Mitterrand als de nieuwe "Metternich'

Ooit was de Raad van Europa een weliswaar niet spectaculaire, maar nuttige en prestigieuze instelling. Alleen rasechte democratieën konden er lid van worden. Opgericht in Den Haag in 1949 door onder meer Winston Churchill, was het de eerste grote multilaterale organisatie in Europa. Zijn taak was het beheren van het culturele erfgoed van Europa en de bescherming van de rechten van de mens. Door het centraal stellen van de democratische grondbeginselen vormde de Raad van Europa in de jaren van de Koude Oorlog een ideëel tegenwicht tegen het communistische machtsblok. Voor neutrale landen als Oostenrijk en Zwitserland was het bovendien het enige, voor hen zeer belangrijke, forum waar ze in Europees verband hun stem konden laten horen.

Met de toelating vorige week van Roemenië als lid lijkt deze club zijn opdracht ontrouw te zijn geworden. Het bewuste land voldoet niet bij benadering aan de eisen die volgens de statuten aan nieuwe leden moeten worden gesteld. Het oude regime in Boekarest is nagenoeg intact gebleven. De gevreesde Securitate mag in haar terreur enigszins zijn beknot, ontmanteld is zij allerminst en het openbaar ministerie fungeert nog steeds als haar verlengstuk. Van een rechtsstaat kan in het geval van Roemenië geen sprake zijn. Nu het als lid is opgenomen, bestaat er ook geen mogelijkheid meer om dat alsnog af te dwingen.

Hoe kon dit gebeuren? Sinds de slechting van het IJzeren Gordijn is het politieke krachtenveld in Europa aan het verschuiven. Op de rol die organisaties als de Raad van Europa en de CVSE (Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) in de toekomst zullen spelen, heeft dat zijn weerslag. Frankrijk, trouw aan zijn machiavellistische traditie, probeert de kans te benutten om snel zijn nationale positie te versterken. Het richt zich daarbij in de eerste plaats op de Raad van Europa, omdat de Verenigde Staten daarin niet (zoals in de CVSE) zijn vertegenwoordigd. Met Roemenië hebben de Fransen vanouds een bijzondere band. Het is dan ook voornamelijk aan handige manipulaties van Parijs en van de Franse secretaris-generaal van de Raad van Europa, mevrouw Lalumière, te danken dat Roemenië het groene licht heeft gekregen.

Dat bleek niet al te moeilijk, nu het ene Oosteuropese land na het andere zich aanmeldt voor het lidmaatschap. Bij Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije leverde dat geen grote problemen op, zij konden hun democratische gehalte overtuigend aantonen. Maar Tsjechoslowakije viel uiteen en toen over Tsjechië en Slowakije opnieuw moest worden beslist, bleek dat laatste land een dubieus geval te zijn geworden. De Parlementaire Assemblée vond het evenwel al te pijnlijk om het land de toegang te weigeren, waar het tevoren als deel van Tsjechoslowakije wel binnen was gelaten. Met behulp van het zogeheten Halonen-amendement, waarin een aantal criteria was ingebouwd, werd het alsnog tot lid gepromoveerd. De verwachting was gewettigd, vond men, dat het ministaatje gaandeweg aan de toelatingseisen zou voldoen.

Daarmee begaf de Raad zich op het bekende hellende vlak. Bulgarije en Estland volgden al snel, eveneens in de "verwachting' dat ze hun leven zouden beteren, want de binnenlandse toestanden daar zijn zeker niet minder aanvechtbaar dan in Slowakije. Met Roemenië als jongste lid lijkt nu, volgens een opmerking van onze permanent vertegenwoordiger in Straatsburg, mr. J.S.L. Gualthérie van Weezel, “de Rubicon te zijn overschreden”. Er is, met dit precedent voor ogen, geen rechtvaardiging om zo dadelijk Kroatië of Groot-Servië af te wijzen. Tot slot zal dan ook Rusland, waarvan de aanmelding al binnen is, niet meer kunnen worden tegengehouden, al is nog lang niet zeker of de democratie daar überhaupt een kans krijgt.

Niet alleen gaat op deze manier het democratische karakter van de Raad van Europa verloren, ook zijn taak zal veranderen. Op initiatief van president Mitterrand komt op 9 en 10 oktober in Wenen een top bijeen waar hij, in navolging van Metternich 180 jaar geleden, de nieuwe verhoudingen in Europa wil vastleggen. Hij is van plan daar als "Europees leider' zijn politiek testament te presenteren. De Raad van Europa moet in de toekomst een grotere rol - ook op politiek gebied - gaan spelen en zich niet meer beperken tot culturele en juridische kwesties. Als het over de toekomst van Europa gaat, vinden de Fransen, hoeven de Verenigde Staten niet mee te praten en is dus de Raad van Europa, eerder dan de CVSE (die bedoeld is voor economische en veiligheids-samenwerking) het aangewezen forum.

Nu, dat valt in goede aarde bij de vroegere communistische landen, die de CVSE nog altijd met de Koude Oorlog associëren. Men kan er zeker van zijn dat vooral Rusland met zijn 150 miljoen inwoners, niet gehinderd door een tegenspeler van formaat, zijn positie in Straatsburg zo goed mogelijk zal uitbuiten. Met het daar vanouds gerespecteerde beginsel van equality - de stem van Malta of Nederland weegt even zwaar als die van de grote landen - zullen de nieuwe leden het, gezien hun onbekendheid met democratische tradities, niet al te nauw nemen. Zijn er bijvoorbeeld problemen over minderheden - typisch een onderwerp voor de Raad van Europa - dan, zo moet men vrezen, zal Moskou zich er niet voor generen zijn wil kort en krachtig door te zetten. Juist dat land immers wordt door ernstige conflicten met minderheden geteisterd.

Zo dreigt de Raad van Europa te verworden tot speelterrein van de grote mogendheden. Had Nederland dit dan niet kunnen voorkomen? Jazeker, het had met een veto de toetreding van Roemenië kunnen blokkeren. Maar voor een veto moet je van goeden huize zijn. Je isoleert je daarmee immers van de andere EG-landen waarmee in dit soort zaken een gezamenlijk beleid pleegt te worden afgestemd. Een klein land als Nederland kan zich zo'n isolement niet veroorloven. Dus moeten we machteloos toezien hoe een fatsoenlijk democratisch forum wordt onttakeld. Zo gaat dat wanneer je niet van goeden, dat wil zeggen van "groten' huize bent.

    • An Salomonson