrekt het eerste peloton Surinaamse infanteristen naar Curacao om samen met Nederlandse mariniers te trainen. Ook Jamaicanen en Franse mariniers doen aan die oefeningen op de Antillen mee. Het Surinaamse leger, zegt bevelhebber Arthy Gorré zal zich in de regio moeten manifesteren “zodat wij bij natuur- of verkeersrampen gezamenlijk kunnen optreden. Lang waren we geïsoleerd maar de opbouw van het Surinaamse leger houdt in dat we ons omvormen tot een ontwikkelingsleger”.

Hij geeft toe dat het moeilijk is om een leger van 4000 man terug te brengen tot minder dan 2000. “Het is heel simpel bij ons militairen. Wie niet voldoet moet opstappen. Natuurlijk zijn wij verplicht te zorgen voor een afvloeiingsregeling. Het Surinaamse volk zal een leger krijgen waar het recht op heeft”.

Om het moreel van de troepen te steunen biedt minister Ter Beek van Defensie in de Memre Boekoe-kazerne, waar legerleider Bouterse vlammende redevoeringen hield, aan de swingende militaire kapel van 24 man een trompet aan. Meer muziekinstrumenten zullen volgen zo belooft hij de muzikanten die wegmarcheren onder een sambadeuntje.

“Waar het hier om gaat”, zegt Gorré in een klaslokaal, “is om kader te kweken dat de manschappen kan motiveren. Daar zijn we nu druk mee bezig. We hebben hier uitstekende mensen maar aan hen zijn we verplicht om ze ook goed voor te bereiden op hun nieuwe taak”.

Bij de officiersopleiding wordt de vraag op het schoolbord geschreven waarom er op vrijdag zoveel ziekteverzuim is. Veel soldaten hebben een tweede baantje omdat hun soldij te gering is. Het weekend wordt soms al op donderdag ingezet. “Wat gaan we daaraan doen,” vraagt de kapitein. De klas zwijgt.

In de kantine maakt minister Ter Beek kennis met een soort soldatenvakbond. Zij mogen zich niet inlaten met arbeidsvoorwaarden. Zij zoeken sponsors om de kantine op te knappen. Daarvoor moeten ze bij het Surinaamse bedrijfsleven zijn en op zijn beurt mag dat advertenties op de muren van het ontspanningslokaal zetten: “ook voor onze voorhoedestrijders een goed dak boven het hoofd”, was getekend Bruynzeel.

Aan het eind van de dag maakt Ter Beek nog een vaartochtje op de Surinamerivier met de enige boot van de marine die nog vaart. De zon zakt ver aan de einder. Plotseling lijken de huizen van Paramaribo in het strijklicht beter in de verf te zitten. Het is patrouilleboot 402. Op 25 februari 1980 werd met het 40 millimeter-kanon van dit schip het hoofdbureau van politie in brand geschoten en was de revolutie van Bouterse een feit. Nu wordt er aan boord van het schip, in de schaduw van Fort Zeelandia waar een kleine twee jaar later de decembermoorden plaatsvonden, onderhandeld of Nederland geen fondsen beschikbaar heeft om dit schip met een paar zusterschepen alsnog op te knappen. Echte beloftes worden niet gedaan.

In de ochtend had Ter Beek in het parlement een gesprek met voorzitter Lachmon en NDP-afgevaardigde Kruisland. Ze hadden waardering voor de Nederlandse inspanning op defensiegebied maar vroegen om de gestoorde hulprelatie zo snel mogelijk te herstellen. “Nederland mag niet lijdelijk toezien hoe Suriname in een economische teruggang verstikt”, eisten ze van Ter Beek. Tijdens een gesprek met Fred Derby, leider van de kleine Surinaamse Partij van de Arbeid, heeft minister Ter Beek aangegeven waarom Nederland de betalingsbalanssteun in juni aan Suriname heeft gestaakt. Eerst moet Paramaribo met een beter aanpassingsprogramma komen. Na afloop zei Derby, die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van het raamverdrag, dat het misverstand tussen Nederland en Suriname "opgeruimd' moet worden. Hij betreurt het dat in het raamverdrag geen voorziening is getroffen voor een geschillencommissie. Hij eist van Nederland dat het niet opnieuw net zoals in 1982 eenzijdig allerlei maatregelen neemt zonder veel uitleg. “Eerst zegt Den Haag eenzijdig in juni dat we geen geld meer krijgen voor betalingsbalanssteun en dan draagt het ons op om weer, eenzijdig, slechts met het Internationale Monetaire Fonds in zee te gaan. Als twee landen zo duidelijk laten blijken dat ze goed met elkaar willen verkeren dan treedt je gewoon zo niet op. We moeten zien hoe we dat weer vlot trekken”, aldus Derby.

    • Willebrord Nieuwenhuis