Honkbalkampioen Neptunus wil naar de basis terukeren

ROTTERDAM, 4 OKT. Levi's Neptunus is voor de derde keer honkbalkampioen van Nederland geworden. De club uit Rotterdam, vijftig jaar oud, versloeg zaterdag in de beslissende wedstrijd Planeta Kinheim met 7-4. Neptunus haalde eerder de titel in 1981 en 1991 en won in 1990 en dit jaar het Europa Cup II-toernooi.

De Holland Series, het ambitieus opgezette maar door slecht weer geplaagde finaletoernooi, leverde een kampioen op die voor de bond wellicht ook een nieuwe periode inluidt. Terwijl de spelers elkaar in Rotterdam nat spoten met champagne en supporters vuurwerk afstaken vatte Cees Herkemij, het bestuurslid van de bond dat over de nationale teams gaat, die beoogde koers samen. “Neptunus is niet alleen een terechte kampioen,” riep hij boven het feestgedruis uit, “maar de visie in Rotterdam biedt ook perspectieven. De ploeg wordt goed geleid en streeft ernaar om naar de basis terug te keren. En dat heeft het honkbal heel hard nodig.”

Om te begrijpen wat Herkemij bedoelt moet men terug gaan in de geschiedenis. Veel clubs hebben de neiging via dure aankopen voor spectaculaire successen te zorgen. Dat werkt als er genoeg inkomsten zijn, maar die zijn er niet. Het publiek blijft al heel lang weg bij de normale competitiewedstrijden en steeds meer sponsors haken af. Dit leidde ertoe dat er van een groei al lang geen sprake meer is. Om weer op het goede spoor, menen velen, is het hoog tijd dat men weer vanuit de basis werkt.

Kinzo Nicols bijvoorbeeld is al jaren een toonaangevende club in Haarlem. Het team handhaaft zich heel lang door het aankopen van spelers. Aanvankelijk met succes. Kinzo en ook de andere clubs leidden geen spelers op en er is ook geen sprake van een verenigingsleven. Dat breekt de Nicols nu op omdat ze de play-offs niet haalden en ze ook geen uitzicht meer hebben op Europees bekerhonkbal. De sponsor haakte prompt af. De ploeg, die als enige in Nederland in een echt honkbalstadion speelt, heeft nu de grootste moeite om te overleven. Enkele spelers hebben al aangekondigd te vertrekken. Het verdwijnen van de Nicols zou een ramp zijn voor het honkbal.

Charles Urbanus, de succesvolle coach van Neptunus, wil dat zijn club niet dezelfde weg opgaat en hoopt dat de uitgezette koers in Rotterdam elders wordt gevolgd. Hij weet waarover hij praat, want hij komt voort uit de roemruchte club Amstel Tijgers uit Amsterdam, die ook al niet meer bestaat. “Ik ben er steeds van uit gegaan dat wij perfect honkbal moeten spelen. Er is keihard gewerkt om alle foutjes uit de ploeg te halen. Dat leidde er eerst niet toe dat er meer publiek kwam. Er ging kennelijk dus zelfs iets saais van uit. Dat gladde honkbal miste aanvankelijk zijn doel.”

“Maar nu er een balans is gekomen”, vervolgt Urbanus, “tussen een goede begeleiding, een prima opleiding en de opvang van de toeschouwers, merk ik dat het besef komt dat we heel langzaam op de goede weg zijn. Overigens, ik besef goed dat wij voor volgend seizoen naar twee goede werpers moeten uit kijken. Wij zijn aan de kijkers en onze sponsor verplicht voor prestaties te zorgen. Maar niet ten koste van alles. Wij kunnen zelf ook een hoop doen aan een natuurlijke aanwas.”

Frans van Aalen, bij Neptunus verantwoordelijk voor het technische beleid, over de filosofie van zijn club: “Wij zullen nieuwe spelers uit de regio moeten halen. Wij hebben daarvoor een zogenoemde "farmclub' opgericht, de Tridents, die over enkele seizoenen in de overgangsklasse moet spelen. De ploeg staat onder leiding van Paul van den Oever, die jaren lang in Feyenoord speelde. Die ploeg moet ervoor zorgen dat het talent wordt ontwikkeld, waarvan ons eerste team later kan profiteren. Wij zijn realistisch genoeg om te beseffen dat wij ook wel eens aan anderen moeten trekken. Zo heeft Neptunus Peter Callenbach van het gedegradeerde Pirates uit Amsterdam gevraagd te komen. Wij zijn wat verplicht tegenover onze sponsor, die pas het contract heeft verlengd. Maar Callenbach koos voor Quick. Met grote sommen geld zwaaien wij niet. Dat is met de huidige bezoekersaantallen beslist niet haalbaar. Nogmaals, wij zullen het vooral op eigen kracht moeten doen.”

    • Joop Köhler