Het marinisme

Indertijd werd hij bejubeld als de grootste dichter van Europa. Zijn tijdgenoot Gianfrancesco Busenello bewonderde in hem “de melk van de verzen, het manna van de zinnen, de nectar van de woorden, en het ambrozijn van de vondsten”. Zijn bijnaam luidde "Prins van de eeuw' en in het decennium na zijn dood verschenen er ten minste vijf biografieën over hem.

Over het turbulente leven van Giambattista Marino (vaak abusievelijk Marini gespeld) viel dan ook heel wat te vertellen. Marino werd in 1569 in Napels geboren als zoon van een vooraanstaande jurist. Zijn vader wilde dat hij rechten ging studeren, maar Marino verspilde zijn tijd, zoals het ergens heet, met het lezen van poëzie. Hij werd uit huis gezet en wist uiteindelijk op te klimmen tot secretaris van kardinaal Aldobrandini.

Op z'n twintigste publiceerde Marino een dichtbundel die vanwege zijn prikkelende verzen opschudding veroorzaakte. Dit zou slechts een voorproefje blijken te zijn: vele van de duizenden gedichten die Marino tijdens zijn leven publiceerde balanceerden op het randje van pornografie. Diverse bundels werden dan ook door de censuur verboden en meermalen kwam Marino in aanraking met de inquisitie. Dat kwam ook omdat hij er een onstuimige levenswandel op na hield. Zeker tweemaal belandde hij in de gevangenis en hij was betrokken bij talloze schandalen, liefdesavonturen, hofintriges en uitspattingen.

Een zaak die veel opschudding veroorzaakte was zijn vete met een andere dichter, Caspare Murtola. Aanvankelijk bestookten de dichters elkaar met sonnetten, maar toen Murtola merkte dat hij het tegen de scherpe, venijnige Marino zou afleggen, greep hij naar een krachtiger wapen. Hij beschoot Marino op straat met een pistool, maar raakte daarbij een gunsteling van de hertog van Turijn. Laatstgenoemde gooide Murtola in het gevang, waarna Marino zich van zijn beste kant liet zien: hij pleitte Murtola vrij en bood vervolgens zijn verontschuldigingen aan.

In een van de sonnetten tegen Murtola geeft Marino zijn visie op de essentie van het dichterschap. Frans van Dooren vertaalde deze passage in 1990 in het literaire tijdschrift SIC als volgt: “En 's dichters hoofddoel is verbazing wekken/ (niet op platvloers, maar op subliem terrein):/ wie niet verbaast kan geen genot verstrekken.”

Wat deed Marino om zijn gehoor te verbazen? Dit blijkt het best uit zijn hoofdwerk, getiteld L'Adone (De Adonis). Marino werkte dertig jaar aan dit kolossale gedicht, dat bestaat uit 20 zangen, met in totaal 40.984 versregels. Hij voltooide het in 1623 in Parijs, waar hij in het gevolg van Maria de Medici naar toe was gegaan.

In navolging van Ovidius verhaalt "L'Adone' van de tragische liefde tussen Adonis en Venus. Maar om de lezer te verbazen koos Marino ervoor om talloze uitweidingen en zijsprongen in te lassen. Over bijvoorbeeld het schaakspel, het theater, over een muzikaal duel tussen een zanger en een nachtegaal en zo maar door. Daarnaast is het gedicht opgesierd met eindeloze beschrijvingen van onder meer landschappen, feesten, standbeelden, schilderijen, paleizen en fonteinen. Voor de beschrijving van één bepaalde tuin trekt Marino maar liefst vijfduizend versregels uit. Bovendien springt hij constant van de hak op de tak, van heden naar verleden, zonder duidelijke waarschuwing vooraf.

Marino beperkte zich niet tot een ondoorgrondelijke structuur om zijn lezers te verbluffen. Hij hanteerde een bijzondere stijl die in de 19de eeuw naar hem marinisme werd genoemd.

De beste analyse van het marinisme is te vinden in The poet of the marvelous (1963) van James V. Mirollo, nog altijd hèt standaardwerk. Marino manipuleerde woorden, aldus Mirollo, alsof het stukjes mozaïek waren, of muzieknoten. Hij speelde eindeloos met hun klank, met binnenrijm, klinkerrijm, omkeringen en alliteraties - allemaal aspecten die bij een vertaling verloren gaan. Hij bouwde torens van bijvoeglijke naamwoorden, kon zichzelf eindeloos herhalen en zorgde altijd voor een aantrekkelijke openingsregel en slotzin.

Maar bovenal was Marino dol op traditionele vergelijkingen en metaforen ("tanden als parels', dat werk) die hij vernieuwde door ze met elkaar te vermengen. Het effect blijkt o.a. uit het volgende fragment uit L'Adone, voor deze gelegenheid vertaald door Jaap Engelsman. Het gaat om een letterlijke vertaling, waardoor alle klankeffecten helaas verloren moesten gaan, en gaat over de liefde, door Marino omschreven als: “Vrijwillige waanzin, aangenaam kwaad,/ Slopende rust en schadelijk nut,/ Hoop vol vertwijfeling, een leven in sterven,/ Vermetele vrees en een lachen in smart;/ Onbreekbare glazen, diamanten broosheid,/ IJzige hitte en schroeiende kilte,/ Eeuwige kwelling van eendracht in strijd,/ Hels paradijs en hemelse hel.”

En dit is slechts een kort citaat, want Marino kon hier geen genoeg van krijgen. Zo beslaat zijn beschrijving van een roos in L'Adone tenminste zeven coupletten, waarvan het eerste luidt: “Roos, lach van de liefde, hemelse schepping,/ Roos, door mijn bloed vermiljoenrood gekleurd,/ Wereldse schat, ornament der natuur,/ Maagdelijke dochter van aarde en zon,/ Die nimfen en herders steeds boeit en bekoort./ Sieraad van het welriekend geslacht,/ Jij draagt de erepalm van alle schoonheid,/ Vrouwe, hoog boven het bloemenvolk” - en zo voorts en zo verder.

Indertijd veroorzaakte L'Adone een sensatie. In het begin was het zo gezocht dat kopers 50 rijksdaalders neertelden om een exemplaar te bemachtigen. De katholieke kerk nam aanstoot aan de sensuele passages en plaatste het boek op 11 juni 1624 op de index, wat er ongetwijfeld toe bijdroeg dat het boek verschillende keren werd herdrukt, waaronder tweemaal in Amsterdam.

Marino stierf in 1625. Zijn stijl had een enorme invloed. Tal van andere dichters probeerden hem tevergeefs na te volgen. Maar aan het eind van de 17de eeuw was de betovering voorbij: tegen die tijd gold het marinisme als voorbeeld van overdaad en wansmaak, van hoe je niet moest schrijven om een groot dichter te zijn.

    • Ewoud Sanders
    • Met Medewerking van Monique Bullinga