Stadsoorlog in Moskou ...

HET HEEFT DERTIEN dagen geduurd. Maar nu heeft president Boris Jeltsin dan toch ingegrepen. Met behulp van elitetroepen is hij vanmorgen begonnen de oppositie letterlijk uit de weg te ruimen. Na dertien dagen ontrolt het op één na slechtste scenario zich alsnog.

Dertien dagen is Jeltsin daarvoor teruggedeinsd. Al die dagen heeft hij slechts willen pokeren met zijn tegenstanders. Nadat hij die dinsdagavond 21 september het weerbarstige Congres van Volksafgevaardigden per televisiespeech naar huis had gestuurd, deed hij nagenoeg niets meer. Hij beperkte zich tot afknijpen: het parlementsgebouw werd afgegrendeld, de telefoon werd afgesneden en het licht werd uitgedraaid.

Maar ondertussen schiep Jeltsin met deze terughoudendheid een vacuüm. In St. Petersburg kwamen eerst de lokale leiders bijeen en wierpen zich daarmee op tot een derde macht die zich niets meer aan Moskou gelegen wenste te laten liggen. In de hoofdstad zelf begon de kerk zich vervolgens als bemiddelaar met de strijd te bemoeien. Het volk op zijn beurt bleef gewoon thuis, murw als het door alle politieke chicanes van het afgelopen jaar is geworden. Dit alles kleurde een beeld van machteloosheid aan alle kanten, een situatie die, zoals bekend, nooit al te lang kan duren.

Dat was precies waarop parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov en voormalig vice-president en oorlogsheld Aleksandr Roetskoj hadden gewacht. Hun aanhang op straat, op zich niet groot, nam zelfs enigszins toe. Wat aanvankelijk een club bejaarden en oudgediende communisten was, werd een gezelschap van euforische avonturiers en jongens die door hun oorlogservaringen in Afghanistan, de Kaukasus en Moldavië wisten hoe je met een kalasjnikov moet omgaan. Gisteren sloegen die laatsten onder professioneel commando toe. Het snelle succes van deze francs-tireurs was verbijsterend. De politiemannen van Jeltsin stonden erbij en keken ernaar.

DAT WAS HET SIGNAAL voor de president om een beroep te doen op die macht die zich tot nu toe niet zozeer in woord als wel in daad buiten de machtsstrijd had gehouden: het leger. Eenheden van de krijgsmacht en de geheime dienst deden wat er van ze verwacht mocht worden: ze heroverden gisteren eerst het omroepkwartier Ostankino en begonnen vanmorgen aan de bestorming van het parlementsgebouw. Gevolg: vele doden, nog meer gewonden, straatguerrilla zonder heldere frontlijnen, nieuwsgierige burgers in het schootsveld, Amerikaanse diplomaten in hun schuilkelders en een parlementsgebouw in vlammen, hetzelfde "witte huis' dat in augustus 1991 nog het symbool was van de onwankelbare democratische gezindheid van Jeltsin en het volk.

IN MILITAIRE ZIN is de Russische president hiermee overgegaan op de stormaanval die de putschisten van 1991 indertijd niet op hem en zijn toenmalige bondgenoten Chasboelatov en Roetskoj durfden uit te voeren. Hij kon die gok wagen omdat hij op één ding mocht rekenen: de passieve goedkeuring van de burgerij. Want net zoals het Westen met afgrijzen heeft moeten aanzien hoe de twee voormalige kameraden van Jeltsin vanuit het parlement aan hun heilloze escalatietactiek verder werkten, zijn ook de Moskovieten doordrongen van het politieke gevaar dat in deze hoek schuil ging. Door niets te doen gaven ze Jeltsin het gevoel dat hij de zwijgende meerderheid in de rug hadzonder dat ze zich in positieve zin voor hem zouden hoeven uit te spreken. Mede daarom leek de strijd zich vanmiddag, na uren vechten, in Jeltsins voordeel af te wikkelen.

... en de verliezen

DAT JELTSIN aan de winnende hand lijkt is dezer dagen een geruststellende ontwikkeling. Maar deze opluchting over het feit dat Jeltsin het allerzwartste scenario (Roetskoj en Chasboelatov aan de macht) nu probeert te verijdelen mag onze ogen niet sluiten voor de consequenties van deze militarisering van het democratische proces in Rusland. Concrete prognoses zijn vandaag uiteraard hachelijk.

Maar een paar conclusies dienen zich toch aan - conclusies die allemaal gaan in de richting van het treurigstemmende gevoel dat de democratie, die twee jaar geleden werd bevochten, vandaag een nederlaag heeft geleden. Anders dan in 1991 is Boris Jeltsin er de afgelopen weken immers niet in geslaagd de oppositie tegen zijn beleid op burgerlijke wijze in goede banen te leiden. Hij is niet in staat gebleken om de groepen rondom Chasboelatov en Roetskoj via de actieve maatschappelijke deelname van het volk duidelijk te maken waar de macht in Rusland momenteel ligt. Hij heeft dat alleen, na tot op het bot geprovoceerd te zijn, via de loop van het geweer gekund.

Deze morele nederlaag (“werkelijk treurig”, aldus Jeltsin zelf) heeft dan ook een prijs: een politieke en een economische. Ten eerste zullen het leger, de binnenlandse strijdmacht en de geheime dienst straks uitbetaald moeten worden voor hun loyaliteit. Geen illusies daarover. Want de krijgsmacht in Rusland is nog altijd allereerst op zichzelf gefixeerd en niet op democratie in algemene zin. Ten tweede zouden de trouwste aanhangers van Jeltsin in Moskou en de regio hun deel wel eens kunnen komen opeisen. Dat zou dan kunnen leiden tot een tweede revolutie binnen de democratische revolutie van 1991. Met andere woorden, tot een politieke bijltjesdag op alle bestuurlijke niveaus. Dat zou de toch al broze stabiliteit niet bepaald bevorderen. Het ligt althans niet voor de hand dat de lokale machthebbers, die zich de afgelopen weken zo nadrukkelijk neutraal hebben opgesteld, zich tegenover zo'n zuiveringsgolf zonder slag of stoot zullen overgeven.

EN TEN DERDE zal Jeltsin het volk, zijn zwijgende meerderheid, moeten afkopen. De Russen houden namelijk niet van geweld. De Russen zijn vandaag derhalve vooral bang en geschokt. Als Jeltsin deze emoties niet snel weet te compenseren met goede woorden en vooral geld, creëert hij alsnog een probleem. Want massawerkloosheid, een van de consequenties van het economische hervormingsbeleid dat de president zegt voor te staan, kan hij allerminst gebruiken.

Kortom, de kans is groot dat de economische hervormingen door de politiek-militaire afrekening die nu op gang is gekomen niet versneld zullen worden, maar juist vertraagd. Dat perspectief doemt eens temeer op omdat Jeltsin zich afgelopen twee jaar niet heeft laten kennen als een bestuurder die zich bekommert om de saaie lange termijn maar veeleer als een barricade-politicus bij uitstek.

Dat is de sombere bijgedachte op een dag die nog treuriger had kunnen zijn dan hij al is.