Gezichtsbepalende architectuur van woningbouwcorporatie Lieven de Key; Verantwoordelijkheid voor de stad

Tentoonstelling: De actualiteiten van Lieven de Key, t/m 16 okt. in Arcam Galerie, Waterlooplein 213, Amsterdam, di t/m za 13-17u. Map met genummerde foto's van Wijnanda Deroo ƒ 700.

Voor Amsterdamse begrippen is woningbouwcorporatie Lieven de Key volgens directeur ir Han Michel (46) 'een kleine club'. Het bestand van vierduizend woningen mag dan wel klein zijn, sinds de oprichting 25 jaar geleden heeft Lieven de Key, genoemd naar de zeventiende-eeuwse stadsarchitect van Haarlem, naam gemaakt door progressieve archticten in te schakelen voor het ontwerpen van vernieuwende woningbouw in bestaande wijken.

Het jublieum wordt gevierd met een kleine tentoonstelling in de galerie van het Architectuur Centrum Amsterdam (Arcam). Blikvanger is een wand met grote zwart-witte foto's door Wijnanda Deroo van ruim vijftig van hun gebouwen, zowel nieuwe als historische. Zij fotografeerde 's avonds, met alleen bestaand licht van straatlantaars en vensters, en zonder voetgangers, auto's of fietsen. In deze galerij van verstilde portretten is de architectuur ontegenzeggelijk de hoofdpersoon.

Het eerste project van Lieven de Key, eind jaren zestig, was een woonblok op Bickerseiland. Het project, een initiatief van een aantal buurtbewoners, moest een weerwoord zijn op de kolossale universiteitsgebouwen die op het eiland verrezen. “Het bestuur was bevlogen, maar amateuristisch,” zegt Michel. “Er was geen administratieve sloot of ze liepen erin. Tien jaar later had de corporatie nog vijftig woningen. De explosieve groei is pas midden jaren tachtig gekomen.” Van het bezit van vierduizend woningen is ongeveer een derde aangekocht, de rest is nieuwbouw.

Naast nieuwbouwprojecten bezit Lieven de Key een aantal monumenten, bijvoorbeeld het buiten Zandwijck bij De Bilt. Enkele jaren geleden werden onder leiding van architect Bertus Mulder Amsterdams eerste atelierwoningen aan de Zomerdijkstraat gerestaureerd. Het begrip "monument' definieert de corporatie zo breed mogelijk: “Noem het maar: waardevolle bebouwing. Zo is Mulder nu bezig het lange woningblok van Wijdeveld aan de Hoofdweg in Amsterdam op te knappen. Dat is geen officieel rijksmonument, maar wel bijzonder expressieve en gezichtsbepalende architectuur. Wij beschouwen het als onze verantwoordelijkheid daarvoor te zorgen.” Voor de bouw van grote aantallen woningen in Almere of de westelijke tuinsteden van Amsterdam heeft Lieven de Key geen belangstelling.

Een van de opvallendste projecten is het Oranje Nassaukazerne in Amsterdam-Oost. Niet alleen werden hier nieuwbouw en restauratie gecombineerd, maar ook koop en huur, en tot nog toe ongebruikelijke mengeling. De kazerne zelf werd ingrijpend verbouwd tot woningen, en op het terrein erachter, aan het water, werden zes grote stadsvilla's gebouwd naar ontwerp van evenzovele buitenlandse architecten. “Dit was overigens de eerste keer dat we met buitenlanders werkten,” zegt Michel. “Je moet als opdrachtgever niet per definitie de extravaganza van ver weg willen halen.”

Dat Nederlandse architecten zeer wel in staat zijn om in de sociale woningbouw architectonische verrassingen te leveren, blijkt in de straat tegenover het kazerneterrein. Aan Liesbeth van der Pol, onlangs winnaar van de Maaskant-prijs voor jonge architecten, vroeg Lieven de Key woningen te ontwerpen die de bewoners zelf konden indelen. De gevel aan de Pieter Vlamingstraat hangt vol met grote driehoekige balkons die aan metalen stangen (lijken te) hangen; op de hoek loopt het trappenhuis tussen twee lange, met Eternit-tegels beklede wanden als door een schacht van licht omhoog. De stoep is opvallend breed en wordt van de rijweg gescheiden door platanen.

In de sociale woningbouw zoals Nederland die sinds de oorlog kent, komt de klad, daar is Michel van overtuigd. “De overheid heeft er minder geld voor over en de rol van de gemeente als regisseur van de stadsvernieuwing loopt terug. Je ziet steeds meer dat de opdrachtgever die rol overneemt.” Daarom heeft Lieven de Key zich met drie andere kleine corporaties verenigd in een samenwerkingsverband, De Principaal genoemd. “Samen kunnen we grote projecten entameren waarvoor ieder afzonderlijk te klein is, grote nieuwbouwlocaties zoals de IJ-oevers en in de stadsvernieuwing. De taak van de woningcorporatie zal steeds meer lijken op die van de ontwikkelaar. Dan kunnen er misschien ook wat heilige huisjes omver worden geschopt, zoals de toewijzingsregels en de wachtlijsten die bitter weinig met de werkelijkheid te maken hebben.”

Een van de gezamenlijke projecten die De Principaal op het oog heeft, is een van de markantste gebouwen van Amsterdam: de Wolkenkrabber op het Victorieplein van J. F. Staal. Han Michel: “Daarvoor is Lieven de Key nou bedoeld, om zo'n gebouw voor de stad te kunnen opknappen en behouden.”

    • Tracy Metz