De vrije markt schiet wortel in Nizjni Novgorod

NIZJNI NOVGOROD, 5 OKT. In de proeftuin van ontluikend Russsich ondernemerschap trekken de rode vlaggen van het communistische verleden slechts een handvol aanhangers. De vrije markt heeft wortel geschoten in Nizjni Novgorod en de particuliere winkels, de zelfstandige bedrijfjes en casino's laten zich niet meer sluiten.

Hoewel de straten van Nizjni Novgorod, de woonblokken en de uitgestrekte industriecomplexen de vertrouwde Sovjet-grauwheid uitstralen, is het particuliere initiatief begonnen aan zijn opmars. Reclameborden, verbeterde dienstverlening, bedieningsgeld van 25 procent in een quasi-luxe restaurant, en vooral een veel ruimer aanbod dan tijdens de commando-economie signaleren de verandering. De privatisering vindt plaats via veilingen in een voormalig communistisch gebouw met op de gevel de koppen van Marx, Engels en Lenin dat is omgedoopt tot "Veilingcentrum voor aandelen'. Daar wordt wekelijks het gemeentelijke eigendom - huizen, winkels, café's, restaurants en werkplaatsen - per opbod verkocht.

Inmiddels zijn zo 2.000 kleine bedrijvigheden geprivatiseerd en zijn zo'n 3.000 nieuwe winkels en restaurants geopend. Van de grote ondernemingen in de regio zijn er ongeveer 600 geprivatiseerd. “Zeventig procent van de detailhandel, tachtig procent van de bouw en veertig procent van de grote staatsbedrijven is geprivatiseerd”, vertelt Boris Nemtsov, gouverneur van de regio Nizjni Novgorod, bijna twee keer zo groot als Nederland.

De gisteren beslechte machtsstrijd om het Witte Huis in Moskou heeft als politieke inzet de economische hervormingen in Rusland. Deze zijn het verst gevorderd in Nizjni Novgorod, een industriestad met anderhalf miljoen inwoners, 600 kilometer ten oosten van Moskou aan de Wolga. De stad, in de jaren dertig door Stalin omgedoopt tot Gorki, was tot 1991 voor buitenlandse bezoekers verboden terrein in verband met de omvangrijke zware en militaire industrie. De grootste onderneming, met 120.000 werknemers, is de Gorki Automobiel Fabriek GAZ, maker van onder meer Wolga-auto's en vrachtwagens. In de jaren tachtig kreeg Gorki in het buitenland bekendheid als verbanningsoord van Andrej Sacharov en zijn vrouw Jelena Bonner.

Boris Nemtsov (34) is twee jaar geleden door Jeltsin benoemd als gouverneur van Nizjni Novgorod. De jeugdige aanvoerder van de Democratische Beweging in Nizjni, voormalig kernfysicus aan de plaatselijke universiteit, behoort tot de post-communistische generatie leiders in Rusland. Hij is voorstander van grote zelfstandigheid voor de regio's en sinds de machtsgreep door Jeltsin van 21 september neemt Nemtsov afstand van zijn beschermer: “Jeltsin en hervormingen zijn niet langer synoniem”, zegt hij. “Ik ondersteun de hervormingen, maar Jeltsin heeft als hervormer afgedaan.”

Met steun van de radicale econoom Grigori Javlinski en van de International Finance Corporation, de afdeling voor de particuliere sector van de Wereldbank, heeft Nemtsov in 1992 een privatiseringsprogramma in Nizjni Novgorod gestart dat inmiddels model staat voor heel Rusland en ook voor andere republieken van de ex-Sovjet-Unie. Hoewel de privatisering formeel door Moskou gesteund wordt, is hij gestuit “op veel tegenstand van de zittende heren”, zegt Nemtsov. De privatisering in Nizjni is “alleen met wapens” terug te draaien, verzekert hij, maar daarvoor bestaat volgens hem geen enkele steun onder de bevolking. Ook de bezetters van het Witte Huis in Moskou genoten volgens hem nauwelijks steun onder de bevolking. “Het is toch triest dat parlement en communisme aan elkaar gelijk worden gesteld. U hoeft zich geen zorgen te maken, het zal wel goed komen”, zegt hij enkele dagen voor de gewelddadigheden van afgelopen weekeinde in Moskou.

Zolang de politieke instabiliteit in Rusland aanhoudt en de inflatie niet is beteugeld, rekent Nemtsov niet op massale investeringen in geprivatiseerde bedrijven, zeker niet van buitenlandse investeerders. “Er wordt natuurlijk veel over belangstelling van Westerse investeerders gesproken, maar het is banaal om onder de huidige omstandigheden geld van ze te verwachten”, zegt hij.

“Je kunt hier in de winkels alles kopen”, vervolgt de gouverneur. “Aanvankelijk waren er problemen omdat de bevoorrading centraal geregeld was, daarom zijn we na de privatisering van de winkels overgegaan op de privatisering van het transport en de de-monopolisering van de handel. De mensen zijn nu in staat te kopen wat ze willen en waar ze willen. De enige beperking is dat je geld moet hebben. Maar dat is overal in de wereld het geval.”

Op een zondagmiddag slenteren de inwoners van Nizjni van de ene geopende winkel naar de andere, voornamelijk om te kijken naar de uitgestalde verlokkingen: goedkope parfum en cosmetica, Aziatische elektronica, Gameboy-spelletjes, repen Mars en Twix, blikjes frisdrank, Amerikaanse sigaretten. Het is de vrije markt van de armoede.

Vóór de privatisering waren de kleine ondernemingen afhankelijk van plaatselijke bureaucraten of van ministeries in Moskou. In 1991 kregen de bedrijven beperkte vrijheid van handelen en de bevoegdheid bankrekeningen te openen. Maar dat was niet genoeg om ondernemers-in-spé te bewegen tot investeringen in staatsbezit, daarvoor moest eerst de eigendomskwestie geregeld worden.

Tussen de "kleine' privatisering van winkels via veilingen en de "grote' privatisering van staatsbedrijven bestaan aanzienlijke verschillen. Bij de kleinschalige privatisering is het eigendom werkelijk overgegaan in handen van nieuwe eigenaren. “Dat is het grootste succes”, meent Nemtsov. Ten aanzien van de grote staatsbedrijven is het “effect voorlopig kleiner”, zegt hij. “Privatisering (van grote ondernemingen) betekent niet wat men daaronder in het Westen verstaat”, zegt Nemtsov. “In het Westen gaat het om de toestroom van particulier kapitaal, in Rusland om de loskoppeling van staatsbedrijven van de macht van de staat en de bureaucratie.”

De privatisering van staatsbedrijven vindt plaats door de inwisseling van zogenoemde vouchers die de Russische regering vorig jaar aan alle inwoners ter beschikking stelde. Elke voucher heeft een oorspronkelijke waarde van 10.000 roebel. Werknemers van staatsbedrijven hebben hun vouchers ingewisseld voor "aandelen' in hun eigen bedrijf. Nemtsov: “Voorlopig veranderen de staatsbedrijven in een soort grote kolchozen. Ze zijn weliswaar geen staatseigendom meer, maar ze hebben evenmin echte eigenaars, die over grote aandelenpaketten beschikken en die risico's nemen. De "aandeelhouders' riskeren geen cent van hun eigen geld. De grote ondernemingen stappen over op een vorm van zelfbestuur, het is eigenlijk de verwezenlijking van de ideeën van (oud-premier) Kosygin uit de jaren zestig.”

De privatisering heeft de materiële levensomstandigheden van de bevolking - los van het vergrote aanbod van consumptiegoederen - vooralsnog niet noemenswaardig verbeterd, schat Nemtsov. Evenmin heeft het tot oplopende werkloosheid geleid: “Zolang de enorme inflatie aanhoudt, zal er geen werkloosheid optreden”, zegt de gouverneur. Werknemers die niets uitvoeren, worden betaald met "vals geld', met waardeloze roebels die de centrale bank in de vorm van kredieten op grote schaal in omloop brengt. “Als de centrale bank overgaat op een krap-geldbeleid om de inflatie te onderdrukken, zal de werkloosheid zeker oplopen.”

Nizjni Novgorod telt nu een handvol schatrijke en veel arme mensen. De regio heeft een sociaal programma voor de allerarmsten opgesteld met een bijstandsuitkering van 20.000 roebel (15 dollar) per maand. Niemand hoeft onder die bodem te zakken, zegt Nemtsov. “We hebben dus geen bedelaars in onze regio. Een volwaardig bestaan geeft het niet, maar je kunt er van leven.”