& Zonen

Ik had een paar schoenen, die hadden me teleurgesteld. Te veel blaren, te vaak natte voeten. Maar ook bij spijt hou je je verantwoordelijkheid. Je haalt geen nieuwe schoenen voor je weet waar je heen moet met de oude. Voor alle duidelijkheid: dit waren schoenen voor grote afstanden en ruig terrein, dit waren Timberlands.

Daan had nooit naar deze schoenen getaald. Jan waren ze een maat te groot. “Ik zal”, zegt hij, “proberen ze te verkopen. Hoeveel moeten ze opbrengen?”

“Wat durf je ervoor te vragen?”

“Drie geeltjes of zoiets.”

“Oké, zestig gulden. Alles wat je meer krijgt, mag je houden.”

“Da's mooi”, zegt Jan. Maar nu komt Daan uit de bocht. Misschien wil hij ze wel.

Jan: “Ik zal je matsen Daan. Voor honderd piek zijn ze van jou.”

Daan: “Ik heb ook altijd mazzel Jan. Ze zijn toch niet gestolen, hoop ik?” Daan past die schoenen, die schoenen passen Daan. Hij houdt ze meteen maar aan.

“Ja”, zegt Jan, “maar nou ben ik mijn winst kwijt.” Ik geef hem een tientje.

“Ja”, zegt Daan, “maar nou krijgt hij geld omdat ik zo vriendelijk ben om op die ouwe schoenen van jou te gaan lopen.” Ik geef hem ook een tientje. Dat valt nog mee. Twee tientjes voor het recht om nieuwe schoenen te kopen.

    • Koos van Zomeren