Een stille revolutie

Een rapport van wijze lieden dat geruisloos wordt gepresenteerd. Het lijkt een contradictie, zeker als het om een onderwerp met hoge politieke actualiteitswaarde gaat. Toch is dit het lot dat het rapport van de commissie-De Koning over het referendum binnenkort zal treffen.

Vorig jaar vroeg de Tweede Kamer deze commissie die een studie verrichtte naar het kiesstelsel, ook de mogelijkheden van het referendum in haar beschouwingen te betrekken. Het verzoek kwam te laat om nog in het rapport over het kiesstelsel te verwerken, vandaar dat de commissie besloot tot een later uit te brengen aparte notitie over het referendum.

Zoals de zaken er nu voor staan vinden de Kamerleden dit tweede rapport van de commissie De Koning over niet al te lange tijd zonder enige vooraankondiging in hun postvakje. Geen officiële overhandiging aan de Kamervoorzitter zoals bij alle eerder dit jaar verschenen studies naar mogelijkheden voor vernieuwing het geval was, en ook geen toelichtende persconferentie.

Vanwaar die plotselinge bescheidenheid? Omdat het hier behalve om een politieke ook om een gevoelige kwestie gaat. Allereerst is er het grote ongenoegen over de eerdere prestaties van de commissie-De Koning. Begin juli liet de commissie-Deetman die zich bezighoudt met staatsrechtelijke vernieuwing en waarin bijna alle fractievoorzitters zijn vertegenwoordigd, weten zeer teleurgesteld te zijn over het eerste rapport van De Koning. De opvatting van De Koning c.s., met uitzondering van de D66-vertegenwoordiger in de commissie, kwam er op neer dat het debat over staatsrechtelijke vernieuwing eigenlijk onzin was. Er was helemaal geen sprake van een kloof tussen kiezer en gekozene, concludeerde men. Maar op dat waardeoordeel zat de Kamer in het geheel niet te wachten. Na zijn misnoegen te hebben geuit, kondigde Deetman een vervolgonderzoek aan. Hoe en door wie was nog onduidelijk, maar in elk geval zonder de club van De Koning.

De "gedesavoueerde' commissie-De Koning was inmiddels nog wel bezig met de studie naar het referendum. En wat bleek? Zo terughoudend als de commissie was over wijzigingen van het kiesstelsel, zo "revolutionair' oordeelde men over het referendum. Niet minder dan vier van de zes leden bleken voor een vorm van volksraadpleging te zijn. Zowel op landelijk als op lokaal niveau diende dit mogelijk te worden, zo sijpelde uit de commissie naar buiten. De twee tegenstanders in de commissie zijn de VVD-er Polak èn commissievoorzitter De Koning. Zie hier het chaotische beeld. Er komt straks een rapport van de commissie-De Koning met voorstellen voor het invoeren van het referendum, maar met een minderheidsstandpunt van voorzitter De Koning zelf. Het zou ongetwijfeld een ongemakkelijke presentatie worden. Dus greep de voorzitter naar het laatste machtsmiddel dat hij nog bezat: hij besloot maar van een officiële presentatie af te zien. (M.K.)

    • A.I. Kees Versteegh