Kabinet beschuldigt SGP van discriminatie

DEN HAAG, 5 OKT. Het kabinet is van oordeel dat de SGP zich schuldig maakt aan discriminatie. Dat zei minister Ritzen gistermiddag tijdens een overleg met de Tweede Kamer over de onderwijsemancipatienota.

Ritzen richtte zich uitdrukkelijk tot SGP-woordvoerder Van der Vlies en zei dat wie meent dat de verdeling van talenten gekoppeld is aan uiterlijke kenmerken als sexe of ras, zich in feite schuldig maakt aan discriminatie.

De minister noemde deze stellingname wezenlijk voor de kabinetsideeën over emancipatie. Hij richtte zich tot de SGP, omdat die partij op zaterdag 25 september op grond van de bijbel besloot dat vrouwen “geen regeerambt” toekomt en daarom geen lid mogen zijn van de partij.

Ritzen zei verder het inconsistent te vinden dat Van der Vlies nu wel pleitte voor gelijkwaardige behandeling van vrouwen in het onderwijs. Ritzen: “Wie zegt dat hij voorstander is van een gelijkwaardige behandeling van vrouwen in het personeelsbeleid van scholen, moet zich realiseren dat dat niet verenigbaar is met het standpunt dat vrouwen geen lid van je partij mogen zijn.”

Van der Vlies, fractievoorzitter van de SGP, zei “een open en eerlijk gesprek” over de kwestie niet uit de weg te willen gaan. Hij nam het Ritzen dan ook niet kwalijk dat hij deze opmerkingen had gemaakt. Maar, aldus Van der Vlies, “de SGP moet dit probleem zelf oplossen”.

Uit een onderzoek van het Amsterdamse bureau Nimmo onder 524 Nederlanders blijkt dat een derde (31 procent) van de ondervraagden meent dat de politieke partij SGP verboden moet worden zolang deze partij geen vrouwen als lid toelaat. Van de ondervraagden kon 41 procent zich niet in een verbod vinden en nam 28 procent een neutraal standpunt in. Vrouwen blijken iets meer voor een verbod te voelen dan mannen. Slechts twee procent van de mensen was het volgens het Nimmo eens met het besluit van de SGP-partijraad om vrouwen als lid te weren.