EEN RUSTPUNT IN DE VOETBALJUNGLE

Een Fries traint Heerenveen, een Brabander Willem II, een Limburger VVV, Roda en MVV. Sinds vorige week heeft ook FC Utrecht een Utrechter op de bank zitten. Een trainer die affiniteit heeft met de club, de stad en haar omgeving. Leo van Veen, die het geel-zwart van DOS verruild heeft voor het rood-wit van FC Utrecht. De humor bleef dezelfde.

Onder de schijnwerpers van Monnikenhuize bedekte een honkbalpet zijn dunner wordende haardos. De Arnhemse regenbuien kregen gisteren geen vat op de snor en de melancholieke hondeblik. Het is misschien wel zijn handelsmerk, die pet. Bij zijn vorige club RKC introduceerde Leo van Veen een traditionele, sinds drie weken prijkt de naam van de Utrechtse sponsor op de voorklep. Mister Utrecht wordt uitgebuit.

Het gelijke spel tegen Vitesse (2-2) volgde op de eerdere zege tegen Sparta. FC Utrecht herstelt zich van een slechte seizoenstart onder Ab Fafié. Die moest drie weken geleden het veld ruimen voor de 47-jarige Van Veen, zoals de Utrechter Loffeld drie jaar geleden plaats maakte voor Fafié. Slechte prestaties kosten een trainer de kop, hoeveel krediet hij als stadgenoot ook heeft gekregen. Van Veen: “Het is een echte voetbalstad, maar je moet wel presteren. En vervolgens aantrekkelijk voetbal op de mat leggen.”

Dat laatste is hem nog niet gelukt, al ziet hij verbeteringen. Hij weet nog niet wat iedereen kan. Daarvoor is hij nog te kort bij Utrecht in dienst. Impliciet ontkent Leo van Veen de veelgehoorde kritiek dat hij de "stoelpoten van zijn voorganger had afgezaagd". Hij zou zich als werkloze trainer te veel hebben laten zien in Nieuw Galgenwaard. Openlijk hebben gesolliciteerd op een moment dat Fafié nog in functie was. Zelf ontkende hij de vrijage. Zijn neefje speelt in het tweede. Bovendien, hoe vaak is hij dit seizoen langs geweest? Hooguit twee of driemaal. En het is toch niet verboden af en toe naar je oude, vertrouwde club te gaan?

Dat hij ooit zijn opwachting zou maken, was wel duidelijk. De vraag wanneer dat zou gaan gebeuren, werd snel beantwoord nadat Fafiés posities zogenaamd onhoudbaar geworden was. Het Utrechtse clubbestuur voelde zich geroepen in te grijpen. Hetzelfde bestuur dat deze week eindelijk de problemen rond het voorzittersschap hoopt op te lossen. Ad interim Ted Elsendoorn zou aanvankelijk plaatsmaken voor Pim Toorenburgh. Maar die zou vorige week opeens te kennen hebben gegeven af te zien van de erebaan.

De Utrecht-aanhang schold het bestuur gisteren uit voor rotte vis. Leo van Veen werd gelijkertijd bejubeld. De meeste, jonge supporters kennen hem van verhalen. Zij bewaren geen herinneringen aan de technische en veelscorende speler die hij was. Van Veen is een geboren Utrechter, dat is in zijn voordeel. En hij heeft nog niet verloren na twee duels. “Als hij maar wint”, zeggen de fans desgevraagd. Verder geen commentaar. Piet Hage is een doorgewinterde supporter. Hij volgt de oude en de nieuwe club al dertig jaar. Ze hebben een band dus, Piet en Leo, al hebben ze elkaar nog nooit gesproken. “Een kei van een trainer, een kei van een mens ook. Dat kun je zien aan zijn gezicht.” Zegt Hage die trots is op zijn oude liefde.

Leo van Veen oogt bescheiden. Hij fluistert een speler adviezen in. Geen arrogante blik, geen neurotische scheldkanonnades langs de lijn. Zes jaar lang trainde hij in de marge die RKC heet. Bij die club beëindigde hij ook zijn spelersloopbaan. Na DOS, FC Utrecht, Los Angeles Aztecs, Ajax en een laatste jaar FC Utrecht werd de tot libero omgeschoolde spits een rustgevende trainer. RKC eindigde onder zijn leiding steevast in de middenmoot. Een tussenztijds vertrek naar VVV verliep minder positief. “Het team zat in een een overgangsfase. Er was ook een groot mentaliteitsverschil. In Waalwijk had ik dat probleem veel minder. Daar was een goeie mix van Brabanders en Rotterdammers.”

Afgelopen zomer zette Van Veen een punt achter de RKC-periode. Problemen met een deel van het clubbestuur waren de voornaamste reden van vertrek. De plotselinge en door hem niet gewenste transfer van Marc van Hintum naar Willem II was de druppel. Omgekeerd hekelde bestuurslid technische zaken Piet Kipping Van Veens houding ten aanzien van de RKC-jeugd. Hij zou alleen interesse in het eerste elftal hebben gehad. “Die Kipping trapt na, heeft te veel rancune omdat door mijn komst zijn functie werd uitgehold.”

Hij zegt zich thuis te voelen in het nieuwe Utrechtse stadion, dat hij nog kent van zijn korte rentree in 1983. Maar de oude Galgenwaard, met de wielerbaan, dat was zijn stadion. Leo van Veen maakte in ongeveer 460 duels 178 doelpunten voor DOS en FC Utrecht. Een grote, technisch begaafde spits die werd bijgestaan door buffers als Jan Groenendijk en Joop van Mourik. Urechts voetbal stond in de jaren zestig en zeventig gelijk aan opportunisme. Van Veen was het brein achter de werklust. Later kreeg het elftal andere technische spelers als Adelaar en Wouters.

Zelf speelde hij in 1979 ook voor de Los Angeles Aztecs, de club die verder Michels, Cruijff en Suurbier onder contract had. Toen het Amerikaanse voetbal heel even furore maakte. Het was de beloning voor de locale ster, die nooit het Nederlands elftal haalde. “Ik had een prima afspraak met Utrecht. Wanneer de club geen belangen meer had, mocht ik naar Californië vertrekken. Meestal was dat rond april. In oktober kwam ik dan weer naar Nederland terug. Twaalf maanden voetballen, maar het leven daar was zo relaxed dat je het gemakkelijk volhield.”

Op 35-jarige leeftijd volgde Van Veen zijn Amerikaanse ploeggenoot Cruijff naar De Meer. Een Utrechter in Ajax-shirt, zoals er na hem nog velen volgden. “Die sfeer is toch een beetje dezelfde. Brutaal, ad rem, accepteren dat er gedold wordt.” De Utrechtse humor, die zich zo moeiljk laat beschrijven.

Edwin de Kruyff, de huidige Utrechtse spits, kan het niet uitleggen. “Dat heb je of heb je niet.” De Kruyff is een van de spelers die is opgebloeid sinds de komst van Van Veen. Onder Fafié speelde hij of niet, of rechts aan de zijlijn. Het talent van weleer werd uitgeleend aan De Graafschap, mocht zelfs definitief vertrekken. Nu speelt hij centraal, vlak achter de diepst spelende spits. De terugkeer van De Kruyff is te danken aan de nieuwe trainer. Aan het succesvolle optreden van Wlodi Smolarek heeft Van Veen minder bijgedragen. De oude Pool was vorige week gepasseerd en mocht tegen Vitese meespelen omdat Van der Ark geblesseerd was. Als een volleerd oefenmeester ontweek Leo van Veen de vraag of hij vorige week fout had gegokt. “Ik heb er liever achttien die zo goed spelen.”

    • Jaap Bloembergen