Duurdere benzine goed voor milieu

Het parlement moet binnenkort beslissen over het voorstel van de regering om de accijns voor benzine en diesel met 11 respectievelijk 8 cent per liter te verhogen. Zo'n voorstel is altijd goed voor een rondje belangenbehartiging door het auto-bedrijfsleven. Het wegvervoer probeert al langer deze prijsverhoging gecompenseerd te krijgen. Op 23 september was in deze krant de personenauto-branche aan zet. Duurdere benzine leidt niet tot meer reizigers in het openbaar vervoer, betoogde E.H Glasius van de RAI. Hij vindt dat de Kamer daarom niet met dit regeringsvoorstel moet instemmen. Is dat nu zo logisch?

De regering wil voor een schoner milieu en wegens de verkeerscongestie het sterk groeiende individuele autogebruik afremmen. De verwachte groei van het autogebruik met 70 procent tussen 1990 en 2010 moet worden gehalveerd. Voor het milieu gaat dat eigenlijk nog lang niet ver genoeg, maar die halvering van de groei blijkt al een enorme opgave. De regering en de Tweede Kamer willen daarom een breed scala van maatregelen treffen: verbetering van de alternatieven (openbaar vervoer en fiets), vrijwillige maatregelen (car-poolen, bedrijfsvervoersplannen), stringenter parkeerbeleid en prijsbeleid, verhoging van (vooral) de variabele autokosten. In dat kader past de aangekondigde verhoging van de benzine- en de dieselaccijns.

Dat prijsbeleid is hard nodig. Uit de Memorie van Toelichting bij de begroting 1994 van Verkeer en Waterstaat blijkt dat de doelstellingen slechts te halen zijn bij "een langdurig continueren van de beleidsinspanning'. Dat betekent onder andere doorgaande stapsgewijze verhoging van de variabele autokosten. En zo'n prijsbeleid werkt. Uit onderzoek blijkt dat prijsbeleid één van de meest effectieve maatregelen is om het autogebruik af te remmen. De minister noemt dan ook het prijsbeleid "een onmisbaar element'.

Ook om andere redenen is verhoging van de (variabele) autokosten gewenst. Het is inmiddels onomstreden dat de gebruiker van de auto niet de totale prijs (directe en maatschappelijke kosten) betaalt. In een onderzoek van het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven in 1989 bleek het tekort van het autosysteem 4 tot 8 miljard gulden per jaar te bedragen. Ook uit het recente onderzoek "Getting the prices right' van de European Federation for Transport and Environment blijkt dat de automobilist de samenleving veel meer kost dan hij of zij opbrengt. Om quitte te spelen zou de brandstofprijs één tot anderhalve gulden per liter hoger moeten zijn.

En dan is er ook nog de prijsconcurrentie auto - openbaar vervoer. Natuurlijk zijn die systemen maar ten dele vergelijkbaar. Daar bestaat helemaal geen misverstand over. Maar bij die deelmarkten waar de vergelijkbaarheid wel redelijk aanwezig is, zoals het woon-werkverkeer, is het wel bijzonder zuur om te constateren dat de tarieven van het openbaar vervoer harder stijgen dan de variabele autokosten. En dat terwijl de overheid het openbaar-vervoergebruik wil bevorderen en het autogebruik wil afremmen. Feitelijk en psychologisch is dit een volkomen verkeerd signaal aan die mensen voor wie de prijs van vervoer - naast andere factoren als snelheid en comfort - wel degelijk een rol speelt.

De regering stelt nu voor om te doen wat ze steeds heeft aangekondigd: aanscherping van het prijsbeleid zodra de accijnsontwikkeling in het aangrenzend buitenland daarvoor de ruimte biedt. Dat is effectief en broodnodig. De discussie over de relatie met de openbaar-vervoertarieven is daarvan slechts een onderdeel, hoewel zeker niet onbelangrijk.

De auto is bepaald niet een onaantastbaar en niet te beïnvloeden onderdeel van onze moderne samenleving, zoals Glasius ons wil doen geloven. Het zou fijn zijn voor de Vereniging de Rijwiel(!)- en Automobiel-Industrie (RAI), maar het is niet zo. De auto is een gebruiksvoorwerp, waar steeds kritischer mee moet worden omgegaan. Mobiliteit is belangrijk, maar geen autonoom gegeven. Bovendien hoeft mobiliteit helemaal niet altijd automobiliteit te zijn. Het gaat vooral om beheerste mobiliteit binnen de grenzen die het milieu van deze en komende generaties stelt.

    • Milieu te Utrecht
    • W.J. van Grondelle