Een ondertoon van verwondering

De expositie van Benot bij de Wetering Galerie, Lijnbaansgracht 288 in Amsterdam, wordt morgen, 5 oktober om 17 uur geopend door Carel Peeters, en duurt tot en met 3 november.

Het boek Felle Hemel, uitgegeven bij Loempia in Antwerpen, is in Nederland te koop voor ƒ 85,-.

“Als jong student amuseerde ik mij met het maken van cartoons over de kunstwereld. Het is eigenlijk meer toevallig mijn beroep geworden, door her en der eens iets te publiceren. Langzaam is het uitgegroeid tot een behoefte om via de humor iets te vertellen. Maar ik hou echt van kunst, en een heleboel kunstenaars bewonder ik zeer. Zoals ik ook erg van voetbal houd. Daarom kan ik er ook grappen over maken: echt vanuit de liefde voor mijn onderwerpen. Als je serieus van iets houdt, moet je er ook om kunnen lachen.”

Tekenaar Benot (van Innes, 33) zit in zijn Brusselse atelierwoning temidden van zakken cement en onuitgepakte dozen: “Het liefst was ik naar New York verhuisd, dat is de meest geweldige stad, maar met drie kleine kinderen die net naar school gaan is dat niet te betalen. Dus wonen we sinds begin september hier in Schaarbeek.”

De mooiste avond in zijn nieuwe woonplaats beleefde hij op de tribune van het Astridpark, waar hij Club Brugge met 3-0 zag winnen van Anderlecht: “Ja, dat was een heerlijke wedstrijd, het had gemakkelijk zes-nul kunnen worden, ook die Johnnie Bosman van u kwam er niet aan te pas. En als geboren Bruggeling en Club-supporter doet me dat goed. Ja, wij zeggen hier Bruggeling. Het is Gentenáár en Bruggelng. Vraagt u me niet waarom, maar zo is het.”

De Amsterdamse Wetering Galerie zet morgen haar 20-jarig jubileum luister bij met de opening van de eerste Nederlandse solo-expositie van Benot, in ons land vooral bekend door zijn tekeningen in NRC Handelsblad, Vrij Nederland en de Volkskrant. Een op zijn zachtst gezegd prikkelende keuze voor een jubileumexpositie van een toch tamelijk gerenommeerde galerie, want Benot, wiens tekeningen via bladen als Esquire en The New Yorker over de hele wereld gaan, weet als geen ander het artistiek circuit op de hak te nemen. Zoals ook blijkt uit het morgen ten doop te houden boek Felle Hemel: Half ontblote Zwitsers kunstenaar trekt met aan een zwemband bevestigde wieltjes groeven in een onbewoond landschap, zich bezorgd afvragend: Zouden de Zweden mijn werk wel begrijpen?

En wat te denken van het wonderlijk uitgedoste vernissage-publiek, dat wordt getrakteerd op het onderschrift: "Men beweerde dat de kunstcriticus van TIME ook aanwezig was'. In de wereld van Benot ontbijt "de conceptuele kunstenaar' met gestippelde croissants en een gestippeld eitje, terwijl hij koffie schenkt uit een gestippelde koffiepot. Om daarna op een andere tekening inspiratie op te doen door naar de werkzaamheden van een electricien te kijken.

Is dit geen koren op de molen van kunsthaters? Benot weet stellig van niet: “Ik denk dat kunsthaters mijn werk ook niet appreciëren, hè. Misschien als ze toevallig één zo'n tekening zouden zien. Maar ik werk nu eenmaal met een zekere ondertoon van verwondering. Als ik over de kunstbeurs in Keulen loop, zie ik niet alleen mooie schilderijen, maar het valt me ook op dat alle galeriehoudsters in het zwart gekleed zijn. Echt allemaal. Dan vraag je je toch af hoe zoiets komt. Spreken ze dat af van tevoren? Of hoe gaat dat. Daar maak ik dan een tekening over. Maar overigens moet u achter al die verwijzingen naar de beeldende kunst niet te veel zoeken. Dat is meer voor intimi. De schilderijen aan de wand in mijn interieurs zijn vaak van schilders van wie ik hou. Roy Lichtenstein, Brice Marden, Malevitsj. Maar als er aan de wand bij een man die zijn gezicht insmeert met een hamburger een schilderij van Caspar David Friedrich hangt, daar bedoel ik, geloof ik, eigenlijk niets mee. Mensen willen graag weten wat iets betekent, dat is de behoefte aan ordening. Als het geordend is en uitgelegd, dan kan het worden weggeborgen. Het meest plezant vind ik als mensen naar de betekenis van iets vragen, en ik weet zelf het antwoord ook niet. Waarom staan die mannen daar zo raar, en wat heeft die ene in zijn hand? Geen idee, zeg ik dan, ik weet het ook niet. Mijn meest geslaagde werk is ook op verschillende manieren te waarderen. U schoot bijvoorbeeld in de lach bij die man die naar een vlinder keek. Maar ik heb een vriend, die daar juist zeer melancholiek van werd. Als het goed is, zitten die uitersten er allebei in.”