Vaste stemming overheerst op alle internationale obligatiemarkten

ROTTERDAM, 4 OKT. De obligatiemarkten waren de afgelopen week wereldwijd vast gestemd. De markt begon nog een beetje onzeker als gevolg van de spanningen in Rusland. Met de afname van deze spanningen, tegen het einde van de vorige week, konden de markten hun opwaartse koers vervolgen. Alleen de Belgische obligaties beleefden een slechte week. Een dip in het vertrouwen in de Belgische economie - met in het achterhoofd de torenhoge staatsschuld van 130 procent van het bruto binnenlands product - zorgde voor een lagere frank. De lange rente steeg met 9 basispunten ondanks een renteverlaging door de Belgische centrale bank.

De Nederlandse 10-jaars rente bedroeg eind vorige week 5,91 procent, waarmee het verschil tussen Nederland en Duitsland uitkwam op 18 basispunten.

Nederland-Duitsland. Per saldo beleefden beide markten een goede week. De Nederlandse 10-jaars rente ligt met een niveau van 5,91 nu duidelijk onder de grens van 6 procent. Ook de Duitse obligaties zijn hard op weg om deze barrière te nemen, hierbij afgelopen week gesteund door een licht afnemend inflatietempo. De 12-maands inflatie kwam in september uit op 4 procent (op jaarbasis), hetgeen overeenkwam met de verwachtingen van analisten.

Het 10-jaars renteverschil tussen Nederland en Duitsland liep per saldo iets in maar bleef op een hoge 18 basispunten. Op dit moment wordt deze hoge "spread' nog veroorzaakt door het verschil in inflatieniveau tussen Nederland en Duitsland en de financieringsbehoefte van Nederland. In Nederland bestond voornamelijk interesse voor het lange eind, ingegeven door buitenlandse beleggers.

Vanochtend liep de 10-jaars rente overigens met enkele basispunten op als gevolg van de wederom toegenomen spanningen in Rusland. Monetair beleid. De valutamarkten blijven twijfelen over de vraag of ze een renteverlaging nu positief of negatief moeten interpreteren voor een munt. De Franse centrale bank durfde in ieder geval de rente nog niet te verlagen en gebruikte de tijdelijke zwakte van de Duitse mark slechts om de valutareserves aan te vullen.

In België werd het centrale tarief verlaagd met 0,1 procent. De Belgische frank wordt ook al geplaagd door de hoge staatsschuld, de zwakke economie en geruchten over een ontkoppeling van de Luxemburgse franc, en vertoonde een verdere daling.

Ook de Deense centrale bank besloot tot een renteverlaging. De Deense kroon reageerde goed op de verlaging van het disconto van 0,5 procent-punt tot 8,25 procent met ingang van afgelopen maandag. De munt bleef stabiel.

Vooralsnog hechten de centrale banken nog sterk aan een stabiele waarde van hun munt en maken ze geen gebruik van de grotere ruimte die de munten binnen het EMS hebben gekregen. Dit heeft tot gevolg dat de reële rentes relatief hoog blijven ten opzichte van de economische situatie waarin de meest Europese landen zich op dit moment bevinden. In Denemarken bijvoorbeeld bedraagt het rendement 6,6 procent bij een inflatie van ongeveer 1,2 procent. De reële rente ligt hiermee op 5,4 procent. Op zich zou er dus nog genoeg ruimte zijn voor deze landen voor verdere rentedalingen. Italië. Dit land was de afgelopen week de beste performer. De 10-jaars rente daalde maar liefst met 40 basispunten tot een niveau van 9,44. Naast het steeds voortdurende proces van de renteconvergentie hielp de regering de obligatiemarkt een handje. Deze maakte bekend dat snel een nieuwe wet van kracht zal worden die het mogelijk maakt voor buitenlandse investeerders om betaalde couponbelasting terug te vorderen. Op dit moment wordt op alle ontvangen coupons 15 procent belasting ingehouden. Met de mogelijkheid om deze belasting terug te vorderen zal de belangstelling uit het buitenland sterk kunnen toenemen. Verenigde Staten. De Amerikaanse obligatiemarkt begon de week met een rally van de langere obligaties. Oorzaak hiervan was de uitlating van het "Federal Open Market Comittee' om de houding ten aanzien van het monetair beleid te veranderen van neutraal/verkrappend tot neutraal. Dit betekent dat de kans op een renteverhoging door de Amerikaanse centrale bank, de Fed, kleiner is geworden. Oorzaak is dat ook de Fed minder bezorgd is over de ontwikkeling van de inflatie. De 30-jaars rente dook wederom onder de 6 procent. Tegen het einde van de week zorgden de publicaties van gunsige economische statistieken alsmede bezorgdheid aangaande de inflatoire implicaties van het OPEC-akkoord weer voor stijgende lange rentes.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco