Katholieke clowns zingen en vechten in een kinderzwembad

Voorstelling: Meningen van een clown. Spel: Jan Steen en Frans van der Aa. Regie-adviezen: Mia Grijp. Gezien: 1/10, Toneelschuur, Haarlem. Tournee t/m 12/1/94.

De Gentse acteur Jan Steen, zei een Hollandse criticus eens, heeft het fysiek van een asperge, het gezicht van een vleermuis en de uitstraling van een engel. Dat maakt hem geknipt voor de rol van onschuldige verliezer, zoals hij vorig jaar reeds in Hotel Terminus bewees, een voorstelling van Theater De Korre. Nu, in een door Frans van der Aa en hemzelf gemaakte voorstelling, speelt Jan Steen een clown die aan lager wal geraakt is nadat zijn vriendin hem heeft verlaten. Marie gaat trouwen met een invloedrijke katholiek en de clown, berooid en ziek van eenzaamheid, belt al zijn familieleden en oude kennissen om hulp. Maar iedereen trekt zijn handen af van Hans Schnier, de radicale buitenstaander die een aversie tegen elke vorm van schijnheiligheid en machtswellust ontwikkeld heeft.

Dertig jaar geleden veroorzaakte Ansichten eines Clowns, de roman van de latere Nobelprijswinnaar Heinrich Böll, nog grote opschudding. Bölls verbitterde kritiek op de heersende katholieken, achter wier tolerante en democratische façade een bijna middeleeuws verlangen naar seksuele onderdrukking zou schuilgaan, viel velen zwaar op de maag. Nu doet Bölls preoccupatie met zijn paapse tijdgenoten ouderwets aan. Wie, behalve katholieken zelf, maken zich vandaag de dag nog druk om zulke mensen?

Het verhaal dat Jan Steen en Frans van der Aa vertellen, zou over hun kinderjaren kunnen gaan. Wanneer de twee acteurs een loflied op Maria aanheffen, klinken hun stemmen geknepen, alsof zij opnieuw de woede voelen van twee Vlaamse jongens die tegen hun zin naar het kerkkoor zijn gestuurd.

Op het toneel zingen zij niet in een kerkkoor, maar in een opblaasbaar kinderzwembad van hemelsblauwe kunststof. Om het kinderzwembad heen ligt een dikke laag zaagsel. De mannen zingen, vechten, huilen en praten beurtelings in het zaagsel en in het water, en een paar keer duiken zij in doorweekte kleren uit het badje op. Het water spoelt de witte schmink van hun gezichten, maar hun geblokte stropdassen en malle gebaren laten er geen twijfel over bestaan dat het hier om twee clownsfiguren gaat.

Twee clowns in plaats van één - dat is even wennen, maar het werkt. Frans van der Aa speelt de ondersteunende rollen en beide partijen, zowel de katholieke heren als de atheïstische jongeman, maken een belachelijke indruk. Want wat Heinrich Böll zelf niet in de gaten had, beseft Jan Steen wel degelijk: Hans Schnier denkt in net zulke smaakloze clichés als de brave christenmensen om hem heen. Hij is door hen geïnfecteerd en zal aan hen te gronde gaan. De schlager Du van Peter Maffay, die minutenlang door de luidsprekers schalt, illustreert de sentimentele smaak van de verlaten clown.

Daarmee stellen de acteurs ook hun eigen smaak ter discussie. “Het lukt jou niet mensen uit te beelden zonder in verschrikkelijke kitsch te vervallen,” zegt Frans van der Aa tegen Jan Steen, en die slaat als antwoord een rauw ei op de schedel van de ander stuk. Druipend van het eigeel sjokken zij vervolgens door de piste. Hun stijve pantomimes en overbekende grappen irriteren mateloos en de slungelige bewegingen van Jan Steen wekken ronduit weerzin. En dat is ook de bedoeling. Is Hans Schnier niet door het publiek verstoten omdat geen mens naar een zielige clown wil kijken? Zo worden de toeschouwers in de rol gedrukt van de onbarmhartige mensen die Heinrich Böll in zijn roman te kijk zet. Zijn satire blijkt minder gedateerd dan wij aanvankelijk dachten.

    • Anneriek de Jong