Aansluiting tusssen opleiding en werk is "nooit optimaal'

ROTTERDAM, 6 OKT. Werkgevers hebben het liefst een schoonmaker met een athenaeum-diploma. Dat is een veelgehoorde klacht op het Arbeidsbureau in Rotterdam. Ook bedrijven hebben de neiging een steeds hogere opleiding te eisen van sollicitanten. Daardoor ontstaat bij veel mensen onzekerheid om te solliciteren.

Een kwart van de Nederlanders vindt dat zij op school te weinig hebben geleerd om in hun dagelijks werk goed te kunnen functioneren. Dat is één van de uitkomsten van een onderzoek wat het Sociaal en Cultureel Planbureau onder tweeduizend mensen hield. Drs. H.M. Bronneman-Helmers, schrijver van het gisteren verschenen rapport, vermoedt dat “vooral oudere werknemers dat gevoel hebben omdat ze een achterstand kunnen hebben opgelopen in bedrijfstakken waar zich de laatste jaren veel veranderingen hebben voorgedaan.” Zij denkt daarbij aan beroepen in de administratieve sfeer, waar de automatisering haar intrede heeft gedaan, en aan het onderwijs, waar leraren hun kennis regelmatig bijspijkeren.

Eén ding blijkt in elk geval uit het onderzoek zonneklaar: mensen hechten meer dan vroeger belang aan een goede aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt. “Minder mensen dan in de jaren zeventig vinden dat een opleiding erop gericht moet zijn mensen te leren hun vrije tijd zinvol te besteden. Het accent ligt nu op de arbeidsmarkt”, aldus de onderzoeker.

Dr. S. van der Ploeg, die de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt bestudeert, is niet verbaasd dat een kwart van de Nederlanders zich te laag opgeleid acht. “Het percentage valt me nog mee. Het is bekend dat de aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt nooit optimaal is. Er zijn te veel mensen die te veel leren, en steeds meer mensen krijgen steeds minder voor hun opleiding terug.”

Aan de relatie tussen opleiding en arbeidsmarkt schort wel het een en ander, zo is ook de ervaring van het Arbeidsbureau in Rotterdam. Een woordvoerder meent dat er veel vooroordelen bestaan over mensen die hun opleiding aan het voorbereidend beroepsonderwijs niet hebben afgemaakt. “Dat betekent niet dat ze geen capaciteiten hebben.”

De Vereniging van Nederlandse Ondernemingen VNO beaamt dat vooral in tijden waarin het aanbod aan arbeidskrachten groot is, werkgevers de voorkeur geven aan mensen met een zo hoog mogelijke opleiding. “Je probeert natuurlijk op safe te spelen”, aldus een woordvoerder. Het VNO stelt sinds tien jaar geleden, toen een commissie onder leiding van Shell-topman Wagner het gebrek aan aansluiting tussen opleidingen en bedrijfsleven aan de orde stelde, beroepsprofielen op waar met name middelbare beroepsopleidingen zich naar kunnen richten.

Over het effect daarvan is de werkgeversorganisatie niet ontevreden. Daarbij is het niet de bedoeling dat opleidingen iedere ontwikkeling in het bedrijfsleven op de voet volgen. “Ze hoeven van ons niet de laatste truc met een laatste nieuwe machine te kunnen uithalen, want over vijf jaar is die machine weer door een andere vervangen”, aldus de woordvoerder. “Maar kennis van techniek is er in het algemeen nog te weinig. Nog steeds kiezen in het reguliere onderwijs veel te weinig scholieren een technische studie.”

Onderzoeker Van der Ploeg, werkzaam bij het onderzoeksbureau Regioplan in Amsterdam, kan zich wel vinden in de wens van werkgevers naar hoog opgeleiden. “Het ligt voor de hand om te denken dat iemand die bijvoorbeeld sociologie heeft gestudeerd zich sneller iets eigen kan maken dan iemand die geen universitaire opleiding heeft. Maar of het in de praktijk ook altijd zo uitwerkt, daarover zijn de geleerden het nog niet eens.”