Wethouder Hoogendoorn vijfde afvaller in Rotterdam; "Er wordt niet meer gepraat in PvdA'

ROTTERDAM, 4 OKT. En toen was er nog maar één. De vijfde van de zes wethouders waarmee de Rotterdamse PvdA in het college van B en W begon, heeft vanochtend aangekondigd zich niet kandidaat te stellen bij de komende raadsverkiezingen. Wethouder P. Hoogendoorn (bedrijven, burgerzaken, drugshulpverlening) was al niet zeker van een zetel in het komende college van B en W. Voortzetting van zijn wethouderschap was dubieus nu zijn partij bij de komende verkiezingen naar alle waarschijnlijkheid forse averij oploopt. Tegelijk is men het erover eens dat het Rotterdamse college in de komende periode met aanzienlijk minder wethouders toekan dan de negen waarmee het begon. Hoogendoorn: “Ik ben 47, als ik nog iets anders wil doen, moet ik opschieten. Maar de gang van zaken van de afgelopen week heeft mijn beslissing geforceerd.”

Twee weken geleden werd de naam van staatssecretaris Simons (volksgezondheid) voor het eerst genoemd als nieuwe lijsttrekker van de Rotterdamse PvdA. Niet zozeer hij, maar vooral Kombrink, die Simons als running mate selecteerde, stuit in Rotterdam op weerstand. Vier jaar geleden was Kombrink ook al kandidaat, maar stuitte hij op verzet bij de plaatselijke afdelingen.

Vorig weekend, toen de naam van Simons al in Rotterdam rondzong, werden de drie nog weifelende wethouders in het college van B en W en de leiding van de raadsfractie uitgenodigd voor een gesprek. Gastheer bleek André van der Louw te zijn. Hoogendoorn: “Ik kwam daar binnen en dacht eerst: verrek, wordt Van der Louw lijsttrekker? Niemand die ik ken had enig idee dat hij hierbij betrokken was. Dat soort geheimzinnigheid is in de PvdA een nieuw verschijnsel. Maar er waait een nieuwe wind, de wind van het leiderschap. Er wordt niet meer gepolst en gepraat, het gaat nu via mededelingen van bovenaf.” Hoogendoorn kwam in 1978 in de Rotterdamse gemeenteraad. Als PSP-sympathisant behoorde hij tot de linkervleugel van de partij, die ijverde voor samenwerking met klein links. Toch werd hij juist wethouder in 1986, toen de VVD voor het eerst sinds 1974 weer in het college vertegenwoordigd was.

Iedereen wil dat de PvdA vernieuwt, is het niet meer dan logisch dat dat hier en daar pijn doet?

“Wat mij interesseert is de politieke gedachte die erachter steekt. Rottenberg zegt: we moeten af van al die duffe slaapkoppen in de stadhuizen. Die ambtelijke types, die bij de bevolking geen enkel enthousiasme kunnen wekken, moeten uitgerookt worden. Maar de vraag is of de kiezers bij de PvdA weglopen omdat wij op lokaal niveau gefaald hebben of door de ommezwaai die de partij in het kabinet gemaakt heeft en waar de achterban niet goed over is geïnformeerd. Wij hebben in Rotterdam een goede periode gehad. De sociale vernieuwing is hier ingezet, we hebben naar de bevolking geluisterd en veiligheid hoog op de agenda gezet.

“Het breken van de macht van partijbaronnen en vergadertijgers heeft tot dusver niet geleid tot het betrekken van de leden bij de besluitvorming. Het is me bijvoorbeeld niet duidelijk wat er uit de ledenraadpleging is gekomen. Ieder PvdA-lid in Rotterdam heeft zo'n kaartje in de bus gekregen wie hij het liefst als lijsttrekker zag. Daar horen we waarschijnlijk weinig meer van nu Simons en Kombrink hier zijn neergeplant. Persoonlijk had ik een toernooi van kandidaat-lijsttrekkers wel interessant gevonden. Maar deze centralistische PvdA is een experiment, waarvan ik benieuwd ben of het lukt. Dat is eenvoudig te berekenen. Als in Rotterdam landelijk gezien relatief hetzelfde percentage stemmen bijdraagt als bij de vorige verkiezingen, is het experiment geslaagd.”

De PvdA gaat volgens prognoses in Rotterdam zwaardere averij oplopen dan elders. Is er niet wat voor te zeggen hier een gezichtsbepalend figuur neer te zetten?

“Het nadeel is dat de lokale politiek dan helemaal wordt gemarginaliseerd. Het gaat kennelijk niet om het Rotterdamse verkiezingsprogramma, maar om het landelijk beleid. Dat betekent een verdere verschraling van de politieke debat. Maar natuurlijk kan je gewoon zeggen dat raadsverkiezingen niet meer dan een testcase zijn voor de landelijke politiek.”

Met Linthorst en Vermeulen hebben twee belangrijke wethouders zich teruggetrokken. Was er nog voldoende bestuurlijke kwaliteit over in Rotterdam?

“Persoonlijk geloof ik niet dat het om de mannetjes gaat, maar om de consistentie van de politieke lijn. Dat Simons geen van de zittende wethouders als maatje heeft gekozen en Kombrink kennelijk geschikter achtte om hem aan te vullen, betekent dat hij de figuren hier kennelijk niet sterk genoeg vond. Laat ik vooropstellen dat Simons van harte welkom is. Simons praat goed, kan mensen overtuigen, alleen vraag ik me af of de PvdA dat op landelijk niet had kunnen gebruiken. Kombrink is een groter risico. Hij zal moeten samenwerken met mensen die hem vier jaar geleden van de lijst hebben gehouden. Dat kan resulteren in verscheurde harten en herenleed.”

    • Coen van Zwol