Weinig steun Westen voor missies CVSE

DEN HAAG, 5 OKT. Met de hem ingebakken diplomatieke distantie oefende Wilhelm Höynck, sedert 17 mei van dit jaar secretaris-generaal van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa, gisteren zware kritiek uit op het gebrek aan Westerse steun voor de activiteiten van zijn organisatie.

Gekwalificeerd personeel ter beschikking stellen voor missies van de CVSE “kan de echte test voor de vitaliteit en de geloofwaardigheid van de CVSE worden”, aldus Höynck. “Onze partners in Midden- en Oost-Europa zijn meer dan teleurgesteld over de Westelijke opstelling, met name met betrekking tot de geplande waarnemingsmissie naar Nagorny Karabach.” Voor deze missie, waarover in maart al overeenstemming werd bereikt, zijn meer dan vijfhonderd mensen nodig, maar tot eind vorige week waren er nog maar 181 beschikbaar gesteld, waarvan slechts dertig uit Westerse landen.

Höynck uitte zijn kritiek in een toespraak tot de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap. Hij waarschuwde voor al te hooggespannen verwachtingen met betrekking tot de CVSE. Zonder de betekenis te willen onderschatten van zijn organisatie, waarvan alle Europese landen, de Verenigde Staten, Canada en de republieken op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie lid zijn, pleitte hij voor realisme. “Als je te veel van de CVSE vergt, dan zal dat schade doen, en het schaadt al feitelijk haar werkelijke mogelijkheden.”

Dat de laatste tijd zo negatief over de mogelijkheden van de CVSE gedaan wordt, is voor Höynck, die vele jaren als lid en later voorzitter van de Duitse delegatie bij de organisatie actief is geweest, niet verrassend. “In de jaren zeventig werd ook niet erg positief over de CVSE gedacht. Ook tot mijn verrassing heeft de organisatie daarna een veel grotere rol gespeeld dan voorzien”, aldus Höynck. De kracht van de CVSE ligt, volgens haar secretaris-generaal, in haar zwakheid. De organisatie kan alleen bij consensus beslissingen nemen en de activiteiten van de organisatie zijn er steeds op gericht die consensus te bereiken. Met grote tevredenheid wijst Höynck op de activiteiten van de door de CVSE ingestelde Hoge Commissaris voor Minderheden, Max van der Stoel, “wiens activiteiten weliswaar weinig publieke aandacht krijgen, maar die van de Balten tot de Balken zeer zinvolle dingen doet.”

Höynck spreekt tegen als zou de CVSE een te zwaar accent leggen op herstel en behoud van de internationale veiligheid en te weinig aan mensenrechten doen. De constatering van het Nederlands Helsinki Comité dat de menselijke dimensie van de CVSE aan belang inboet ten gunste van de veiligheidsdimensie, bestempelt hij als onzin. “De menselijke dimensie blijft het hart van het CVSE-proces”, aldus Höynck, die in dat verband vooral wijst op de inspanningen ten gunste van de minderheden in Letland en Estland. Deskundigen helpen die landen bij de opstelling van goede wetten.