Sport en de agenda van Lubbers

Sport wordt een permanent onderdeel van de agenda, ook van de mijne, verklaarde premier Lubbers in februari van dit jaar op de opiniepagina van deze krant. En sportbestuurlijk Nederland danste bijkans van uitzinnige vreugde op de vergadertafels. Dé doorbraak was gemaakt.

De lobby was jarenlang verkeerd aangepakt. Een stuntelige estafette naar Den Haag om op het Binnenhof extra geld te vragen voor de georganiseerde sport en smartelijke verhalen over het kommervolle bestaan van toppers konden de politiek er niet toe bewegen overmatige belangstelling voor de sport op te brengen. Tot er een nieuwe wind ging waaien in sportief Nederland. NOC*NSF-voorzitter Huibregtsen hield gloedvolle betogen over het "menselijk milieu', over sport als instrument voor het sturen van maatschappelijke processen over sport. Dat verdiende de aandacht en de steun van de rijksoverheid. Aanvankelijk had Lubbers nog laten weten dat het misschien wel juist zo goed ging met de sport, omdat de politiek zich er niet mee bemoeide, later keerde hij op zijn schreden terug. En minister d'Ancona liet vrijdag op de sportdag van sportjournalisten op het nationaal sportcentrum Papendal in een toespraak, uitgesproken door een van haar ambtenaren, weten dat de sociale vernieuwing die volgens sommigen is mislukt en volgens anderen geen succes is geworden “in de sport wel uitstekend is verlopen.” Voorbij leek de tijd dat politici uitsluitend flirtten met de sport omdat het podium zich zo goed leent voor ruime aandacht in de media, een gegeven dat vrijwel elke voorlichter zal beamen. De vrijage groeide naar een serieuze verkeringstijd. De PvdA belegde minicongressen over belangwekkende sportaangelegenheden, de minister van WVC nam het initiatief voor een Fonds voor de Topsporter, waar als een begin vijf miljoen werd ingestopt. De Tweede Kamer ging akkoord met de instantloterij, een nieuwe, belangrijke bron van inkomsten voor de sport die overigens nog even op zich laat wachten omdat de Eerste Kamer, en dan met name het CDA, er nu grote problemen mee heeft. Het waren gebaren die toonden dat de sport er beter op was komen te staan in Den Haag. Hoop die volgens Huibregtsen de bodem in werd geslagen toen hij de nieuwe partijprogramma's doorbladerde en tot zijn schrik vaststelde dat sport niet of nauwelijks werd genoemd. Dat zegt meer over de politieke interesse dan de hoop een permanent onderdeel van de agenda te zijn.