Badmintonploeg zoekt plaats in Europese top

NIEUWEGEIN, 6 OKT. Huub Franssen acht zijn nationale badmintonploeg bijna rijp voor de Europese top. Kort voor de Dutch Open, die sterker bezet is dan ooit tevoren, vindt de bondscoach dat zijn topspelers momenteel een team kunnen vormen, dat kan wedijveren met Zweden en Engeland. “Alleen Denemarken is echt nog te sterk.”

Franssen nam na de Olympische Spelen van Barcelona het roer over van Martijn van Dooremalen, die na een zevenjarige periode als bondscoach de topsport-coördinatie voor zijn rekening ging nemen. De 40-jarige Limburgse leraar besloot meteen een strakker regime in te voeren, reden waarom hij inmiddels al de bijnaam "Meester Huub' heeft gekregen. Franssen moet er om glimlachen: “Ik draag natuurlijk een verleden van zestien jaar als leraar met me mee, maar de roede hanteer ik niet. Als men mijn strengheid vertaalt naar een consequent en duidelijk beleid, dan klopt het weer wel. Want zo stel ik me op. Ik wil eruit halen wat erin zit en mijn bedoelingen moeten volstrekt helder zijn.”

Dat heeft al tot een kleine schoonmaak in de nationale badmintonselectie geleid. Spelers die te weinig trainingsuren konden maken omdat ze andere prioriteiten stellen, zijn verwijderd. Evenzo geldt dat voor spelers die in de ogen van Franssen te weinig mogelijkheden voor de toekomst hebben. Ongeacht hun leeftijd.

Gezien de veranderde internationale verhoudingen was zo'n beleid hoognodig, vindt Franssen. “Toen badminton nog niet olympisch was, hoefde het allemaal niet zo strak. Wij hielden onze riante positie in Europa toch wel vast. Je hoefde in ieder geval niet altijd al te strenge normen aan te leggen voor de selectiespelers. Maar dat is allemaal radicaal veranderd. Al voor Barcelona zijn ze in een heleboel Europese landen werkelijk keihard gaan trainen. Er wordt veel geld in de sport gepompt en met die nieuwe concurrentie moeten we serieus rekening gaan houden. Binnen niet al te lange tijd kunnen Duitsland en Frankrijk doorbreken.”

De alarmbel heeft in Nederland geluid en dat heeft ook al geleid tot meer specialisatie. “Sommige spelers komen alleen nog maar in dubbels uit. Tot voor kort hadden we in Erica van den Heuvel en Eline Coene een werelddubbel en dat was het wel zo'n beetje. Maar dat moet gaan veranderen. Spelers als Quinten van Dalm, Ron Michels, Nicole van Hooren en Erica van den Heuvel spelen in het vervolg internationaal alleen dubbels. Dat zal op termijn onze positie aanzienlijk gaan versterken.”

Tijdens de komende open Nederlandse kampioenschappen, die morgen in sporthal de Maaspoort in Den Bosch beginnen, had Franssen graag met zijn ploeg willen pronken, maar gezien de sterkte van het deelnemersveld ligt dat niet in de lijn der verwachtingen. De halve wereldtop is immers van de partij tijdens de 46ste editie, met de olympische kampioenen Susi Susanti en Allan Budi Kusuma uit Indonesië als meest tot de verbeelding sprekende deelnemers.

En de concurrentie met Azië kan de Franssen-formatie nog lang niet aan. De vraag is zelfs of de Limburger dat in zijn voorlopig vier jaar lange contractperiode nog wel gaat meemaken. De achterstand met landen als Indonesië, Zuid-Korea en China lijkt onoverbrugbaar. Het is een kwestie van aantallen spelers en ongetwijfeld ook van budgetten, weet Franssen. “In Azië zijn miljoenenbudgetten. En daar kunnen wij alleen maar van dromen. In Indonesië is badminton zo'n beetje de belangrijkste sport. Toen Susanti en Kusuma vorig jaar goud wonnen brak er een spontaan volksfeest uit.”

Bij de laatste wereldkampioenschappen presteerde het Nederlands team in de "slipstream' van de groten toch heel aardig met een tweede plaats in de B-poule, en een achtste plaats in de eindrangschikking. Die prestatie kwam zonder de internationaal gestopte Eline Coene en ook zonder Jeroen van Dijk tot stand.

Coene is na het behalen van het hoogste trainersdiploma inmiddels assistent-bondscoach. En de 22-jarige Rotterdammer Van Dijk, die vorig jaar nog verrassend finalist was bij de Dutch Open, raakte in de versukkeling. De loodzware trainingen werden niet voldoende afgewisseld door rustperiodes en dat kwam hem op een langdurige rugblessure te staan. Hij zal waarschijnlijk wel meespelen in Den Bosch, maar een hoofdrol mag niet van hem worden verwacht.

Waarschijnlijk wel van Chris Bruil, die het laatste half jaar uitmuntend speelt en door overwinningen bij de Ierse en bij de Oostenrijkse Open inmiddels de mondiale top-25 heeft bereikt. Een maand geleden versloeg hij ex-Europees kampioen Hall uit Engeland. Zijn 24ste plaats op de wereldranglijst kan hem bij de Dutch Open een beschermde positie opleveren.

Bruil is beroepsspeler. Een belangrijk deel van zijn inkomsten komt uit Duitsland vandaan. Hij speelt voor de Bundesligaclub Düsseldorf. “In de Duitse competitie ligt een fantastische uitdaging,” vindt Bruil. “Er zijn Denen, Engelsen, Indonesi-ers en Chinezen in de teams. Dat stimuleert enorm.”

    • Ted van der Meer