De Conservatieve sleutels naar ontroering

BLACKPOOL, 6 OKT. Engelen en palmtakken waren gisteren prominent aanwezig in Blackpool - de plaats waar een verscheurde Conservatieve Partij haar 110de jaarlijks partijconferentie houdt. Niet alleen verguld en aan de muren van de neo-klassieke feestzaal in de Winter Gardens. Nee, het was ook een en al vrede en harmonie op het podium en onder de congresgangers zelf, precies zoals de partijleiding dat gewild had.

Minister na minister betuigde zijn loyaliteit aan premier John Major. Geen wanklank viel over privatisering van British Rail of zelfs over Europa. Applaus klaterde op of er niets aan de hand was. In de kokon van Blackpools Wintertuin werd het paradijs van een partij at ease with itself opnieuw uitgevonden.

Eén stap buiten deze Hof van Eden zag de wereld er heel anders uit. Daar was een enorme distel verrezen die een merkwaardige schaduw wierp over al dat vertoon van eenheid binnen. In een klassieke primeur-van-een-anders-ondermijnende actie drukte de Daily Mirror gisterochtend de eerste smakelijke details uit de memoires van Lady Thatcher af. Dat bedierf allereerst de pret van de Sunday Times, die met uitgever Harper & Collins 3,5 miljoen pond voor Thatchers herinneringen heeft neergeteld in ruil voor het recht tot voorpublikatie - maar pas na de conferentie.

Maar het maakte ook John Major belachelijk, die op dit congres een wederopstanding van zichzelf als sterk politiek leider moet ensceneren. Als de citaten uit de Daily Mirror juist zijn, vond Thatcher Major altijd al kleingeestig, politiek naief en een intellectueel lichtgewicht - en desondanks nog de best beschikbare politicus om haar op te volgen.

Een rechter heeft inmiddels in kort geding bepaald dat de Daily Mirror in het openbaar belang gehandeld heeft door Thatchers uitlatingen te publiceren. De krant is om die reden niet strafbaar wegens het schenden van het copyright van de Sunday Times. De rechter overwoog dat de Tory-conferentie beoogt eenheid te suggereren, terwijl gebrek aan eenheid de rechtvaardiging voor publikatie in de Daily Mirror is. “Het algemeen belang weegt in dit geval zwaarder dan de regels van vertrouwelijkheid”, aldus de rechter.

Het moet zijn dat de Daily Mirror een pro-Labour krant is, en daarom taboe voor Conservatieve partijgangers, want weinigen in de conferentiezaal leken zich gistereb iets gelegen te laten liggen aan Thatchers definitie. Het applaus bij Majors entree op het podium was dun, maar naarmate de dag vorderde en ministers meer hun best deden, werd het voller en aan het eind van de dag klonk het zelfs enthousiast.

Wie vaker naar de traditionele congressen van Labour en Tories aan het begin van het politieke seizoen is geweest, weet dat elk van de partijen speciale codewoorden heeft die trefzeker de diepste gevoelens van de toehoorders raken. Bij Labour zijn het de termen suppressed, struggle en strife die de afgevaardigden de tranen in de ogen doen springen. De uitsmijter: “We can and we shall” krijgt een zaal vol socialisten gegaranderd voetstampend overeind. Bij de Conservatieven drukken door de wol geverfde bewindslieden op andere knoppen: het woord proud en de zinsneden this nation is leading in Europe en Great-Britain is great again maken dat zelfs verstokte sceptici niet op hun handen kunnen blijven zitten - en de ministers die gisteren het spits mochten afbijten, maakten ruimschoots gebruik van die sleutels naar ontroering.

John McGregor, de minister van vervoer, was “trots te hebben gediend onder Margaret Thatcher en trots te dienen onder John Major” en kreeg daarmee de eerste ovatie van de dag. Anderen volgden zijn voorbeeld. De partijvoorzitter, Norman Fowler, heeft helaas een spraakgebrek. Gweat Bwitain will be gweat again, zei Fowler, maar hij emotioneerde niet minder.

De partijleiding had er alles aan gedaan om te benadrukken dat dit het congres moest worden waarop een streep wordt gezet onder twaalf maanden ellende en onderling gekissebis. Welke instructies de ministers daartoe gisteren hadden meegekregen was duidelijk: smeedt eenheid door te wijzen op de vijanden die we allen gemeenschappelijk hebben. In willekeurige volgorde: de Liberale Democraten en de media. De Liberalen omdat zij gevaarlijk inlopen op de Conservatieven in hun land van herkomst: zuidelijk Engeland. De media omdat zij aandacht besteden aan de opstandige uitlatingen van de “duivels in de marge”, de kleine groep MP's op rechts die John Major in een houtgreep hebben vanwege zijn geringe meerderheid in het Lagerhuis. De zaal applaudiseerde tegen beide doelgroepen even hartstochtelijk.

En toch, de congresleiding mocht het debat dan zo geënsceneerd hebben dat de verwachte kritiek op de privatisering van British Rail en de toekomst van Groot-Brittannië in Europa vrijwel uitbleef, er was voor het eerst in de laatste zes jaar iemand die opstond om te protesteren dat “de moties niet de gevoelens in de partij weergeven”.

“Dank u”, zei Dame Wendy Hillier, die elk jaar als congresleidster op elke nieuwe dag van het congres opzien baart met weer een nieuwe Conservatieve jurk, “dank u. Laten we er een wonderful conference van maken.”