Burgerbevolking is grootste slachtoffer Liberiaans drama

De burgerbevolking is het grootste slachtoffer van het Liberiaanse drama. Sinds het uitbreken van de oorlog in december 1989 verloren een geschatte 150.000 mensen het leven, een derde van de 2,6 miljoen Liberianen raakte ontheemd. De recente geschiedenis van dit Westafrikaanse land sleept zich van het ene bloedbad naar het andere. Wreedheden worden zonder schaamte begaan. Barbaars geweld vormt de leidraad voor iedere militaire groepering in Liberia.

In 1979 kwam er abrupt een einde aan de politieke stabiliteit van het in 1847, door uit Amerika teruggekeerde ex-slaven, gestichte Liberia. Het leger van president William Tolbert opende in Monrovia het vuur op betogers die protesteerden tegen de hoge voedselprijzen. De regeringstroepen wierpen de tientallen slachtoffers in een nabijgelegen lagune. De 28-jarige militair Samuel Doe bestormde in het volgende jaar met zestien kameraden het presidentiële paleis en vermoordde Tolbert in zijn slaapkamer. Met deze staatsgreep kwam een einde aan de overheersing door de nazaten van de ex-slaven, de zogenaamde Americo-Liberianen. Doe liet enkele voorname Americo-Liberianen executeren op het strand bij Monrovia. Hij sommeerde de Liberiaanse televisie om een verslag te maken van de executies.

Op tweede kerstdag in 1989 opende de 41-jarige Charles Taylor bij de grens met de Ivoorkust de tegenaanval. Het regeringsleger, bijgestaan door Amerikaanse militaire adviseurs, trok daarop opnieuw een spoor van vernietiging en geweld door het woongebied der Ghio's. Taylor recruteerde duizenden teenagers die op hun beurt wraak namen op leden van Doe's stam, de Krahn, en op de Madingostam. Het slecht opgeleide, ongedisciplineerde voddenleger van Taylor nam in korte tijd vrijwel het gehele land in. Maar het presidentiële paleis in Monrovia bereikte Taylor net niet.

Een van het NPFL afgesplitste factie onder leiding van de ongeletterde Prince Johnston kwam net iets eerder aan bij de hoofdstad. Hij slaagde erin om Taylor op afstand te houden. Wekenlang heerste er een totale gewapende anarchie in Monrovia. Buitenlanders en het personeel van alle ambassades lieten zich evacueren. De eer was aan Prince Johnston om in september 1990 Doe in een valstrikt te lokken en gevangen te nemen. Prince Johnston sneed de oren van Doe af en martelde hem langzaam dood. Hij liet het tafereel vastleggen op videocassette, waarop te zien valt hoe een bebloede en huilende Doe in onderbroek smeekt zijn leven te sparen.

Het gedemoraliseerde regeringsleger vermoordde honderden ontheemden in een Lutherse kerk in Monrovia die daar bescherming hadden gezocht. Gedeserteerde regeringssoldaten hergroepeerden zich en vormden de Verenigde Bevrijdingsbeweging voor Democratie (ULIMO) en trokken plunderend en moordend door de laatste nog niet door het NPFL veroverde gebieden. Bloedbad volgde op bloedbad. De uit 16.000 soldaten bestaande Westafrikaanse vredesmacht Ecomog, die grotendeels uit Nigerianen bestaat, greep in en raakte vrijwel onmiddellijk bij de gevechten betrokken.

Na het verbreken van een staakt-het-vuren eerder dit jaar ging Ecomog samen met ULIMO en de restanten van het regeringsleger in de aanval tegen Taylors NPFL. Nigeriaanse vliegtuigen bombardeerden een voedselkonvooi van internationale hulporganisaties, ziekenhuizen en andere burgerdoelen in NPFL-gebied. Nigeriaanse oorlogsboten bestookten dorpjes aan de kust. Op een verlaten rubberplantage bij Harbel in een door Ecomog gecontroleerd gebied roeiden op een nacht in juni jongstleden regeringssoldaten ruim vierhonderd ontheemde burgers uit.

Na een serie nederlagen tekende in juli het NPFL in Cotonou een vredesakkoord met de Liberiaanse interim-regering van Amos Sawyer en met ULIMO. Taylor controleert nog slechts zeventig procent van 's lands grondgebied. Volgens het vredesverdrag komen vijfhonderd militaire waarnemers van de Verenigde Naties toezien op het bestand en de ontwapening van alle Liberiaanse partijen. Er worden plannen gemaakt om zorg te dragen voor een geschatte 10.000 kindersoldaten. Ongeveer 4000 troepen uit Zimbabwe, Egypte, Botswana en Tanzania zullen zich aansluiten bij Ecomog om de ontwapening uit te voeren. Verkiezingen dienen binnen zeven maanden plaats te vinden.

De Canadese generaal Ian Douglas, het hoofd van de ploeg VN-waarnemers, van wie er inmiddels dertig zijn gearriveerd, spreekt van “een gevaarlijke vredessituatie” en over troepenbewegingen aan het front. Volgens hem is het “absoluut uitgesloten dat er meer VN-troepen naar Liberia komen, want de VN hebben teveel verplichtingen elders in de wereld”. Hoewel Ecomog partij heeft gekozen tegen het NPFL zal deze Westafrikaanse vredesmacht dus in afwezigheid van VN-troepen tevens als neutrale arbiter moeten gaan functioneren.