Laatste strohalm voor langdurig werkloze dreigt af te breken

ROTTERDAM, 5 OKT. Moeiteloos schetst de directeur van de Rotterdamse banenpool het beeld van "zijn' langdurig werkloze: een timide man van 45 jaar die gedurende zeven jaar werkloos is. Na de lagere school hield hij de klaslokalen voor gezien. Meer dan de helft van deze werklozen zijn van allochtone afkomst. De directeur haalt zijn schouders op. Nee, niet echt een groep mensen waar ondernemend Nederland op zit te wachten.

Banenpools vormen de strohalm voor de 75.000 werklozen die vorig jaar langer dan drie jaar werkloos waren - de enige voorwaarde die de overheid stelt. In scholen, ziekenhuizen en gemeenten schept de overheid gesubsidieerde extra banen, waarin de langdurig werkloze tot in lengte van jaren werkervaring kan opdoen. Maar in zijn korte, driejarig bestaan zijn de banenpools "verstopt' geraakt. Van de ruim 15.000 mensen die tot nu toe in zo'n pool zaten, heeft slechts twee procent een "normale' baan in het bedrijfsleven gevonden.

Juist de geringe doorstroming naar de reguliere arbeidsmarkt is minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) een doorn in het oog. Hij ziet de banenpool immers als een probaat middel om langdurig werklozen kans op werk te bieden, zo liet hij in de notitie "Meer werk, weer werk' op Prinsjesdag weten. De banenpoolers zelf denken daar anders over. De pool was immers bedoeld om “kansloze” werklozen toch een zinvol bestaan te geven. De Vries wil het aantal plaatsen in de banenpool (21.400 eind volgend jaar) niet uitbreiden. Wel wenst de bewindsman de duur dat een werkloze in de pool mag verblijven te beperken. “Daarbij valt te denken aan een maximale duur van vier jaar.” Nu is die tijd nog onbepaald.

Rotterdam telt 2200 banenpoolers. Ze verrichten veelal eenvoudig werk; als conciërge op een school of als klusjesman in het buurthuis. Ook bewaken ze de Maastunnel, helpen op tramlijn twee oude dames uitstappen, geven pubers die met viltstiften dezelfde tram bekladden een uitbrander, wieden onkruid of brengen eten rond in het ziekenhuis.

De meesten maken nauwelijks kans ooit nog een baan in het bedrijfsleven te vinden, meent directeur P. Mekking van de Rotterdamse banenpool. Ze zijn te oud, hebben te weinig opleiding of spreken slecht Nederlands. Mekking spreekt tegen dat "zijn' werklozen sociale vaardigheden missen. “Een man heeft zijn hele leven gevaren en in de haven gewerkt. Hij is ontslagen toen het bedrijf failliet ging. Die man kan werken, maar wordt simpelweg te oud bevonden.”

Wel erkent Mekking dat voor veel banenpoolers de eisen op de arbeidsmarkt te hoog liggen. “Kijk om je heen, alle eenvoudige functies zijn verdwenen. Maar niet iedereen is geschikt voor een functie met veel verantwoordelijkheid.” In het scheppen van meer arbeidsplaatsen met een beloning tussen minimumloon en de laagste loonschalen in de CAO - zoals minister De Vries onlangs heeft voorgesteld - ziet Mekking een oplossing. “Dan kan wellicht tien procent van de banenpoolers doorstromen.”

Dat is dan ook het enige voorstel van de CDA-minister dat in Rotterdam bijval oogst. De voorgestelde beperking van het verblijf in de pool vinden ze een “schande”. Mensen hoop geven om hun die vier jaar later te ontnemen zou vragen om moeilijkheden zijn. “De opzet van de banenpool is prachtig; werken voor je uitkering in plaats van thuiszitten en je doet de samenleving ook nog goed”, aldus Mekking. Beperking stuit bovendien op juridische bezwaren, aangezien de banenpoolers een arbeidsovereenkomst hebben voor onbepaalde tijd.

Toch moet in Rotterdam iets gebeuren. Tot eind 1994 heeft de stad 2600 plaatsen in de banenpool toegewezen gekregen. In het huidige tempo zijn deze over drie maanden ingenomen. Voor de langdurig werkloze die daarna aan zijn deur klopt heeft Mekking geen plaats. “En dan te bedenken dat Rotterdam op een bestand van 50.000 werklozen ongeveer 15.000 mensen telt die langer dan drie jaar werkloos zijn”, verzucht de directeur.

Mekking kan, naar eigen zeggen, de Rotterdamse banenpool met een flink aantal plaatsen uitbreiden. “Nog wel tweeduizend erbij.” Maar De Vries heeft op Prinsjesdag laten weten weinig te zien in uitbreiding van de pool. Hij baseert zich daarbij op het rapport van de OESO over de Nederlandse arbeidsmarkt dat waarschuwt voor te veel additionele arbeidsplaatsen - door de overheid gesubsidieerde banen die het bestaande werk niet mogen verdringen. “Dergelijke banen worden betaald uit de collectieve middelen”, licht een woordvoerder van het ministerie toe. “En ze leveren geen economisch rendement.”

In zijn lichte kamer aan de Haagse Nassaulaan fronst drs. L. van de Kerkhof van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn wenkbrauwen. De banenpool was toch nooit bedoeld om economisch rendement op te leveren? Oorspronkelijk is het project opgezet om kansloze mensen met een uitkering een zinvol bestaan te geven, meent Van de Kerkhof. “Als zo iemand uiteindelijk toch een gewone baan vindt, is dat mooi meegenomen. Maar vertrek uit de banenpool is nooit het hoofddoel geweest.”

Volgens de VNG heeft de omslag in het denken over de banenpool vooral op het ministerie van sociale zaken plaatsgehad. “De Vries heeft in de loop van de jaren een beeld gecreëerd van banenpoolers die een gewone baan moeten vinden. Een soort taakstelling, "ten minste zoveel procent moet doorstromen'.” Van de Kerkhof ziet de banenpool echter in zijn oorspronkelijke vorm; als sociale voorziening.

Inderdaad is de banenpool ingevoerd in het kader van de sociale vernieuwing. Bedacht onder minister De Koning in het vorige kabinet-Lubbers als “eindstation voor kanslozen” en drie jaar geleden onder minister De Vries ingevoerd. Een vangnet voor mensen die lang geleden door het Nederlandse bedrijfsleven werden afgeschreven en voor wie de arbeidsbureaus alles hebben geprobeerd. Zo werden ze behoed voor vereenzaming, verpaupering en kleine criminaliteit.

Nu de minister van sociale zaken meer nadruk wil leggen op het vinden van een "echte' baan, laten de consequenties zich volgens Van de Kerkhof raden. “De gemeenten zullen minder selectief worden bij de toelating: ze nemen niet alleen meer langdurig werklozen, want de kans dat die een baan in de markt vinden is gering. Begrijp me goed, ik pleit niet voor onbeperkte groei van additionele arbeidsplaatsen, maar De Vries moet ons wat meer lucht geven.”

Maar ook aan het scheppen van gesubsidieerd werk, boven de nromale sterkte, komt een einde. Een school heeft tenslotte geen behoefte aan tien conciërges. Nederland kent een veelheid aan werkgelegenheidsprojecten: de banenpool voor kansloze werklozen, de Jeugdwerkgarantiewet (JWG) voor jongeren zonder werk en de Sociale Werkvoorziening (WSW) voor arbeidsongeschikten bij voorbeeld. De jacht op de additionele arbeidsplaatsen is geopend. En hoewel slechts zeven procent van de instellingen zegt een "gewone' werknemer aan te nemen als de huidige banenpooler wegvalt, vreest het ministerie op termijn voor verdringing van bestaande arbeid.

Zelfs als De Vries een geringe uitbreiding toestaat, zijn alle problemen niet opgelost. Verschillende instanties financieren de pool. Uitkeringsgelden worden ingezet, het Rijk draagt 7.000 gulden per jaar per deelnemer bij en het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening (CBA) 3.500 gulden. De instellingen die een banenpooler in dienst hebben betalen een bijdrage en dragen in het kader van de Wet Vermeend/Moor gedurende vier jaar geen premie af. De gemeenten vullen dan nog resterende tekorten aan. Maar de financiering door het CBA loopt eind dit jaar af en het is de vraag of de bijdrage wordt verlengd.

Ook onder de werknemers is onrust ontstaan over het geld - zij het om andere redenen. In enquêtes overheerst de onvrede over de beloning, die gelijk is aan het minimumloon. Het "salaris' verschilt vaak drie tientjes met de eerder genoten uitkering en valt in sommige gevallen zelfs lager uit. Vooruitzicht op loonsverhoging hebben de banenpoolers niet, een CAO is er niet, evenmin als een pensioenvoorziening.

In een tijd dat de werkloosheidsuitkeringen dreigen op te lopen tot een naoorlogs record van 715.000 zal het beroep op de banenpool toenemen. De oplossing volgens velen - het scheppen van eenvoudig werk in het bedrijfsleven - blijft voorlopig uit. Mekking: “Migranten moeten intregreren, vrouwen herintreden, arbeidsongeschikten weer aan de slag en langdurig werklozen achter de vensterbank vandaan. Maar waar blijven de banen?”

    • Yaël Vinckx