Stank van de dood hangt over rampgebied in India

SASTUR, 4 OKT. Het centrale pleintje van het dorp Sastur is na de verwoestende aardbeving van donderdag in het westen van India letterlijk het brandpunt geworden van het plaatsje. Hier werden zaterdag op last van de regering 75 veelal zwaar verminkte lijken gecremeerd. Het is nu een rokend bed van as met hier en daar beenderen en zelfs een schedel. De buste van een vermaarde zeventiende-eeuwse krijger-koning uit deze streek, die de beving moeiteloos lijkt te hebben doorstaan, overziet met barse blik het macabere decor.

In Sastur hangt overal de doordringende geur van de dood. Politie en militairen, die op grote schaal zijn ingezet voor de reddingswerkzaamheden, schrijven deze vooral toe aan kadavers van dieren die nog onder het puin begraven liggen. De meeste menselijke slachtoffers zijn intussen wel geborgen.

Hoeveel doden er op donderdagochtend zijn gevallen is een nog onbeantwoorde vraag. De dorpelingen zelf menen dat ongeveer 7.000 van de 12.000 inwoners de ramp niet hebben overleefd. De autoriteiten hanteren echter veel lagere cijfers. Volgens hen waren er tot en met zondag in Sastur 1.150 lijken geborgen. Hoewel dit cijfer nog wel zal stijgen, lijkt het op grond van deze gegevens onwaarschijnlijk dat het totale dodental van 25.000 zal worden gehaald, zoals eind vorige week nog werd gevreesd. Het officiële dodental staat nu op ongeveer 11.000 voor het hele rampgebied.

“Ik geloof dat het publiek zich schuldig maakt aan overdrijving”, zegt K.S. Sidhu, een hoge regeringsfunctionaris in het zwaar getroffen district Osmanabab waartoe Sastur behoort. “De mensen hebben natuurlijk veel lijken gezien, laten zich door hun emoties meeslepen en komen dan met dergelijke hoge dodentallen.”

Vrijwel niemand brengt de nacht meer door in Sastur. Overdag vallen er behalve reddingswerkers alleen nog mensen te zien die met voorwerpen sjouwen die ze uit de ruïnes van hun huizen hebben weten te redden. Ze hebben op een veld buiten het dorp een tijdelijk onderkomen gevonden in tenten of hutten die zijn vervaardigd van golfplaten.

Dahda Aryun Rahumand heeft zijn moeder en twee van zijn kinderen verloren. Vijf andere familieleden in zijn huis overleefden echter het moment toen het dak instortte. Zoals veel bewoners van het getroffen gebied is hij vastbesloten om niet meer terug te keren naar het oude Sastur. In plaats daarvan wil hij een nieuwe woning bouwen op zijn stuk land.

De regering heeft al aangekondigd dat de dorpelingen uit de ergst getroffen gebieden op een andere, voor aardbevingen minder gevoelige plek zullen worden ondergebracht in geheel nieuwe dorpen. Voor de bewoners van het grotendeels verwoeste Holi (voor de aardbeving 3.500 inwoners) betekent dat om meer dan één reden een grote opluchting.

In Holi was de ravage zo enorm en lagen veel mensen zo diep onder de brokken steen dat hun familieleden geen andere keus hadden dan de stoffelijke resten van hun dierbaren binnen de muren van het eigen huis te cremeren. Volgens het hindoegeloof is dat echter een hoogst ongewenste praktijk. Een fatsoenlijke crematie heeft plaats op het land buiten het dorp. Met die crematies tekenden de bewoners van Holi op de puinhopen van hun dorp dus feitelijk het doodvonnis voor hun geboorteplaats, legt een militair ter plaatse uit.

Ook in Holi lopen de statistieken van de dood sterk uiteen. Sommige lokale bewoners spreken van 2.000 doden of meer. Een officier van het leger verklaart echter met grote stelligheid dat er tot en met zondag ruim 500 lijken zijn geborgen in het dorp.

De ironie is dat bij de ramp van donderdag de allerarmsten het er deze keer het beste vanaf hebben gebracht. Zij bewonen in dit deel van Maharashtra, in het hart van India, rieten hutjes die bij een schok niet snel instorten. En als die hutjes al inzakken, heeft dat weinig consequenties. Ook de rijken hebben naar verhouding weinig geleden, omdat hun huizen meestal van stevige makelij zijn.

Het ergst getroffen zijn de iets meer welgestelde boeren, die hun huis van leem en grote brokken natuursteen bouwden. Deze bouwsels bleken bij een aardbeving een moorddadige werking te hebben. Bijna alle doden vielen in dit soort huizen.

Ook de dertigjarige Chander Ganguma woonde in een dergelijk huis in het dorpje Tavshi. Zijn vrouw, zijn broer en diens vrouw waren bij de beving op slag dood. Chander zelf sliep op het moment van de ramp op zijn stukje land, zoals Indiase boeren dat 's zomers vaak doen. “Ik rende meteen naar huis toen ik de schok voelde, en daar zag ik dat het in een grote puinhoop was veranderd en dat mijn familieleden waren gedood”, vertelt hij.

Van onder de hoop stenen die tot vorige week zijn huis was, komt een weeïge lijkengeur, afkomstig van de kadavers van vijftien schapen. Eén schaap overleefde de beving maar mist nu een poot. Klagelijk blatend ligt het dier al dagen voor Chanders woning.

Chander leidde de afgelopen jaren toch al een karig bestaan doordat de in India zo cruciale moessonregens dit deel van het land grotendeels oversloegen. Bovendien werden de zonnebloemen die hij op een deel van zijn stukje grond verbouwde door een parasiet aangetast en had hij een slechte oogst. Nu hij zijn huis, zijn vee en enige familieleden kwijt is, ziet hij de toekomst somber in: “Als we geen steun van de regering krijgen, zal ik het hoofd niet boven water kunnen houden.”

De regering heeft de slachtoffers, van wie uiteraard vrijwel niemand was verzekerd, ook voor de toekomst hulp toegezegd. Maar het is altijd afwachten wat daarvan terecht komt. Het zou niet voor het eerst zijn dat de politici hun beloften niet nakomen.

Voorlopig hebben de dorpelingen in elk geval niet over belangstelling te klagen. Het leger en de politie zijn in groten getale aanwezig, al is het rendement van hun optreden niet overal even duidelijk. Velen hangen maar wat rond en klampen nieuwsgierig bezoekers aan voor een praatje. Harder werken de meeste vrijwilligers die het gebied eveneens hebben overstroomd. Van employés van luchtvaartmaatschappijen en banken tot willekeurige artsen, allemaal duiken ze op om iets voor de overlevenden te doen.

Daarnaast trok de ravage in de tientallen getroffen dorpen de afgelopen dagen ook tienduizenden nieuwsgierigen, die dikwijls de hulpverlening ernstig bemoeilijkten. De politie kreeg ten slotte opdracht om alleen mensen tot het gebied toe te laten die daar iets hadden te zoeken.

Nog steeds zien de verbaasde dorpelingen echter meer auto's dan ze ooit hebben gezien in hun anders zo stille straten, waar het beeld gewoonlijk wordt bepaald door ossekarren, fietsers en wandelaars. Verstoord kijken oude mannetjes op, wanneer ze midden op de weg lopend plotseling luid schetterende claxons achter zich horen van auto's, die zich in India altijd gedragen alsof de weg uitsluitend van hen is. Hier en daar komt het zelfs tot filevorming op de boerenwegen, bijvoorbeeld als er weer eens een konvooi langskomt van een vooraanstaande politicus met zijn uitgebreide gevolg.

Hoewel de hulpoperatie van regeringswege langzaam op gang kwam, zijn de meeste mensen in het rampgebied nu niet ontevreden over de hulp die ze krijgen. Het laat hen koud of ze hulp krijgen van het leger of van particuliere instellingen. Hun voornaamste zorg is nu vooral hoe snel ze een nieuwe woning zullen hebben.