Ter Beek op moeilijk moment in Suriname

PARAMARIBO, 4 OKT. Voor minister Ter Beek bestond er altijd één grote eis voor hij zijn ambtgenoot Gilds in Paramaribo zou bezoeken: Bouterse moest weg wezen. Maar vandaag bij aankomst in Suriname was Bouterse duidelijk aanwezig. Als leider van zijn politieke organisatie heeft hij opgeroepen tot een staking, weliswaar in zijn eigen woorden "vreedzaam' maar toch een duidelijk politiek signaal dat Suriname in deze tijd van economische malaise "een sterke man nodig heeft'.

Het bezoek van Ter Beek, dat sinds de machtswisseling bij het leger in mei werd voorbereid, komt op een moeilijk moment. De Nederlandse minister van defensie wil het Surinaamse kabinet duidelijk laten weten dat Nederland zich aan het nieuwe raamverdrag tussen Nederland en Suriname wenst te houden en op een aantal terreinen hecht wil samenwerken en ook hulp wil geven. Die boodschap geeft hij af nadat Nederland enkele weken geleden eenzijdig heeft besloten de grootste moot van die hulp op te schorten. Suriname heeft nog 1,3 miljard gulden te goed van Nederland, een deel van het bedrag dat bij de onafhankelijkheid in 1975 is toegezegd. Na de decembermoorden is door de militaire leiding het verdrag opgeschort maar na de verkiezingen in 1991 werd de uitvoering van het verdrag weer hersteld. Nu houdt Nederland de gelden voor betalingsbalanssteun in omdat Suriname onvoldoende haast maakt met een structureel aanpassingsprogramma en niet met een internationale toezichthouder als bijvoorbeeld het Internationale Monetaire Fonds in zee wil.

De Surinaamse regering is nog steeds van mening dat de Nederlandse eis tot voortvarendheid in de herstructurering van de economie de broze democratie in gevaar brengt. Diezelfde democratie staat onder grote spanningen omdat vijanden van de regering de grote economische verslechtering voor de Surinaamse bevolking aangrijpen om van zich te laten horen. En niemand lijkt hier goed zicht te hebben welk van de twee kwaden de meest fatale is.

Ter Beek wil in ieder geval namens het Nederlandse kabinet in de geest van de brief die premier Lubbers onlangs aan president Venetiaan stuurde de verzekering geven dat Nederland op allerlei terreinen Suriname wil blijven bijstaan. De regering-Venetiaan moet dan van haar kant haast maken met de economische aanpassingen. De redenering is dat bijstand op het terrein van juridische samenwerking en militaire steun alleen effect heeft als ook op het terrein van de staatshuishouding drastische hervormingen worden doorgevoerd en dat dat uiteindelijk het democratische proces ten goede komt.

De angst voor sociale onrust hier is zo groot dat minister Gilds van defensie in de officiële stukken over de verkleining van het Surinaamse leger geen getallen durft te noemen. Het is publiek geheim dat het aantal manschappen van drie- à vierduizend teruggebracht moet worden naar 1500. Toen Gilds als minister aantrad was nog niet eens bekend hoeveel militairen er werkelijk in dienst waren. Naast 1500 man landmacht is er dan nog plaats voor een 150 man sterke eenheid van marine en lucht die tezamen de taken van een nieuwe kustwacht zullen vervullen. Deze kustwacht gaat dienst doen op het terrein van visserij-inspectie, het tegengaan van smokkelen en drugshandel. Ook zal de militaire politie worden omgevormd tot een eenheid die zal samenwerken met de civiele politie in het land en niet langer overal eigenmachtig zal kunnen optreden.

Nederland wil bijdragen aan deze plannen en als er een sociaal beleidskader is ook uit de verdragsmiddelen helpen bij de afvloeiing van overtollige militairen. Voor Filds en legerleider Arthy Gorré is het moeilijk de nu dienstdoende militairen om te scholen. Daarbij moeten zij ook een mentaliteitsverandering van hen eisen, zo zeggen Nederlanders die meegeholpen hebben aan het opzetten van een nieuw beleidskader voor de Surinaamse Defensie. Nu is het vaak zo dat militairen door hun geringe soldij gedwongen worden een tweede baan te zoeken als particulier beveiligingsambtenaar, taxichauffeur, vrachtrijder of klusjesman. Wil je een professioneel leger opbouwen dan moeten de manschappen ook aanwezig zijn in de kazerne en niet de halve dag druk met hun tweede baan, hetgeen in een aantal gevallen ook corruptie in het spel brengt, zo zeggen zij.

Onze correspondent voegt hieraan toe:

Arnold Kruisland, lid van de vaste commissie van Defensie in de Nationale Assemblee, meent dat aan minister Ter Beek duidelijk moet worden gemaakt dat Nederlandse steun aan de industrie en het sociaal vangnet in Suriname hogere prioriteit hebben dan hulp aan defensie en justitie en politie. “Nederland moet inzien dat het Surinaamse volk op dit moment economische steun op prijs stelt”, aldus Kruisland.

    • Willebrord Nieuwenhuis