Gullit en het gelijk

Woensdag 13 oktober zal het zover zijn: Nederland moet van Engeland winnen - of op zijn minst gelijkspelen - om de Amerikaanse droom werkelijkheid te doen worden. Daarbij ga ik er gemakshalve vanuit dat de Polen niet het zeldzame kunststukje zullen presteren hun drie resterende wedstrijden alle te winnen.

Maar zelfs als de strijd gaat tussen Nederland en Engeland moeten we eigenlijk niet eens aan remise denken, want dan zitten we met zijn allen naar een griezelfilm te kijken onder het motto: hoeveel goals zullen de Britten tegen San Marino maken? Zo'n avond als in 1983 bij Spanje-Malta weiger ik opnieuw mee te maken. Je verstand wilde er niet aan, maar je gevoel zei dat die Spanjolen er precies genoeg zouden maken om de eindronde te halen. Ik ga nog liever bij de buren klaverjassen (zoals de toenmalige bondscoach Kees Rijvers in arren moede deed). Toen ik dat hoorde kreeg ik spontaan puistjes over mijn hele lijf, gevolgd door een woede-aanval welke resulteerde in het hatelijkste stukje dat ik ooit geschreven heb. Een herhaling wil ik niet onder ogen zien.

Nu kunnen wij lang met elkaar communiceren over hoe Oranje tegen de Engelsen dient te worden samengesteld. Ik stel u voor het kort te maken. Wij kunnen alles aan Dock Advocaat overlaten, op voorwaarde dat hij Ruud Gullit terughaalt. De ooit zo grandioze voetballer, die tegenwoordig door Sampdoria is ingelijfd, speelt daar de sterren van het firmament en is in die vorm voor het Nederlandse elftal goud waard. Kennelijk voelt hij geen enkel pijntje of ongemak meer en hij heeft zelf al laten weten dat hij graag in de oude vertrouwde stal terugkeert. Toen ik dat las, dacht ik dat alles voor elkaar was. Maar dat bleek een naïeve gedachte, want de kleine Napoleon van Zeist beklom zijn stokpaard en verklaarde dat Gullit zelf had bedankt voor Oranje en dat hij dus eerst zijn grote baas maar eens moest bellen, eer er over de eventualiteit van een terugkeer gesproken zou kunnen worden. Kijk - dat is nu precies de manier om de dingen te doen mislukken. Onder het motto "jij een harde kop, ik een harde kop' kwamen de heren, behalve op hun ponteneur, ook recht tegenover elkaar te staan.

Wat de bondscoach had moeten doen, is het volgende: de telefoon pakken, een nummer in of rond Genua bellen en in zo goed mogelijk Italiaans aan Ruuds invloedrijke vriendin vragen, of de geachte voetballer thuis is. En of hij zijn bezigheden even zou willen onderbreken voor een positief gesprek met Zeist. En als Advocaat dan zijn naam eer zou hebben aangedaan, dan was vermoedelijk die hele affaire binnen vijf minuten de wereld uit geholpen. “Ruud, ik hoor dat je in grootse vorm bent en graag weer bij mij wil spelen. Welkom en wat geweest is bedekken we met een forse laag zand. Tot straks in het trainingskamp.” Dat noem ik toegepaste psychologie. Niemand werd beschadigd, iedereen extra gemotiveerd. Topvoetbal is geheel ten onrechte een wereldje van krasse uitspraken en verklaringen, die niet gehouden dienen te worden. Veertien dagen later ligt alles weer anders en zit je met die gepeperde mening lelijk in je maag. Een sublieme Gullit, in de fraaie herfst van een grandioze carrière, hoort natuurlijk in de Oranje-ploeg thuis. Misschien niet tegen San Marino, maar zeker in de alles beslissende strijd tegen een tot de tanden gewapend Engeland.

Tot op zekere hoogte is de onwil van Dick Advocaat wel te begrijpen. Hij zit nog niet zo lang in het zadel en wil voor zichzelf en de boze buitenwereld de rol van L. Rozewater beslist niet spelen. Laat hij nu toch inzien, dat hiervan geen sprake hoeft te zijn als hij de juiste weg bewandelt. Als alles blijft zoals het is, blijft Gullit volgende week woensdag in Genua en krijgt de coach ongelijk door de manier waarop hij gelijk heeft. Dat is een tamelijk-diepe opmerking, welke wellicht het beste nogmaals gelezen kan worden.

    • Herman Kuiphof