Effectenbeurs versoepelt toelatingseisen voor fondsen

AMSTERDAM, 4 OKT. Het wordt voor kleinere ondernemingen gemakkelijker om een notering te krijgen op de Amsterdamse effectenbeurs. Vanmorgen bevestigde de beurs dat de toelatingseisen voor bedrijven die een notering aanvragen, worden versoepeld.

In plaats van een "beurskapitalisatie' van 50 miljoen gulden (beurskoers maal het aantal uitstaande aandelen) kunnen ondernemingen met een kapitaal van 10 miljoen gulden al een notering krijgen. De drempelverlaging is de consequentie van het feit dat de parallelmarkt begin volgend jaar wordt samengevoegd met de officiële beurs. Op de parallelmarkt, de traditionele kweekvijver voor kleine bedrijven, bestond een kapitalisatie-eis van slechts vijf miljoen gulden.

De beurs besloot dit voorjaar om de parallelmarkt op te heffen, wegens gebrek aan succes. Bij de oprichting was het de bedoeling dat kleinere bedrijven na verloop van tijd de overstap zouden maken naar de officiële markt. In de praktijk was dat echter een uitzondering: zo kreeg uitzendbureau Content in 1989 een officiële notering nadat het bedrijf in 1986 op de parallelmarkt was genoteerd. De meeste bedrijven die naar de beurs gingen, stootten echter meteen door naar de officiële markt zonder eerst op de parallelmarkt te hebben gestaan zoals Randstad waarvoor de eerste notering in 1990 werd opgemaakt.

De overige bedrijfjes bleven hangen op de parallelmarkt (57 fondsen, waarvan 30 ondernemingen) en vormden het toneel voor vele financiële schandalen, waardoor institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars) de markt begonnen te mijden. Zo ging het vleesconcern Homburg, in 1987 op de parallelmarkt geïntroduceerd, in februari dit jaar failliet. Text Lite (lichtkranten, zaktelexen) ging failliet in oktober 1990.

Dergelijke toestanden wil de beurs nu vermijden door de teugels voor de kleintjes strakker aan te trekken. Beursnieuwelingen hebben voortaan een eigen vermogen van minimaal 10 miljoen gulden nodig. Verder zal de nieuwkomer een winst- en verliesrekening over een periode van vijf jaar moeten laten zien. Dat was op de parallel-markt drie jaar. Ook zijn de beursbedrijven verplicht 'bijlage X' te ondertekenen waarin wordt afgesproken het aantal beschermingsregels te beperken. Sommige van de huidige parallelmarktfondsen voelen er niet voor hun beschermingsmaatregelen op te heffen. Voor de huidige parallelmarktfondsen komt er om die reden een overgangsregeling.

De beurs heeft geen idee hoeveel van de bestaande fondsen de overstap zullen maken naar de "grote' beurs. “De kapitaalseis is voor de meesten geen probleem. Hoe zwaar "bijlage X' weegt voor de huidige fondsen, kan ik niet inschatten. Ik denk wel dat we er binnen enkele weken uitkomen”, aldus een beurswoordvoerder.