Korpschef "glijdt uit' met knuppel onder de toonbank

De Utrechtse korpschef J. Wiarda spoorde gisteren bij de opening van beveiligingsbeurs Security in Utrecht winkeliers aan overvallers met honkbalknuppels te lijf te gaan. Collega's en winkeliers reageren afkeurend.

UTRECHT, 5 OKT. “Wat is er op tegen een overvaller een klap met een honkbalknuppel op zijn kop te geven? Er zijn weinig ondernemers die geen knuppel onder de toonbank hebben. Ik heb daar niets op tegen. Natuurlijk mag je noodweer plegen. Grijp ze, dat is het devies.”

Korpschef J. Wiarda oogstte gisteren alom verbazing bij de opening van de beveiligingsbeurs Security in Utrecht. KNOV-voorzitter Kamminga, die met Wiarda in het forum zat: “Dan moeten we dus voortaan extra eisen aan een middenstander stellen; ze moeten ook potig zijn. Nog een stap verder en je hebt Amerikaanse toestanden, mensen met een pistool in je winkel.”

Ook Kamerlid Dijkstal van de VVD zat in het forum. “En als je iets doet, dan vraagt de rechter straks: kon u niet weglopen?”, wierp hij tegen. “Pas als je helemaal klem op de keukenvloer ligt, mag je iets terugdoen.” Maar Wiarda hield voet bij stuk: “Het gaat om het verhogen van de weerbaarheid, om de drempel voor de overvaller te vergroten. Maar winkeliers mogen zich niet bewapenen, dat hoort bij de officiële politie. Een knuppel mag, schieten niet.” Achteraf noemt Dijkstal de uitspraken van Wiarda een “uitglijder”: “In honkbaltermen was dit een sliding waarbij het honk gemist werd.”

Uit kringen van de Utrechtse politie komen vaker stevige uitspraken over orde en tucht. Deze zomer brak Wiarda ook een lans voor stokslagen (“een kleine tuchtiging kan impasses doorbreken”). Zijn collega Van Baarle zei in maart dat de overheid sancties moet kunnen opleggen aan ouders van probleemjongeren, als zij hun taak als opvoeder verwaarlozen. Hij dacht aan korting op de kinderbijslag of ontzetting uit de ouderlijke macht.

De Utrechts politiewoordvoerder W. van Buuren probeerde vanmorgen de schade te beperken. Wiarda wilde met zijn uitspraken “de weerbaarheid van de detailhandel vergroten”, zo meent hij. “Je mag de overvaller natuurlijk niet een klap op zijn hoofd geven en zijn schedel splijten. Maar we willen in ieder geval af van de stelling van Kamminga dat je niks mag doen en dat de politie het allemaal moet opknappen.”

Winkeliers reageren in meerderheid afwijzend op de uitspraken van Wiarda. Goed, men heeft meestal wel een knuppel of breekijzer onder de toonbank, of een koppel afgerichte honden. Maar die gebruik je alleen in uiterste gevallen. “Ik ga niet de held spelen hoor. Als je daar met een knuppel gaat lopen zwaaien heb je zo een mes tussen je ribben”, zegt de mevrouw van de viswinkel op de Amsterdamse Zeedijk. “Ik kan goed lullen. En daarmee heb ik ze meestal al plat.”

Pag.2: "Je moet die types gewoon als mens behandelen'

Ook andere winkeliers in de "heetste' buurt van Amsterdam, het wallengebied, bestempelen het voorstel van de Utrechtse hoofdcommissaris van politie J. Wiarda om honkbalknuppels tegen overvallers te gebruiken als “onzinnig” en “gevaarlijk”.

Neem de heer Jansen, eigenaar van een parfumeriezaak in de Nieuwe Hoogstraat. Al veertig jaar zit hij in de binnenstad. Een tijdje geleden kwam een man de winkel binnen die een groot slagersmes onder zijn jas vandaan trok. “Dus ik zeg: "wat moet je nou met zo'n stukje blik?' Zegt die kerel: "indruk maken'. Ik zeg: "dat lukt je toch niet, dus stop dat ijzertje maar weer weg'. Daar gaat het om, begrijpt u wel? Je moet die types gewoon als mens behandelen.”

Toch ligt er onder zijn toonbank een breekijzer. Eén keer heeft hij het gebruikt, vertelt hij, en daar heeft hij nu nog spijt van. Het was tegen zessen, sluitingstijd. De meest geliefde tijd voor overvallers. Ze weten dat je dan kas opmaakt, en dat alles een beetje rommelig is. Er komt een net geklede heer de zaak binnen, die wil betalen met een creditcard. Jansen belt Visa op en vertelt hem dat de kaart is gestolen. Ze geven hem opdracht de kaart doormidden te knippen. De man wordt woedend en met het breekijzer jaagt Jansen hem de zaak uit. Jansen: “Later bleek dat de man een misdadiger was, die internationaal werd gezocht. De politie was razend. Die zei: Je hebt geluk dat je nog leeft.” Sindsdien blijft bij Jansen het breekijzer onder de toonbank.

In de politiekorpsen van de grote steden wil men Wiarda niet al te hard afvallen. Maar zijn oproep wordt wel unaniem afgewezen. Een woordvoerder van de Amsterdamse hoofdcommissaris: “Je hoeft je natuurlijk niet klakkeloos over te geven. Maar geweld lokt alleen maar geweld uit.” Plaatsvervangend korpschef C.M. Ottevanger van Rotterdam: “Vormen van eigenrichting keuren we af en vinden we ook gevaarlijk. Bij overvallen worden steeds vaker vuurwapens ingezet, het risico voor winkeliers is te groot. Wij vertrouwen liever op een samenwerking tussen politie en winkeliers, het opzetten van waarschuwingssystemen.”

Waarnemend korpschef H.J. van der Vin van de Haagse politie vindt het niet de taak van de politie om te oordelen in hoeverre een burger zichzelf mag verdedigen. “De politie is er om de burgers te beschermen. De rechter bepaalt wat wel en niet kan, dat is altijd zo geweest.” Het gebruik van middelen als een honkbalknuppel bevordert de “eigenrichting”, aldus Van der Vin. “Dat wijzen we dus af.”

Het Snuffelhoekje in de Utrechtse wijk Wittevrouwen is drie jaar geleden op brute wijze overvallen, waarbij de eigenaar gewond raakte. De huidige eigenaar H.A. van Zanden - honderd kilo schoon aan de haak - heeft geen knuppel bij de hand. “Ik heb een verbinding met de alarmcentrale en als de nood aan de man is spring ik over de toonbank en vertrouw ik op mijn vuisten. Als mijn vrouw alleen in de winkel staat, heeft ze altijd de twee honden bij zich. Die hebben een speciale aanvalstraining gehad.”

De kassier van de Shell-pomp bij de Weg der Verenigde Naties in Utrecht vertrouwt ook op afgerichte Rotweilers. “s Avonds is het kritieke moment, hè. Mijn twee Rotweilers zijn samen honderd kilo en die kunnen wel wat; dan hoef ik alleen nog maar de zooi aan te vegen. Ik zou zeggen: kom het eens proberen.” De Texaco-pomp bij de Utrechtse Veemarkthallen is een paar jaar geleden overvallen, maar ook hier staan geen handzame knuppels paraat. “Dit is nooit te beveiligen, zegt pomphouder Schras beslist. “Als ze bij mij komen, krijgen ze het geld.”

Aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam bestaat grote overlast van verslaafden en heroïneprostitutées. Onlangs heeft de politie er de surveillance opgevoerd. Bijna alle winkeliers hebben wel een knuppeltje achter de toonbank. J.H. Nieuwenhuijs, die sportartikelen verkoopt, zal de knuppel alleen gebruiken om “te dreigen” en om “branieschoppers naar buiten te werken”. Hij is niet in het bezit van een vuurwapen. “Als je in een confrontatie jezelf wil beschermen en iets eerder de trekker overhaalt, ben je de klos. Dat risico durf ik niet aan.”

De meeste detaillisten in de Rotterdamse binnenstad voelen zich niet veilig. “Ieder moment van de dag kan er een overval plaatsvinden. Daar ben je op voorbereid,” zegt A. Schaagen in haar drankenhandel. Deze zaak is aangesloten op de meldkamer van de politie. In een noodgeval drukt ze op een knop onder de balie waarna de politie binnen vijf minuten ter plaatse is. Toch staat in het hoekje een ijzeren staaf: “een absolute noodzaak”, meent ze.

Een goed alarmsysteem, regelmatige patrouilles, en trainingen voor winkeliers hoe in dat soort situaties te handelen. “In de trainingen leren we winkeliers om de rust erin te houden. Dat is het belangrijkste. En verder moeten ze goed observeren, zodat je later de kans krijgt om ze te pakken”, aldus een woordvoerder van de Amsterdamse politie.