REMONSTRANTEN

Het interview getiteld "Remonstranten worden niet fijngemalen', van redacteur Frits Groeneveld met dr. Karel Blei, secretaris-generaal van de Nederlands Hervormde Kerk (NRC Handelsblad, 29 september), is een schoolvoorbeeld van hoe simpel men remonstranten denkt te kunnen "fijnmalen'.

Immers, de vasthoudendheid van de Gereformeerde Bond wordt geprezen, hun positie van de Kerk als van God gegeven instituut en continuïteit met het voorgeslacht wordt ten voorbeeld gesteld (let wel: naar "precieze' zeventiende-eeuwse calvinistische snit: dus geen vrouwen in de politiek!): laat ons in het spoor van die voorouders verdergaan! Als de remonstranten gaan meedoen, kunnen zij echter "natuurlijk niet onverkort zichzelf blijven'.

Dat ook de remonstranten staan in een eerbiedwaardige (zeg maar: Erasmiaanse) traditie van tolerantie en ondogmatisch christendom, schijnt Blei te zijn ontgaan (indien zijn visie goed is weergegeven). Tijdens de Synode van Dordrecht (1618-19) kreeg niet alleen de structuur van de gereformeerde kerk haar beslag. Het artikel gaat eraan voorbij, dat toen ook de Dordtse leerregels (de vijf artikelen tegen de remonstranten) werden opgesteld, die - voor de invloedrijke "zware' modaliteit in de hervormde kerk - met zoveel woorden in het Ontwerp Kerkorde van de Samen-op-Weg kerk worden vermeld, ondanks de tegenwoordige samenwerking met de remonstranten in allerlei oecumenische verbanden. Het protest daartegen van de vrijzinnig hervormden heeft vooralsnog niets uitgericht.

De door diezelfde synode verbannen remonstrantsgezinde ("rekkelijke') predikanten hebben noodgedwongen in 1619 te Antwerpen de Remonstrantse Broederschap opgericht, een klein maar taai kerkgenootschap met een heel eigen, meer congregationalistische structuur. Als zodanig vervult zij een brugfunctie, zowel naar geestverwanten in de hervormde, gereformeerde, lutherse en rooms-katholieke kerken, die getolereerd worden, maar in een strakke dogmatische leiding-van-bovenaf geen werkelijke zeggenschap hebben, als naar de moderne samenleving, waartegen kerkelijke belijdenissen en dogma's (goddelijke Drieëenheid, maagdelijke geboorte en lijfelijke opstanding), juist een ondoordringbare muur oprichten.

Het gemakkelijk gehanteerde sjabloon van de "elitaire' remonstranten wordt weer van stal gehaald. Maar is de proclamatie van Jezus Christus als Heer der wereld in het Ontwerp Kerkorde soms niet elitair tegenover andersdenkenden, vooral de overige grote wereldgodsdiensten? Remonstranten vormen in die zin een elite, dat zij het eigen menselijke oordeel niet bij voorbaat stellen onder de domper van een kerkelijke belijdenis of hiërarchie. Wanneer durft ook de leiding van de grote kerken eens duidelijk "nee' te zeggen tegen bepaalde versteende tradities van hun voorouders, in het voetspoor van Kuitert en Wiersinga, Schillebeeckx en Drewermann.

"Hoe staat het toch met Samen op Pad?' vroeg mij onlangs een (niet-elitair!) gemeentelid-middenstander. Zolang het in die simpele naamswijziging vervatte stukje menselijkheid in de officiële statuten van andere kerken blijft ontbreken, vervalt de Remonstrantse Broederschap, wanneer zij vooralsnog op zichzelf blijft staan, niet in een isolement (zoals Blei suggereert), maar blijft zij hopelijk haar brugfunctie in alle bescheidenheid én vasthoudendheid vervullen.