Lauwe Argentijnen bezorgen peronisten zege

De regerende peronistische Justicialista-partij van president Carlos Menem heeft gisteren de parlementsverkiezingen in Argentinië gewonnen. De peronisten kregen de steun van 41 procent van de kiezers, tegen een score van 30 procent voor de belangrijkste oppositiepartij, de "radicale' UCR. Menem beschouwt de uitslag als aanmoediging om door te gaan met zijn plan de grondwet zo te veranderen dat hij over ruim twee jaar herkozen kan worden.

BUENOS AIRES, 4 OKT. Meer dan een week na het officiële begin heeft Buenos Aires moeten wachten op de lente, en uitgerekend op de eerste dag dat de Zuidatlantische regenfronten wijken voor een schuchter zonnetje blijken er tussentijdse verkiezingen te zijn, waardoor de porteños - de inwoners van de Argentijnse hoofdstad - wéér niet toekomen aan datgene waarvoor ze leven: leven.

Deze zondag wordt er niet gelonkt in een confiteria, boven een cafecito of een glaasje Punt e Mes, want de cafés zijn dicht, net als de bioscopen, de theaters en de musea. Natuurlijk, men kan chrysanten en gladiolen gaan brengen aan de doden, want er is een erewacht bij het stadskerkhof Recoleta, waar de Argentijnse elite in tombes van suikergoed haar wederopstanding ligt af te wachten, en ook bij het volksere Chacarita, waar Juan Domingo in het kleurloze familiegraf van de Peróns is ingemetseld. Maar waarom zou je? Verkiezingen zijn geen reden. De sterfdag van de gebedsgenezeres Maria Salomé (1855-1928) wel, natuurlijk. Maar zij stond dus eergisteren al tot haar bronzen middel in de natgehuilde anjers.

Nee, voor de inwoners van Buenos Aires zat er zondag niet veel anders op dan zich met het paspoort in de hand aan te sluiten bij een van de humeurige of apathische rijen bij scholen en wijkgebouwen, de stemplicht te vervullen en de dag verder te laten voor wat hij was: verloren.

Zelden zal een “historische overwinning” dan ook zo lauw tot stand zijn gekomen. Want historisch was de overwinning van de peronistische Justicialista-partij (PJ) van president Carlos Menem zeker: voor het eerst sinds veertig jaar werd een Argentijnse regeringspartij in het laatste jaar van haar mandaat niet weggestemd, of opzijgeschoven door het leger, maar boekte zij winst: één procent, zodat zij nationaal nu de steun heeft van 41 procent van het electoraat, tegenover omstreeks 30 procent voor de "radicale' UCR, de belangrijkste oppositiepartij van Menems voorganger Raúl Alfonsn. Voor het eerst ook versloeg Menems PJ de UCR in de hoofdstad.

Toen president Menem gisteravond om een uur of tien met zijn voltallige kabinet en zijn kinderen achter de microfoons verscheen om de overwinning op te eisen, had hij echter nog een reden om blij te zijn. Hij zei de uitslag te beschouwen als een aanmoediging om door te gaan met zijn plannen om de grondwet te hervormen. Menem wil zo'n hervorming onder meer om een einde te maken aan het huidige verbod op herverkiezing van de president. Als president heeft hij nog ruim één jaar te gaan, maar hij maakt er geen geheim van een tweede termijn te ambiëren.

Voor zo'n hervorming heeft Menem echter een meerderheid van tweederden in het parlement (Lagerhuis en Senaat) nodig en de huidige stembusuitslag is daartoe onvoldoende. In het Lagerhuis, waar de PJ alleen dankzij gedoogsteun van centrumrechts een meerderheid heeft, komt hij er na de verkiezingen (voor 127 van de 257 zetels) nog steeds ten minste tien tekort. In de Senaat is er één te weinig, maar daar staat tegenover dat twee van Menems partijgenoten zich kortgeleden plotseling tegen een grondwetswijziging hebben verklaard, mogelijk omdat zij zónder herkiesbare Menem zelf meer kans maken om hem op te volgen. Maar Carlos Saúl Menem, de meester-pokeraar, zou Menem niet zijn als hij niet meer pijlen op zijn boog had.

Een van zijn troeven is het uitschrijven van een referendum, waartoe die zelfde grondwet hem machtigt. Dat referendum is weliswaar niet bindend, maar wanneer het positief uitvalt - en de opiniepeilingen wijzen daarop - zullen parlementariërs zich vóór hun eigen herverkiezing wel driemaal bedenken alvorens ze het verwerpen. Zo'n referendum - waarin president Fujimori van Peru Menem onlangs met succes voorging - zou mogelijk al op 7 of 14 november gehouden kunnen worden.

Maar heeft Argentinië gisteren nu echt gekozen voor de peronisten en de mogelijkheid van Menems herverkiezing? Wie navraag doet in de dure winkelstraten van Buenos Aires, die als geen andere profiteren van de consumptiedrift tijdens de huidige boom, hoort weinig anders dan dat men het oficialismo vooral wil voortzetten; “Menem is continuïteit” en “een overwinning voor de UCR zou een terugkeer naar de armoede betekenen.”

Argentijnen zijn nog niet vergeten hoe het was om te leven met een inflatie van zestig procent per maand. Dat daaraan door Menem - en vooral de shock-therapie van zijn "partijloze' minister van economie Domingo Cavallo - een voorlopig einde is gekomen, geeft de peronisten veel krediet, temeer daar geen enkele oppositiepartij een geloofwaardig alternatief heeft te bieden. Allen voeren nu privatiseringen en het bevorderen van de handel hoog in hun vaandel.

Maar daar staat tegenover dat de dereguleringen die Menem predikt veel sociale ellende hebben veroorzaakt: armoede, een ontmanteling van het onderwijs en het afkalven van de medische en sociale zorg. Daarbij heeft zijn regering de afgelopen drie jaar bepaald geen schone handen weten te houden. Sinds 1989 zijn meer dan twintig hoge overheidsfunctionarissen, onder wie enkele ministers, afgetreden wegens corruptieschandalen, onder meer over het verlenen van paspoorten aan terroristen, afpersing en handel in drugs, wapens en radioactief melkpoeder. De president zelf heeft slechts een kort moment van zwakte gehad, toen hij van Italiaanse zakenvrienden een sportauto in ontvangst nam, maar die is inmiddels aan de staat geschonken.

Zo was er altijd wel wat, maar deze week dreigde het toch nog even uit de hand te lopen, nadat twee rechters van het Hooggerechtshof bekendmaakten dat een vonnis uit de registers was verdwenen. Daarin werd bepaald dat de Argentijnse staat tientallen miljoen guldens moest storten in het faillissement van een landelijke bank. Het vonnis was niet zomaar zoek, zo suggereerden de rechters, maar achterovergedrukt door een van hun eigen collega's die de laatste drie jaar door Menem in het Hooggerechtshof zijn benoemd.

Daarop beschuldigde Menem de rechters ervan een vuil spel te spelen vlak voor de verkiezingen. Voor één keer stapte ook Domingo Cavallo - tot stomme verbazing van de Argentijnse politieke pers - van zijn voetstuk en noemde de beide rechters “dieven” en een van hen zelfs een moordenaar, omdat hij zijn matresse uit een Parijse hotelkamer geduwd zou hebben. De rechters hebben inmiddels een strafklacht tegen Cavallo ingediend, de pers raakt niet uitgeschreven over de noodzaak van een onafhankelijk hoogste rechtsorgaan, en het volk? “Meneer, het zijn politici, wat wilt u!”, zegt een oudere heer met een hondje in een park. “Ik verbaas me over niets meer.”

De sluwe Menem braadde uit de affaire onmiddellijk de boter, door zich achteloos te distantiëren van Cavallo's woorden. Cavallo wordt immers eveneens beschouwd als een potentieel presidentskandidaat. En die kan Menem nu even niet gebruiken. Met dit in het achterhoofd zal Menem ook niet al te rouwig zijn geweest om de tegenvallende resultaten in de deelstaat Cordoba, waar Cavallo speciaal campagne was gaan voeren voor de PJ-kandidaat.

En toch kan Menem ook niet zonder Cavallo. Zonder de resultaten van diens keiharde hervormingen had Menem zich in niets onderscheiden van zijn voorganger Alfonsn van de UCR, die eveneens pogingen daartoe had gedaan. En omgekeerd kan Cavallo waarschijnlijk niet zonder Menem; wat de technocraat aan charisma tekort komt, moet van zijn president komen. Zo zijn de twee boegbeelden van het liberale peronisme - de naamgever van de partij zou zich bij deze combinatie in zijn smalle graf omdraaien - voorlopig tot elkaar veroordeeld.

Gisteren hebben zij gewonnen. Bij gebrek aan beter, zo staat wel vast. Als de stemplicht er niet was, zou de opkomst zeer gering zijn, zo blijkt uit onderzoek. En van de steun die de PJ in Buenos Aires heeft gekregen bestaat een groot deel uit proteststemmen. “Ik heb Menem gestemd”, zegt Paolo Soto, de bebaarde voorzitter van een bewonerscollectief in de wijk San Telmo, waar nog laagbouw is en stukken tramrails tussen de kasseien liggen. “Ten eerste omdat we nu te eten hebben, maar vooral omdat de gemeente (waarin de UCR eerste viool speelt) door en door corrupt is en ons geld achteroverdrukt.”

Aan de muur grijnst Menem op tientallen identieke affiches: “Laat ons veilig verder gaan.”

    • Hans Steketee