Virtuoos spel in hectische delen; Nieuwe dans van Fabre vol Bosch- achtige taferelen

Voorstelling: Da un'altra faccia del tempo door Troubleyn. Choreografie, regie, vormgeving: Jan Fabre; muziek: Eugeniusz Knapik, Sofia Gubaidulina en anderen; kostuums: Pol Engels, Jan Fabre; licht: Jan Dekeyser. Gezien: 29/9 Lunatheater, Brussel. Nog te zien: 13 en 14/10 Rotterdamse Schouwburg, Rotterdam.

Voetgeroffel begeleidde het eindapplaus van Da un'altra faccia del tempo. Dit huldebetoon voor de nieuwste produktie van de Vlaamse theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre werd niet ingezet door een Belgische claque, maar door een schare van Nederlandse bewonderaars die voor de première afreisde naar het smaakvol verbouwde en gerestaureerde Lunatheater in Brussel.

Sinds midden jaren tachtig is Jan Fabre bezig een operatrilogie te verwezenlijken. Twee delen van The minds of Helena Troubleyn zijn reeds klaar. Respectievelijk Das Glas im Kopf wird vom Glas (1990) en vorig jaar Silent screams, difficult dreams, waarin beelden die worden beheerst door een rigide symmetrie. Da un'altra faccia del tempo is bedoeld als een voortzetting van het dansdeel uit Silent screams, difficult dreams en loopt vooruit op de laatste aflevering van het drieluik dat is gepland voor 1995.

Maar tussen de bedrijven door heeft Fabre nog andere produkties gerealiseerd, zoals The sound of one hand clapping een choreografie gemaakt bij William Forsythes Ballett Frankfurt en het theaterspektakel Sweet Temptations. In beide werken breekt Fabre met de strenge composities die hij eerder toepaste. De afstandelijke esthetiek wordt hierin doorsneden met chaotische taferelen. Die momenten zijn er ook in Fabres nieuwe voorstelling, zodat Da un'altra faccia del tempo eigenlijk verwijst naar bovengenoemde stukken.

Weliswaar opent Da un'altra faccia del tempo met een groep dansers die in een traag tempo, langdurig dezelfde klassieke balletposes herhalen, maar daarna volgen er scènes die haaks erop staan. Mij deed het denken aan een schilderij van Jeroen Bosch. Kleine, naast elkaar geplaatste boosaardige taferelen. Gefascineerd dwaalt de blik van het stel copulerende mannen, naar zich vernederende vrouwen of de figuur (de moderne danser Marc Vanrunxt) die steeds opnieuw de scherven van een gebroken bord bijeen moet vegen.

De acteurs Els Deceukelier en Marc Van Overmeir spreken over de duivel, die wordt uitgebeeld door de oud-Forsythe danser Antony Rizzi. De twee spelers worden op gegeven ogenblik bedekt met 'teer' en veren. Stellen zij wildemannen, slachtoffers van een volksgericht of een uitheemse vogelsoort voor? Ik kon hen niet duiden.

Maar wellicht is dat ook de bedoeling niet van Fabre. Voor hem drukt dans geen emotie uit: “Het is een diepere vorm van plechtigheid.” Het ritueel komt tegen het einde van de voorstelling dan ook terug. In een hectisch dansdeel waar de invloed van William Forsythe duidelijk aanwezig is, voeren de dansers uiterst virtuoos in een hoog tempo hun bewegingscombinaties uit. Sommige schieten met grote sprongen over het toneel, dwars door de strakke formaties heen.

Echt ontspannen de voorstelling ondergaan is er deze keer bij Fabre niet bij. Hij staat op de kansel en roept hel en verdoemenis af over de ongelovige. In de slotscène deelt hij nog een laatste dreun uit met de profetie, dat de dolgedraaide wereld eerst aan diggelen moet voordat er uit de puinhopen iets puurs kan ontstaan.