Kwart Nederlanders acht zich te laag opgeleid

ROTTERDAM, 5 OKT. Een kwart van de Nederlanders vindt dat ze te weinig hebben geleerd om hun dagelijks werk goed te kunnen doen. Vooral mensen uit de laagste inkomensgroep, werklozen en laag opgeleiden vinden dat ze onvoldoende hebben geleerd. Vrouwen vinden minder lacunes in hun opleiding dan mannen.

Dat blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau "Opinies over onderwijs' dat vandaag verschijnt. De grote behoefte aan meer opleiding betekent overigens niet dat mensen zich massaal bijscholen. Uit ander onderzoek blijkt dat de neiging om bij te leren onder oudere, lagere opgeleiden volwassenen gering is.

Het belang dat Nederlanders aan onderwijs toekennen is toegenomen. Als er 12,5 miljard moet worden bezuinigd, wil slechts één op de zes Nederlanders op onderwijs korten. In 1981 was nog bijna één op de drie bereid op onderwijs te bezuinigen. Bij een noodzakelijke bezuiniging worden alleen de AOW, de volksgezondheid en de politie meer ontzien. Al wordt veel belang gehecht aan onderwijs, toch wijst een meerderheid van de Nederlanders hogere eigen bijdragen voor voortgezet en universitair onderwijs af.

Een flinke verandering is te constateren in de mening over de functie van het onderwijs in tijden van werkloosheid. De school moet vooral voorbereiden op de arbeidsmarkt, zegt driekwart van de ondervraagden. In 1986 nog vond maar 59 procent dat. Vooral jongere ouders zijn voorstander van onderwijs gericht op de arbeidsmarkt. Het percentage ouders dat vindt dat het onderwijs vooral moet leren de vrije tijd zinvol te besteden, nam tussen 1986 en 1991 af van 15 naar 10 procent.

Opmerkelijk is verder dat in 1991 voor het eerst een meerderheid van de bevolking (52 procent) vond dat in Nederland voldoende gelijke kansen zijn om aan een universiteit te studeren. In 1975 was 41 procent die mening toegedaan. Toch is ruim driekwart van de Nederlanders voorstander van ingrijpende overheidsmaatregelen om gelijke kansen te realiseren. Ook maatregelen als meer studiebeurzen of gratis onderwijs tot achttien jaar, zijn populair. Voor verlenging van de leerplicht tot achttien jaar is echter geen meerderheid te vinden.

Uit het onderzoek blijkt verder dat tweederde van de bevolking vindt dat kinderen goede manieren bijbrengen een taak is van de ouders zelf en niet van de school. Ook de opvang van kinderen van werkende ouders na schooltijd ziet 59 procent van de ondervraagden als een gezinstaak. Van de direct betrokkenen uit primair en voortgezet onderwijs vindt zelfs 90 procent dat naschoolse opvang een zaak is voor de ouders. Dat blijkt uit een eveneens vandaag verschenen enquête van het Instituut voor toegepaste sociale wetenschappen onder leraren, ouders en bestuursleden uit basis- en voortgezet onderwijs.

Uit het ITS-onderzoek blijkt dat de direct betrokkenen het onderwijsbeleid niet meer geven dan een vijf plus. Vooral leraren zijn negatief over het beleid. Teveel tegelijk, onvoldoende financiële middelen, te ingewikkeld geregeld, zijn veelgehoorde klachten. Een ondervraagde noemde ter illustratie in één adem: “FBS-WSN-T&B-TWAO”.