Directeur uit de provincie

Terwijl Geert Hessing berecht wordt door de Haagse politierechter, zit een goed geklede man van middelbare leeftijd op de achterste rij te luisteren. Hessing kijkt af en toe over zijn schouder naar de man, een enkele keer noemt hij ook diens naam tegenover de rechter in zinnen als: “Straks kan ik gaan werken bij meneer Boomgaarde”, of: “Ik ben blij dat meneer Boomgaarde me weer een kans geeft”. Meneer Boomgaarde knikt dan instemmend.

Hessing is een gedetineerde van ongeveer twintig jaar. Hij is een poosje geleden tot dertig maanden veroordeeld voor de beroving van een pizzabezorger. Vandaag staat hij voor het bezit van een pistool terecht. De rechter, mr. R. van der Heide, veroordeelt hem tot twee maanden voorwaardelijk. Als Hessing met zijn bewaker de zaal verlaat, zwaait hij uitbundig naar meneer Boomgaarde. Deze zwaait opgetogen terug.

Een uurtje later. De deur gaat open en daar staat de volgende verdachte: meneer Boomgaarde, vergezeld door zijn advocaat. Hoe nu? Boomgaarde als verdachte? Hij ziet er eerder uit als iemand van de reclassering. Maar de officier van justitie, mevr. mr. H. van Verschuer, maakt snel een einde aan de onzekerheid. Uit haar telastelegging blijkt dat Boomgaarde verdacht wordt van poging tot doodslag, subsidiair mishandeling op Geert Hessing. Hessing? Maar...

De contouren van deze tragedie worden pas geleidelijk scherper. Boomgaarde blijkt een fabrieksdirecteur uit de provincie te zijn, een zakenman met een goede reputatie, die drie jaar geleden in contact kwam met Geert Hessing. Boomgaarde, toen nog getrouwd, was al in het begin van zijn huwelijk tot de ontdekking gekomen dat hij biseksueel was. Aangezien daar in die jaren - en zeker in zijn milieu - een groot taboe op rustte, hield hij zijn libido lange tijd droog.

Pas de laatste jaren begon hij contact te zoeken met de jonge beoefenaren van de betaalde liefde. Zo ontmoette hij drie jaar geleden in het Haagse Bos Geert Hessing, een veelbelovende schandknaap: slim, mooi en meedogenloos. Voor Hessing moet de zakenman een interessante prooi zijn geweest. Boomgaarde was niet alleen bemiddeld, maar ook naïef.

“Ik ben geen homo, ik deed het voor het geld”, zou Hessing later tegen de politie zeggen. Hessing veinsde grote liefde voor Boomgaarde, vergezelde hem op diens zakenreizen en beëindigde zijn wervende arbeid in het Haagse Bos. Maar daarmee was hij nog niet op het goede pad - wat de bedoeling van Boomgaarde was. Boomgaarde leende Hessing grote bedragen, maar zijn jonge vriend deed daarmee niet veel meer dan het op peil houden van zijn cocaïneverslaving.

“Ik had een luizenleventje, ik hield hem voor de gek”, gaf Hessing bij de politie toe. Boomgaarde verspeelde zulke grote geldsommen dat zijn vrouw argwaan begon te krijgen. Op een dag bekende hij haar alles. Het was na een periode waarin hij verscheidene vergeefse pogingen had ondernomen om 20.000 gulden van Hessing terug te krijgen.

Het echtpaar Boomgaarde besloot tot hardere actie over te gaan. Meneer Booomgaarde schafte zich een stevig mes aan en samen met zijn vrouw reed hij naar Den Haag. Boomgaarde wist waar Hessing vaak uithing en wachtte hem in zijn Mercedes op. Toen Hessing in zijn auto - een dure BMW - wilde stappen, greep Boomgaarde hem vast en eiste zijn geld terug. Hessing dook in zijn auto en reed weg, maar Boomgaarde stortte zich op hem en schroefde zijn keel dicht. Er ontstond een aanrijding. Toen politiemensen de vechtende mannen ontdekten, was Hessing al nauwelijks meer bij bewustzijn.

“De politie heeft mijn leven gered, Boomgaarde zou mij zeker hebben vermoord”, zei Hessing later. “En ook al heb ik hem schofterig behandeld, ik kan dit niet toestaan. Ik kan het ook niet helpen dat hij een goedgelovige sukkel is.”

Boomgaarde verblikt of verbloost niet als de rechter deze en andere citaten uit de verhoren bij de politie voorleest. Blinde liefde bestaat, dat wisten we, maar er moet ook zoiets zijn als dove liefde. Hoe ontluisterend de citaten ook zijn, Boomgaarde heeft besloten dat een leven zonder Geert Hessing voor hem geen leven is. De woorden van de rechter dringen niet tot hem door. Hij is inmiddels van zijn vrouw gescheiden, maar zijn fabriek heeft hij nog. En straks, als Hessing vrij is, mag hij als vertegenwoordiger voor die fabriek komen werken.

“U heeft destijds gezegd dat u een einde aan de relatie zou maken”, zegt de rechter bevreemd. “Waarom mag hij dan nu opeens vertegenwoordiger worden?”

“Ik heb ook een tijdje het contact met hem verbroken”, zegt Boomgaarde, “maar ik bleef in gesprek met zijn ouders. Zo hoorde ik dat hij gevangen zat.”

Hij vertelt dat Hessing hem in een brief om vergeving smeekte. Zijn moeder vroeg hem of hij haar zoon wilde bezoeken. “Ik trof een andere gozer aan. Hij is altijd een intelligente jongen geweest met grote talenten. Ik heb vanaf het begin veel in hem gezien. De seks speelde geen grote rol. In de gevangenis heb ik tegen hem gezegd: als je clean blijft, help ik je maatschapppelijk weer op poten. Hij wordt vertegenwoordiger en krijgt een salaris. Tegen zijn ouders heb ik gezegd dat hij zo lang in mijn huis kan wonen. Er kan een goede vent uit hem groeien.”

“Die goede vent moet u nog eerst twintig mille terugbetalen”, zegt de rechter.

“Ik hecht niet zoveel waarde aan geld. Ik verwacht dat hij me van zijn salaris terugbetaalt. Het ging me destijds ook niet om het geld, het was meer de teleurstelling.”

“Dacht u bij die vechtpartij niet: huwelijk kapot, twintig mille kwijt?”

“Dat huwelijk speelde toen geen rol meer. Ik dacht alleen: het moet nu afgelopen zijn met het bedrog van Geert. Maar ik wilde hem niet doden, ik wilde hem alleen vasthouden tot de politie kwam.”

“U bent te ver gegaan, u was goed kwaad”, houdt de officier de verdachte voor. Maar de poging tot doodslag laat ze vallen, ze eist alleen voor de mishandeling een boete van 750 gulden.

“Ik stel een voorwaardelijke boete voor”, zegt de advocaat, mr. M. Mantz. “Hessing zal het heel vervelend vinden als meneer Boomgaarde zo'n boete moet betalen.” Hij noemt het "een sprookje' dat in de rechtszaal zijn bekroning kreeg: een dader en slachtoffer die zich met elkaar hebben verzoend.

De rechter weet nog bijtijds zijn tranen te bedwingen en besluit de eis van de officier te volgen. “Waarom ik niet voor een voorwaardelijke straf voel?” zegt hij tegen de verdachte. “U bent de oude, wijze man. U bent uit uw bol gegaan, en dat moet gehonoreerd worden.”

Als Boomgaarde opstaat, voegt de rechter hem nog toe: “Ik wens u veel wijsheid toe. Ik ben misschien wat cynischer dan u.”

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frits Abrahams