Vlaams Fonds voor de Letteren

Yang, 1993/3. 96 blz.ƒ17. Postbus 245 B-9000 Gent

Zo ontevreden als sommige Nederlandse schrijvers zijn over het Fonds voor de Letteren, zo jaloers zijn de Vlaamse op dit subsidie-instituut. Het tijdschrift Yang, naast DW&B het tweede Vlaamse literaire blad dat zich aan het opstoten is, heeft in het nieuwe nummer een uitvoerig interview met "cultuurpaus' Jozef Deleu, de man achter de Vlaams-Nederlandse stichting Ons Erfdeel en hoofdredacteur van de bladen Ons Erfdeel (1957) en Septentrion (1971).

Omdat ze vonden dat Filip Rogiers in zijn onlangs verschenen interviewboek Monologen met Jozef Deleu slechts als aangever had gediend zochten Dirk van Bastelaere en Hans Vandevoorde op hun beurt juist de confrontatie. Als horzels belaagden ze "De leu van Vlaanderen'. Waarom zit er geen vrouw in de redactie van Ons Erfdeel? Ligt er aan Stichting en blad geen Blut und Boden-opvatting ten grondslag? Is een "cultuurflamingant' niet ouderwets en eng? Mishandelt men de poëzie niet met een thematische ordening zoals in Deleu's Groot Gezinsverzenboek? Deleu, de "cultuurpoliticus zonder partij', laat zich door de beide Yang-redacteuren niet onder tafel werken. Hij probeert zelfs hen in eigen gelederen op te nemen - “Wij zijn een bedreigde diersoort. Met zijn allen zijn wij bedreigd. (-) Maar er zijn te veel intellectuelen die zich niet mengen in het debat over cultuur.” Deleu wil graag een Fonds voor de Letteren in Vlaanderen - "absolute verandering', "revolutie' - maar hij heeft zo zijn twijfels. “Vlaanderen is Nederland niet. We hebben andere politieke zeden, andere administratieve zeden, en een zeer inteelterige literatuur.” Elders in Yang laten Vandevoorde en Van Bastelaere zich overigens bepaald lovend uit over Deleu.

Yang opent met een fragment uit het ondoorgrondelijke gezamenlijke experiment van schrijver Pol Hoste en fotograaf Thomas Mistiaen dat verkocht wordt met de fraaie maar raadselachtige woorden “Figuratieve en narratieve lijnen lijken even vaag. Hierdoor wordt samengewerkt aan een scherpstelling en een verheviging van de emotionele uitspraak.” Bladert u liever meteen verder naar de fantastische en verrukkelijke korte verhalen van de Mexicaanse Juan Jos'e Arreola (1918), een en al samengebalde kracht, gratie en humor.

    • Margot Engelen