Diplomaat Z-Afrika moet weg na conflict met de ambassadeur

DEN HAAG, 4 OKT. De tweede man van de Zuidafrikaanse ambassade in Den Haag, S. Morkel, wordt overgeplaatst naar de ambassade in Londen. Dat is vandaag vernomen in diplomatieke kringen in Zuid-Afrika. De overstap is een gevolg van een hoog opgelopen conflict met ambassadeur A. Nothnagel.

Minister Botha (buitenlandse zaken) had beiden in Pretoria ontboden, omdat de werkverhoudingen tussen Nothnagel en Morkel danig waren verstoord. Ruim een jaar geleden, kort na de herbenoeming van Nothnagel, zou Morkel zijn beklag hebben gedaan over de handelwijze van de ambassadeur. Morkel beschuldigde hem zelfs van "dictatoriaal gedrag', een aantijging die Nothnagel ten stelligste tegenspreekt. Diplomaten uit Pretoria waren er twee weken geleden in een missie naar Den Haag niet in geslaagd het conflict op te lossen, waarna Botha beiden bij zich riep.

Nothnagel, die vanochtend uit Pretoria terugkeerde, spreekt met klem berichten in de Zuidafrikaanse pers tegen dat hij een reprimande van Botha heeft gekregen. Volgens de Sunday Times heeft Botha zijn ambassadeur laten weten dat deze “zijn houding maar beter kan veranderen” en dat het departement “hem in de gaten houdt”. Nothnagel: “Dat is absoluut onwaar. Wij hebben vrijdag een lang gesprek gehad. De minister kwam tot de conclusie dat het onmogelijk was ons in Den Haag met elkaar te verzoenen. Hij deelde me mee dat de tweede man naar een andere ambassade zou worden overgeplaatst. Hij zei dat het kabinet, inclusief de staatspresident, grote waardering heeft voor mijn werk in Den Haag.” Volgens Nothnagel zijn in het gesprek geen harde woorden gevallen. “Er waren geen spanningen tussen de minister en mij.”

Morkel is achtergebleven in Zuid-Afrika en komt volgens Nothnagel alleen terug naar Den Haag “om zijn spullen te pakken en nog wat zaken te regelen”. Over de relatie met Morkel zegt de als "verligt' bekend staande Nothnagel dat zij fundamenteel van mening verschillen over politieke aangelegenheden en ook voor wat betreft godsdienstige opvattingen niet op dezelfde lijn zitten. De spanningen onder het personeel zijn volgens Nothnagel sterk overdreven. Er is volgens hem slechts sprake van “een gewone kantoorruzie”. Dat hij scheldend en schreeuwend personeel intimideert, weerspreekt hij eveneens. “In die vier jaar hier heb ik één keer naar een man geschreeuwd. Hij zal zelf zeggen dat hij dat verdiend heeft.” Nothnagel zegt alle vertrouwen in zijn personeel te hebben. Ten slotte zegt hij: “Ik heb onverdiend schade opgelopen.”