Maarten 't Hart nog niet op dreef als discussieleider

Tussen Dag en Nacht. VPRO, Nederland 3, 23.21-0.06u.

Het eerste programma moet Maarten 't Hart er op sommige punten nog een beetje inkomen. Hij begint het gesprek over filosofie, dat hij met Connie Palmen, Jaap van Heerden en Piet Meeuse zal gaan voeren, met de bewering dat hij van zijn oude natuurkundehoogleraar heeft geleerd dat filosofie "geraaskal' is en vraagt Connie Palmen meteen waarom ze niet een echt vak heeft geleerd want met filosofie valt toch geen droog brood te verdienen. Moeilijk om na zo'n begin nog een serieus gesprek te voeren, al laat Palmen zich niet uit het veld slaan. Ze heeft filosofie gestudeerd en ze is nu toch verschrikkelijk rijk, zegt ze, dus blijkbaar is die studie nu ook weer geen handicap. Met haar blijft 't Hart steken in een soort gekissebis, ook al omdat hij niets vraagt of zegt over wat zij geschreven heeft, behalve dan hoe ze het vond dat De wetten zo'n verkoopsucces werd.

Als hij, begeleid door een volstrekt bespottelijk muziekje, Jaap van Heerden heeft geïntroduceerd, wordt het allemaal veel beter. Hem vraagt 't Hart meteen naar zijn stelling "Wees blij dat het leven geen zin heeft' en Van Heerden geeft het ene welgeformuleerde antwoord na het andere. De twee beginnen een gesprek over theologie en religie - "Willekeurige verzinsels maar wel met een zekere verdienste' meent Van Heerden - en discussiëren snel en vermakelijk over het schrijftalent van sommige filosofen en de onbruikbaarheid van Poppers falsificatietheorie in de praktijk.

Helaas valt 't Hart weer wat terug bij gast drie, Piet Meeuse, omdat hij ook tegen hem weer begint over de reden om filosofie te gaan studeren etcetera, wat niet zo erg zou zijn als hij zo snel mogelijk over stellingen, opmerkingen of bevindingen uit Meeuses essaybundel De jacht op Proteus zou komen te spreken. Maar dat vergeet hij ook bij Meeuse weer. Die moet daar zelf mee voor de dag komen. Het lijkt bijna of 't Hart zijn boek niet eens gelezen heeft.

Elke gast heeft maar een betrekkelijk korte tijd om alleen met de gespreksleider te praten. Na de drie introducerende gesprekken is het de bedoeling dat zich een algemene discussie ontwikkelt. Daarbij moet 't Hart voorzittend en leidinggevend optreden, maar dat moet hij nog een beetje leren. Verschillende keren snakt Connie Palmen naar het woord, maar zij krijgt het niet omdat 't Hart niet goed oplet. Toch is het niet oninteressant, deze filosofiediscussie. 't Hart betoont zich een intelligente en, zowaar, over het algemeen redelijke gesprekspartner. Wilde uithalen en woeste meningen laat hij grotendeels achterwege. Hij zou alleen zijn gesprekspartners wat meer kans moeten geven om de goede dingen te zeggen; behalve Jaap van Heerden komt in deze aflevering niemand uit de verf.

In de tweede aflevering, over religie, gaat het wat beter met het voorzitten. Maar alweer vergeet 't Hart over inhoudelijke kwesties te beginnen. Na zijn gesprekje met professor H.M. Kuitert weten we wel dat Kuitert een Zweedse vrouw getrouwd heeft en dat er een "zaak Kuitert' is geweest, maar wat die zaak nu inhield, waar Kuitert voor staat, wat hij verwerpt en waarom, waarom hij toch wil blijven geloven, daarnaar vraagt 't Hart niet. Gelukkig komen een aantal van die onderwerpen in het algemene gesprek nog aan de orde, met de zeer hanige en pedante priester Antoine Bodar en de zeer rustige en met onbetwijfelbaar gezag sprekende arabist J. Brugman. Ze beloven wel wat, deze eerste twee afleveringen. Jammer alleen dat de VPRO blijkbaar ook die rare radio en televisie tic heeft overgenomen dat je de mensen vooral niet te vroeg op de avond moet lastig vallen met iets van cultuur.

    • Marjoleine de Vos