Twee duo's strijden om leiderschap GroenLinks

AMSTERDAM, 5 OKT. GroenLinks heeft nog geen opvolger voor fractievoorzitter R. Beckers gevonden. Het referendum onder leden dat de opvolgingskwestie moest beëindigen leverde voor geen van de kandidaten een beslissende meerderheid op, zo bleek gisteravond tijdens een manifestatie van de partij.

In een nieuw referendum strijden twee duo's met elkaar: Groenlinks- en ex-CPN Kamerlid I. Brouwer en M. Rabbae, voorzitter van het Nederlands Centrum Buitenlanders contra de twee Groenlinks Kamerleden P. Rosenmöller en L. Sipkes. Geheel tegen de verwachting in behaalde het duo Brouwer/Rabbae in de eerste ronde waarin 7.400 leden schriftelijk hun stem uitbrachten, een groter percentage van de stemmen (36 procent) dan Rosenmöller en Sipkes (34 procent). De ex-havenactivist Rosenmöller was lange tijd favoriet. W. de Boer, fractievoorzitter van GroenLinks in de Eerste Kamer, eindigde met 18 procent als derde.

De uitslag gaf gisteravond aanleiding tot een verscherping van de strijd tussen de twee duo's. Zo zei Brouwer dat “GroenLinks met Rösenmoller en Sipkes niet boven de oppervlakte zal uitkomen”. De kracht van haarzelf en Rabbae lag juist in het “ontwikkelen van een strategische visie, meer in de diepte en op de langere termijn”, zei ze. Brouwer noemde Rosenmöller een “goed politicus maar eentje die, zoals Ed Nijpels bij de VVD deed, vooral jongeren aanspreekt en op de korte termijn scoort.”

Rosenmöller, op zijn beurt, verweet tijdens een debat met Brouwer en Rabbae deze laatste twee “teveel grote woorden zonder concrete inhoud” te gebruiken, “die niet kunnen worden waargemaakt. We lullen te veel en doen te weinig”. Rosenmöller zag overigens in de uitslag een aanwijzing dat de leden van GroenLinks “absoluut een migrant in de Tweede Kamerfractie na de verkiezingen willen zien”.

Wat de verschillen in politieke visie tussen de twee duo's zijn, bleef tijdens het debat onduidelijk. De discussie concentreerde zich voornamelijk op vraag wie het meest in het duo-lijstrekkerschap geloofde en op de werkwijze van de fractie. Wel bleken Rosenmöller en Sipkes aanvankelijk negatiever te denken dan Brouwer en Rabbae over het rapport-Buurmeijer over de sociale zekerheid. Ze vielen vooral over de voorgestelde afschaffing van de ziektewet en het buiten de WAO brengen van gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Later in het debat echter zag ook Rosenmöller veel positieve punten in het rapport.

Beide duo's pleitten voor meer aandacht voor het milieubeleid. Brouwer wilde daarbij vooral een “doorbraak in de afvalproblematiek” bewerkstelligen, Sipkes en Rosenmöller dachten eerder aan het creëren van meer werkgelegenheid in de milieu-sector.