Te veel "zwijnen' zorgt voor verwarring

OOSTERHOUT, 4 OKT. Geluk kan ook een last zijn. Geluk kan een mens ook te veel worden. Te veel geluk werkt net zo ondermijnend als een overmaat aan ongeluk.

De eerste keer dat het fortuin hem gisteren aan een punt hielp, reageerde hij al opgelaten. Het was in de finale in Oosterhout, de eerste wedstrijd om de wereldbeker driebanden van het seizoen. En natuurlijk wilde hij scoren tegen Raymond Ceulemans, de oude meester. Maar niet op die manier. Dat had hij toch niet nodig, Torbjörn Blomdahl, de heersend wereldkampioen.

Hij hield de zijkant van zijn krijt in de richting van zijn tegenstander. Bij wijze van excuus. Maar toen het geluk hem bleef achtervolgen, was dat gebaar niet meer toereikend. Bij het tweede "zwijn' toonde hij zijn handpalm met gespreide vingers. Als blijk van onschuld. Bij de derde toevalstreffer hief hij zijn armen in onmacht ten hemel. Bij de vierde mazzelstoot had hij door de grond willen gaan in een krans van rook en vuur.

Dat was ook wel een toverbal. Een wonderbaarlijke, lachwekkende, aanstootgevende carambole na een misser en vier losse banden. En toen de grond zich na die gotspe niet opende onder zijn zwartgelakte schoenen, nam hij de keu in beide handen. En als een gewichtheffer tilde hij haar tot boven zijn schouders. Smekend staarde hij in de lege ogen van zijn tegenstander, terwijl hij een korte ruk aan de keu gaf. Alsof hij zich de hals afsneed.

Hij stond dan wel met 2-0 voor - met 15-2 en 15-6 zelfs overtuigend - maar al dat geluk had hem toch bijna nog de kop gekost. “Het was echt te veel”, zegt hij na afloop nog altijd met een zweem van ongemak. Had hij dat fortuin maar in dank kunnen aanvaarden. Had hij het lot dan toch tenminste lijdzaam kunnen ondergaan. Maar alles in hem kwam in opstand tegen die cadeautjes, waar hij nooit om gevraagd had. “Natuurlijk wil ik altijd winnen.” Felle vlammende ogen die plotseling breken. “Maar niet door geluk.”

Hij raakte zijn concentratie kwijt na die grillen van het biljartspel. Liet "zwijntjes' volgen door onbegrijpelijke missers. Alsof hij boete deed voor ongewenst geluk. Hij die steeds zo resoluut rond de tafel gedanst had, wist opeens niet meer hoe snel hij moest spelen, hoe lang hij moest denken. Zijn snelle, explosieve motoriek vertraagde. Door twijfel geremd.

Dat zou zijn tegenstander, de oude rot uit Vlaanderen, nooit zijn overkomen. Gevraagd of hij zich niet had zitten verbijten op zijn stoel, toen Blomdahl in de eerste twee partijen over hem heen walste, duwt hij eerst met driftige gebaren het hemd in zijn kierende broek. Hij is net bezig zijn biljarttenue te verruilen voor zijn zondagse pak. Daarna werpt hij een blik vol onderdrukt venijn. “Niet ene keer heb ik mijn hoofd bewogen.” Hij zoekt getuigen. “Heb je mij ook maar één keer een spier zien vertrekken?”, vraagt hij een arbiter. “Nee toch?” Hij schudt en zwaait en knikt met zijn hoofd om te demonstreren hoe hij ook had kunnen reageren. In plaats daarvan zetelde hij als een sfinx op zijn troon.

Zelfbeheersing is een erezaak voor Ceulemans. Je laat de tegenstander toch niet zien wat in je omgaat? Woede, verdriet maar ook hoop, dat houd je binnenskamers.

Wat een verschil met Blomdahl bij wie elke gemoedsaandoening van zijn gezicht is af te lezen. Zijn mond is steeds in stille tweespraak met zichzelf. Soms streep, soms halve maan, soms grimas. Vaak tuit hij zijn lippen, op de manier van Mick Jagger, als een provocatie aan de wereld. Kom maar op als je durft.

Ceulemans is een van de weinigen in de biljartwereld die zich door dat vertoon van ongegeneerde bravoure niet imponeren laat. De 30-jarige Zweed die "mr. Hurricane' genoemd wordt, kan nog zo onstuimig rond het biljart stuiven, hij kan de ballen met nog zoveel kracht over het blauwe laken laten stuiteren, de 56-jarige Belg blijft zichzelf. Als een elegante olifant kuiert hij in opperste beheersing rond de tafel. In opperste beheersing streelt hij steeds de ballen. Als een zucht op een windstille dag. Altijd fijnzinnig, altijd delicaat.

Dat hij de finale na twee gewonnen partijen - 11-15 en 11-15 - toch nog in de vijfde set verloor, daar kon de Mechelse meester niet mee zitten. Want in die laatste partij was Blomdahl, die zijn schaamte en twijfel even vastberaden afschudde als een hond de regen, “gewoon superwereldklasse” geweest. Meer dan twee beurten had hij niet nodig om die laatste vijftien caramboles te maken. “Dat kunnen er maar enkelen in de wereld.” Ceulemans zegt dat met respect. “Omdat hij Blomdahl is, daarom kan hij dat. Omdat hij zo groot is, daarom kan hij dat. En dan nog tegen mij.”

Ceulemans is allang blij dat hij na een zware rugaandoening weer kan spelen. En: “dat ik me terug goed voel”. Twintig kilo lichter. Dat was de dokters' eis. In het ziekenhuis heeft hij gewanhoopt of hij nog ooit zou kunnen spelen. Zijn herstel kwam als een godsgeschenk. Een geluk dat hij zich graag, zelfs gretig, welgevallen laat.