Ondergronds

Oud-mijnwerkers uit Limburg die een uitkering-ineens willen omdat ze tijdens hun ondergronds werk silicose (stoflongen) opliepen, hebben gisteren op het ministerie van sociale zaken een opmerkelijke ontvangst gekregen. De mijnwerkers voelen zich een veronachtzaamde groep. Ze wijzen er steeds op dat ze vooral na de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse economie er weer bovenop hielpen door vele overuren te maken in de onderaardse labyrinten. Maar zodra de kolen niet meer konden concurreren tegen goedkopere buitenlandse kolen en tegen het in Nederland ontdekte aardgas werden ze met duizenden afgeschaft.

De daarop volgende herstructurering van Zuid-Limburg is nadien redelijk goed verlopen. Eén ding was niet goed geregeld: de stoflongen. Omdat premier Lubbers in 1990, toen het 25 jaar geleden was dat Den Uyl in Heerlen het mijnsluitingsprogramma bekendmaakte, ten overstaan van silicosepatiënten sprak van het inlossen van een ereschuld, werd er na veel vijven en zessen een bedrag beschikbaar gesteld van 4,7 miljoen gulden, welk bedrag nu misschien, zoals staatssecretaris Wallage zei, naar rato zal worden verhoogd omdat zich veel meer silicose-patiënten aandienden dan waarmee aanvankelijk rekening was gehouden.

Wallage sprak de voormalige mijnwerkers toe in de buitenlucht. Lekker fris windje, vlakbij zee, nietwaar. Maar daarna gebeurde het: terwijl de delegatie met de bewindsman ging spreken, werden de overige oud-mijnwerkers naar een verblijfsruimte gebracht. In de hal kon niet en zo werden de krochelende silicose-patiënten gestald in de tochtige parkeergarage.

    • Max Paumen