Wraak van China voor bedilzucht VS

Chinese beulen maakten vorige week overuren. Vóór de viering van de onafhankelijkheidsdag, op 1 oktober, moest een achterstand in het aantal executies van criminelen worden weggewerkt. In enkele dagen tijd werden ten minste honderd mensen, na korte processen, met een pistoolschot in de nek ter dood gebracht. Onder hen acht jonge accountants die waren veroordeeld wegens zwendel.

De vele executies in de Volksrepubliek - waarbij van een eerlijke procesgang geen sprake is, de verdachten hebben geen advocaten - stuiten met name de Verenigde Staten tegen de borst. Uit Washington vloeit een constante stroom van kritiek in de richting van Peking over schendingen van de mensenrechten, verboden wapentransacties en andere "overtredingen' van veelal ongeschreven regels. Daaronder ook het Amerikaanse moratorium op kernproeven. Vandaag heeft China die "regel' overtreden en naar het zich laat aanzien, met opzet.

De Chinese communistische regering ergert zich al jaren aan de Amerikaanse bedilzucht. China telt meer dan een vijfde van de wereldbevolking en daaraan ontleent het bewind een speciale status: "wij doen wat wij willen en niemand kan ons de wet voorschrijven'.

In het China-beleid van de VS is ondanks een wisseling van de wacht nauwelijks verandering gekomen. James Baker, minister van buitenlandse zaken onder de vorige president George Bush, verwoordde in 1991 de mening van de hoofdstroom van de Amerikaanse politiek toen hij sprak over een “anachronistisch bewind” en een “overgangsituatie” in China. Ondanks de kritiek op de Chinese politiek, handhaafden de VS wel steeds de status van "meest begunstigde handelspartner' (MFN) voor China, die landen het recht geeft tegen de laagste invoertarieven de Amerikaanse markt te penetreren.

Bill Clinton kwam deze zomer driemaal in aanvaring met China. In augustus achtte Washington bewezen dat China onderdelen voor een ballistische raket had geleverd aan Pakistan en legde het de Volksrepubliek economische sancties op. In september verdachten de Amerikanen Peking ervan een vrachtschip met chemische wapens naar Iran te hebben gestuurd, ten onrechte, zo bleek later. En op de wereldconferentie mensenrechten in Wenen, in juni, hadden de VS zich hard opgesteld tegenover China. Dit kreeg een vervolg in uitspraken van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden en de Senaat tegen het houden van de Olympische Spelen van 2000 in Peking.

Vermoedelijk heeft de combinatie van deze incidenten, met als summum de uitspraken over de Olympische Spelen - waarvan Peking een grote publiciteitstunt had wilen maken - de Chinezen doen besluiten zich niets meer van de VS aan te trekken. Het doorzetten van de kernproef is de zoete wraak.

    • Lolke van der Heide